Wanneer de zon op de aarde schijn, wordt een deel van het zonlicht direct teruggekaatst naar het heelal. De rest wordt door de aarde geabsorbeerd en omgezet in warmte.

Met de term 'albedo' wordt het weerkaatsingsvermogen van het aardoppervlak bedoeld. Dus de hoeveelheid zonnestraling die door de aarde gereflecteerd wordt ten opzichte van de totale binnenkomende zonnestraling. Een lichtgekleurd oppervlak heeft meestal een hogere albedo, het weerkaatst meer licht. Verse sneeuw heeft in de natuur de hoogste albedo: maar liefst 90 procent van de zonnestraling wordt er door gereflecteerd. Kale aarde, bos en water hebben juist een heel laag albedo: ze reflecteren soms maar 10 procent van het zonlicht.

Opwarming zorgt voor lagere albedo

De albedo is een belangrijk gegeven binnen de klimaatwetenschap. Wanneer de albedo van het aardoppervlak lager wordt, wordt minder zonnestraling gereflecteerd en meer geabsorbeerd. Het gedeelte dat geabsorbeerd wordt, wordt omgezet in warmte.

Door opwarming van de aarde wordt de hoeveelheid zee-ijs op de Noordpool kleiner en er verdwijnt ook steeds meer landijs als gletsjers. Ook zal Nederland (en heel Europa) in de toekomst zachtere winters hebben. Daarom zal hier bijvoorbeeld minder vaak sneeuw liggen. Al deze factoren dragen bij aan de verlaging van de albedo van het noordelijk halfrond. Door de lagere albedo wordt er meer zonlicht geabsorbeerd en omgezet in warmte. Dat leidt weer tot verdere opwarming van de aarde en het nog meer smelten van ijs.

Positieve terugkoppeling

Verkleining van het albedo is dus een van de effecten die ervoor zorgen dat een temperatuurstijging zichzelf kan versnellen. Dit is een voorbeeld van een positieve terugkoppeling. Een ander voorbeeld is het vrijkomen van gashydraten door smelt van de Siberische permafrost.