Met biomassa wordt al het organische materiaal bedoeld dat zich aan de oppervlakte van de aarde bevindt, zowel levend als dood. Uit biomassa kan energie gehaald worden. Als er gepraat wordt over energie uit biomassa, dan wordt doorgaans energie uit planten(resten) bedoeld. In Nederland gebeurt dit bijvoorbeeld in biomassacentrales en door middel van bijstook van houtsnippers (pellets) in kolencentrales. Vaak worden uit die planten biobrandstoffen gemaakt.

Biomassa als duurzame energiebron

Omdat planten CO2 uit de atmosfeer opnemen wordt dit gezien als duurzame energiebron. Bij verbranding komt net zo veel CO2 vrij als eerder is opgenomen. Er komt in principe geen extra CO2 vrij in de lucht. Dit heet de korte koolstofcyclus. Fossiel organisch materiaal (olie, kool, gas) wordt niet tot de biomassa gerekend, ook al is dit ooit gevormd uit plantenresten. Bij de verbranding van deze fossiele brandstoffen wordt koolstof, dat vaak al miljoenen jaren is weggeborgen, toegevoegd aan de atmosfeer. Door het verbranden van het fossiel materiaal neemt de hoeveelheid broeikasgassen in de atmosfeer dus toe. Omdat biomassa de uitstoot van broeikasgassen vermindert, wordt het gezien als duurzamere oplossing voor fossiele brandstoffen. Echter gaat de toename van biomassaproductie wel vaak samen met ontbossing, waarbij weer veel CO2 vrijkomt. 

Op dit moment is biomassa goed voor ongeveer 10% van het wereldenergieverbruik. Het grootste deel hiervan wordt gebruikt voor koken op open vuur. Zo’n 40% van de wereldbevolking is hier nog van afhankelijk. De meeste mondiale energiescenario’s schatten dat in de toekomst duurzame biomassa 20 – 25% van het wereldenergiegebruik kan verzorgen. Daarbij gaat het met name om het gebruik van biobrandstoffen in transport en in de industrie. Ook kan biomassa worden gebruikt voor elektriciteitsopwekking.