Groeiende bossen slaan CO2 op en houden dit vast in het hout van de bomen. Ze vormen daarmee een buffer voor de uitstoot van broeikasgassen en helpen zo mee om klimaatverandering in te perken. Tegelijkertijd zorgt het kappen en verbranden van bos, bijvoorbeeld om grond vrij te maken voor landbouw, juist voor extra CO2-uitstoot dat vrijkomt met het verbranden van hout. Ontbossing wordt zo verantwoordelijk gehouden voor 20 procent van de totale CO2-uitstoot.

Natuurbescherming

Het is daarom zaak om bestaand bos te beschermen tegen kap. Veel milieuorganisaties zijn hier druk mee bezig. Zij willen grote natuurgebieden beschermen. Maar de meest uitgebreide wouden bevinden zich in ontwikkelingslanden. Vanuit economisch oogpunt ligt het vaak voor de hand om natuur in te wisselen voor bijvoorbeeld landbouwgrond, omdat dat meer welvaart (geld en voedsel) oplevert. Om dit te voorkomen is onder andere het REDD-programma opgezet. In dit programma betalen rijkere landen de minder rijke landen geld om het bos te behouden zodat ze minder hoeven te kappen voor landbouw.

CO2-compensatie

Maar om de CO2-uitstoot van ontbossing te compenseren kunnen we ook weer bossen aanplanten, of herbebossen. Om dit voor elkaar te krijgen, is er ook een stimulans ontwikkeld: bedrijven, instellingen en particulieren kunnen hun uitstoot van broeikasgassen compenseren door het laten aanplanten van bomen. Het grootste probleem hiervan is dat de geplante bomen wel moeten “eeuwig” blijven bestaan. Of door eventueel het hout te gebruiken in de bouw. Bij dit laatste wordt de CO2 wat door de bomen uit de lucht is gehaald opgeslagen in gebouwen en kan de grond weer gebruikt worden om nieuwe bomen te planten.