Woestijnvorming of verwoestijning is het uitbreiden of nieuw vormen van zeer droge gebieden (niet perse alleen woestijngebieden). Vroeger was verwoestijning vaak het gevolg van overbegrazing en andere niet-duurzame vormen van landbouw. Zo hebben verkeerde irrigatietechnieken geleid tot verwoestijning, bijvoorbeeld door verzilting van de bodem tot het punt dat de begroeiing wordt aangetast. Steeds meer is verwoestijning echter een gevolg van klimaatverandering, zoals toename van droogte en extra verdamping als gevolg van temperatuurstijging.

Versnellend proces

Verwoestijning is vaak een zichzelf versnellend proces. Zo kan verzilting een kritieke grens bereiken, waarna de bodem plotseling ongeschikt raakt voor verschillende planten. Wanneer de begroeiing afneemt verandert vaak ook het lokale klimaat. Vegetatie werkt namelijk temperend op temperatuursextremen en zorgt bovendien voor een betere vochthuishouding. Wanneer hitte en droogte toenemen, en de bodembedekking afneemt, krijgt de wind vrij spel op de kale bodem. Stof- en zandstormen kunnen de resterende vegetatie vervolgens bedekken. Natuurlijke factoren zijn vaak niet in staat dit proces terug te draaien. Volledige woestijn vormt daardoor veelal een eindstadium, terwijl het gebied in de oorspronkelijke (evenwichts)situatie nog een steppe- of zelfs bosvegetatie had. Logischerwijs gaat verwoestijning daarom gepaard met een aanzienlijk verlies aan biodiversiteit.

Invloed op het klimaat

Daarnaast kan verwoestijning het broeikaseffect ook versterken. Verlies aan vegetatie betekent immers een vermindering van de natuurlijke CO2-opslag. Daarnaast stijgt de CO2-uitstoot door het oxideren van de resterende plantenresten (biomassa) en toegenomen erosie van bodems, waardoor de ingesloten organische stof in contact komt met de lucht en kan omzetten in CO2.

Woestijngebieden kunnen overigens (in theorie) ook nuttig worden gebruikt in de strijd tegen klimaatverandering. Zo lenen veel woestijnen zich, juist omdat er zo weinig neerslag valt, goed voor grootschalige toepassing van zonne-energie. Omdat woestijngebieden een grote hoeveelheid direct zonlicht ontvangen, speelt ook de albedo er een grote rol. Wanneer het lukt deze kunstmatig te verhogen, bijvoorbeeld door het plaatsen van enorme oppervlakten met spiegels (een vorm van geo-engineering), zouden woestijnen in theorie gebruikt kunnen worden om (lokale) opwarming tegen te gaan.

Gevolgen

Maar verwoestijning heeft meer negatieve gevolgen. Zo leidt verwoestijning in Afrika als gevolge van klimaatverandering tot een dramatische afname van de landbouwproductiviteit. Hierdoor zal het continent de toenemende bevolking niet zelf kunnen voeden. Volgens de ontwikkelingsorganisatie van de Verenigde Naties, de UNDP, zal verwoestijning, samen met zeespiegelstijging en orkanen, in de 21e eeuw zorgen voor honderden miljoenen klimaatvluchtelingen.

Overigens beperkt verwoestijning zich niet tot Afrika. Ook het Midden-Oosten; grote delen van Azië, waaronder China, Australië, Brazilië, Mexico, de Verenigde Staten en zelfs delen van Zuid-Europa hebben te kampen met oprukkende woestijnen.

Verwoestijning tegen gaan

Belangrijke methodes om verwoestijning een halt toe te roepen zijn actieve herbebossing en duurzame landbouwmethoden.