Onder fossiele brandstoffen worden alle brandstoffen gerekend, die we als mensheid uit de aarde omhooghalen om te gebruiken voor onze energie. Dat gaat om bruinkool, steenkool, aardolie en aardgas. Voor gebruik worden deze grondstoffen vaak omgezet in speciale brandstoffen, zoals benzine, diesel, kerosine of LPG (aardgas).

Oude planten en dieren

Fossiele brandstoffen hebben een organische oorsprong: het zijn de restanten van dode planten en dieren. Ze hebben zich in miljoenen jaren onder hoge druk omgevormd tot olie, gas of kolen. Halverwege de 19e eeuw zijn mensen deze brandstoffen gaan verbranden om energie op te wekken voor machines, fabrieken en voertuigen. Door deze ontwikkeling staan fossiele brandstoffen aan de basis van onze welvaart.

CO2 beïnvloedt het klimaat

Het probleem is echter dat bij de verbranding van deze brandstoffen CO2 vrijkomt, dat zich ophoopt in de atmosfeer. Dat beïnvloedt het klimaat: hoe meer koolstofdioxide in de lucht, hoe sterker het broeikaseffect en hoe meer de aarde opwarmt. Om klimaatverandering tegen te gaan moeten we stoppen met het gebruik van fossiele brandstoffen. Dit kan door energiebesparing, door over te stappen op duurzame energie en door het inzetten van technieken die CO2 afvangen en opslaan.

Fossiele brandstoffen zijn eindig

Naast de negatieve gevolgen voor mens en natuur is er nog een probleem: de voorraad is voorlopig eindig. Omdat het zo lang duurt voor deze grondstoffen ontstaan kunnen de voorraden niet zo snel worden bijgevuld als dat wij ze gebruiken. Het is dus noodzakelijk om over te stappen naar duurzame energiebronnen. Voorlopig kunnen we nog fossiele brandstoffen blijven gebruiken. Er zijn nog veel voorraden en we worden er steeds beter in die te winnen. Maar er komt een moment waarop de vraag naar energie hoger is dan de voorraad fossiele energie. Op dit punt, aangeduid als Peak Oil, zal de behoefte naar duurzame energie snel stijgen. Echter zal klimaatverandering al veel eerder een probleem zijn.