De koolstofkringloop is de natuurlijke kringloop van koolstof tussen het aardoppervlak en de atmosfeer.  

De korte koolstofkringloop

De korte koolstofkringloop wordt ook wel de snelle koolstofkringloop genoemd. Hierbij duurt de cyclus een dag tot honderd jaar. In de korte koolstofkringloop spelen planten een grote rol. Zo nemen levende planten CO2 uit de lucht op en ademen zuurstof uit. Wanneer planten afsterven, bij bosbranden of bij het omzetten van biomassa in energie, komt er CO2 vrij dat weer kan worden opgenomen door levende planten. De zee neemt ook CO2 op door kleine organismen, ook wel plankton genoemd, die in de oppervlakte van de zee leven. Zij hebben CO2 nodig om te leven en ademen net zoals planten zuurstof uit.

De lange koolstofkringloop

Wanneer planten afsterven wordt niet altijd alles opgegeten door andere diertjes. De overgebleven plantenresten blijven dan liggen en vormen een dikke compacte laag. Als er steeds weer een laag bovenop komt, wordt dit dieper de aarde ingedrukt. De druk neemt dan toe, waardoor er uiteindelijk diep in de grond een vorm van aardgas of aardolie ontstaat. Ook de oceaan neemt CO2 uit de atmosfeer op en kan dit voor langere tijd opslaan. Als de kleine organismen (plankton) in zee sterven wordt een deel opgegeten door andere zeedieren, en een deel komt op de zeebodem terecht. Het gedeelte dat op de zeebodem terecht komt, wordt opgeslagen in de bodem. Al deze processen gaan heel erg langzaam, van wel duizenden tot miljoenen jaren, en daarom wordt het de lange koolstofkringloop genoemd.

De natuurlijke balans wordt verstoord

De mens verstoort echter de koolstofkringlopen. Ongeveer de helft van wat wij aan CO2 uitstoten wordt opgenomen door bossen en de oceaan. Door ontbossing wordt er aan het aardoppervlak steeds minder CO2 opgeslagen door de bomen. Daarnaast komt een grote hoeveelheid koolstof die in de bodem zat opgeslagen vrij. Oceanen hebben een limiet aan hoeveel CO2 kan worden opgenomen. De oceaan wordt door de toenemende CO2 steeds warmer en zuurder, waardoor koraal afsterft, maar ook de organismen die CO2 opnemen.

Daarnaast halen wij grote hoeveelheden koolstof, ook wel fossiele brandstoffen, uit de diepe aarde omhoog. Bij de verbranding van deze fossiele brandstoffen komen grote hoeveelheden CO2 in de atmosfeer, die anders nog miljoenen jaren zouden zijn opgeslagen. Doordat we nu ook koolstof uit de lange koolstofkringloop halen, neemt de CO2-uitstoot gigantisch toe, wat uiteindelijk kan zorgen voor een onleefbaar klimaat. De mens verstoort dus de natuurlijke koolstofkringloop doordat we in grotere maten bossen kappen en (vooral) doordat de CO2-emissie sterk is gestegen. Hierdoor is de CO2-concentratie in de atmosfeer nu al twee keer zo hoog als in de natuurlijke situatie. Dit leidt tot het versterkte broeikaseffect en daarmee tot klimaatverandering.

Meer weten? Bekijk hier een animatie over de koolstofkringloop: