Foto fossiele brandstoffen
Klimaatwoordenboek

Fossiele brandstoffen: graven naar problemen

Aardgas, aardolie, steen- en bruinkool maar ook turf zijn allemaal voorbeelden van fossiele brandstoffen. Ze ontstonden lang geleden door de afbraak van resten van planten en dieren die in de loop van miljoenen jaren werden samengeperst. Zo ontstonden er in de diepe aardlagen grote hoeveelheden fossiele brandstoffen. Voor gebruik worden deze grondstoffen vaak omgezet in speciale brandstoffen, zoals benzine, diesel, kerosine of LPG (aardgas).

CO2 beïnvloedt het klimaat

Het probleem bij fossiele brandstoffen is dat bij de verbranding CO2 vrijkomt, dat zich ophoopt in de atmosfeer. Dat beïnvloedt het klimaat: hoe meer koolstofdioxide in de lucht, hoe sterker het broeikaseffect en hoe meer de aarde opwarmt. Om klimaatverandering tegen te gaan moeten we stoppen met het huidige gebruik van fossiele brandstoffen. Dit kan door energiebesparing en door over te stappen op duurzame energie. Zolang er nog niet voldoende duurzame energie is, hoeven we niet helemaal te stoppen, we kunnen fossiele brandstoffen ook inzetten  in combinatie met  technieken die CO2 afvangen en opslaan.

Fossiele brandstoffen zijn eindig

De voorraad fossiele brandstoffen is eindig. Maar het is niet zo dat de fossiele brandstoffen binnen enkele decennia opraken. Was dit maar waar, dan hoefden we ons ook niet druk te maken over klimaatverandering. Het probleem zou zich dan immers vanzelf oplossen. De voorraden olie zijn goed voor zeker 100 jaar, de gasvoorraden mogelijk 250 jaar en de kolenvoorraden zeker 1.000 jaar. De CO2-uitstoot is een veel groter probleem. In feite mogen we minder dan 1% van de voorraden opstoken zonder de afvang en opslag van CO2.

Wat wel een probleem is, is het gegeven dat we bijvoorbeeld in Europa sterk afhankelijk zijn van Russisch gas en olie uit het Midden-Oosten. Dat is een – gigantisch – politiek probleem, maar geen eindigheidsprobleem.

Voorbeelden fossiele brandstoffen
 

1. Aardgas

Aardgas is een gasvormige brandstof ontstaan uit resten van planten en is de meest gebruikte fossiele brandstof in ons land. Niet vreemd want Nederland heeft, of liever gezegd had in Groningen, één van de grootste aardgasvoorraden ter wereld. In vergelijking met aardolie en steenkool komt er respectievelijk 30% en 50 % minder CO2 vrij.

2. Schaliegas

Schaliegas is eigenlijk hetzelfde als aardgas. Het verschil zit ‘m in de opslag in de bodem. Schaliegas zit als kleine belletjes in de grond, aardgas als een grote bel. Het schaliegas uit het gesteente halen gebeurt door ‘fracking’. Men maakt scheuren in het gesteente zodat het gas eruit kan. Het gebruik van schaliegas heeft grotendeels dezelfde effecten op het klimaat als aardgas al is er bij schaliegas een groter risico dat er gas weglekt. En aardgas – methaan – is er sterk broeikasgas. Daarnaast zorgen de chemische stoffen die tijdens het proces worden gebruikt voor vervuiling van het grondwater.

3. Aardolie

Aardolie is een vloeibare brandstof gevormd uit afzettingen van planten en dieren op de zeebodem. Het ontstaat doordat de resten van deze organismen naar de zeebodem zakken en daaronder lagen zand, grind en klei begraven worden. Door de druk van deze aardlagen stijgt de temperatuur van de laag waarin de dode organismen zich bevinden. Via een chemisch proces ontstaat er dan uiteindelijk aardolie.

Aardolie is met name belangrijk voor de industrie en het vervoer. In raffinaderijen wordt ruwe aardolie verwerkt tot diesel en benzine. De industrie gebruikt het voor het opwekken van elektriciteit en het vormt daarnaast een grondstof voor kunststoffen. Nederland voorziet zelf voor ongeveer 8% in de eigen aardoliebehoefte. Voor het grootste deel is dit afkomstig van het Nederlands deel van het continentale plat. De rest wordt geïmporteerd.

Bij verbranding van aardolie komen schadelijke stoffen vrij. De verbranding van aardolie is de oorzaak van 30% van de CO2-uitstoot. Ook veroorzaakt het milieuverontreiniging als het in de bodem of in zee terecht komt.

Besparen op je energierekening? 

Als je slim met energie omgaat, kun je je energierekening flink verlagen én draag je bij aan een beter klimaat. Wij geven je twintig tips om gas & stroom te besparen.

10 tips om gas te besparen    10 tips om stroom te besparen

4. Steenkool

Voordat deze fossiele brandstof zich vormt, zijn er nog een aantal tussenstadia.

Fase 1: turf

Turf (gedroogd veen) is, evenals bruinkool, zo'n tussenstadium. Het vormt zich als plantenresten niet geheel vergaan door gebrek aan zuurstof.

In Nederland was turf vanaf de 17e eeuw tot de komst van kolen de belangrijkste brandstof. Door de opkomst van andere fossiele bronnen zoals steenkool, olie en gas verdween de veenwinning. Ook turf is een brandstof waarvan de voorraad eindig is en de ontginning ervan had een grote impact op het landschap. Het verbranden van turf zorgt voor meer CO2 dan de verbranding van steenkool. Wel veroorzaakt turf minder rook en heeft het een lager zwavelpercentage.

Fase 2: bruinkool

Doordat er zich zand- en kleilagen vormen op het veen, wordt de druk groter en wordt het veen in elkaar geperst. Het veen komt dieper te liggen en de temperatuur stijgt. Zo ontstaat bruinkool. In de 20e eeuw vond de winning van bruinkool ook in Nederland op kleine schaal plaats. Maar het is vooral Duitsland waar grootschalige bruinkoolwinning plaatsvindt. Bruinkool is makkelijker te winnen dan het dieper gelegen steenkool. Het heeft een hoog zwavelgehalte en verbranding ervan zorgt voor zure regen. Net als bij de turfwinning heeft ook bruinkoolwinning een grote impact op het landschap.

Fase 3: steenkool

Als de temperatuur en de druk nog verder oplopen, transformeert bruinkool naar steenkool. Het komt in vergelijking met olie en gas vrij veel voor en vormt het grootste deel van de fossiele energievoorraad in de wereld. Het grootste voordeel is dat het een goedkope brandstof is. Een nadeel is dat het bij verbranding de hoogste kooldioxide emissies oplevert. Bovendien ontstaan er bij de winning vaak ondergrondse branden die bijna niet te doven zijn. Ook kan het daardoor exploderen.