CO2-emissie of CO2-uitstoot is het vrijkomen van koolstofdioxide (CO2) in de lucht. De hoeveelheid CO2 in de lucht was tot voor kort relatief stabiel: mensen en dieren stoten CO2 uit, dat werd gecompenseerd door de opname van dezelfde hoeveelheid CO2 door planten. Deze natuurlijke kringloop was gesloten.

Fossiele brandstoffen

De afgelopen 150 jaar is de uitstoot van CO2 echter sterk gestegen. Dat komt vooral doordat wij als mensheid fossiele brandstoffen zijn gaan verbranden en grootschalig bossen kappen. Wij gebruiken fossiele brandstoffen om fabrieken te laten draaien, voor transport met auto’s, boten en vliegtuigen, voor verwarming van onze huizen en om voedsel te produceren. Het omhakken van bos gebeurt vooral om er landbouwgrond van te maken.

Stijging van de CO2-concentratie

Deze uitstoot verhoogde de concentratie van CO2 in de lucht. Voor de industriële revolutie, toen fossiele brandstoffen nog niet ontdekt waren, bedroeg de concentratie 280 deeltjes per miljoen (ppm, parts per million). Nu is dat al 400ppm. CO2 is het belangrijkste broeikasgas dat in totaal het meeste bijdraagt aan klimaatverandering doordat CO2 het broeikaseffect versterkt. Hoe hoger de CO2-concentratie in de lucht, hoe warmer het wordt. Met internationale afspraken wordt er geprobeerd de CO2-uitstoot te beperken, zodat de wereld niet te veel opwarmt.