De afkorting CDM staat voor Clean Development Mechanism. Het betreft een regeling onder het Kyoto-protocol die landen met een verplichting tot CO2-reductie in staat stelt deze uit te besteden aan ontwikkelingslanden, door daar te investeren in reductieprojecten.

Reductieprojecten

Voor deze reductieprojecten of 'carbon projects' komen verschillende mitigatie-technieken in aanmerking. Naast projecten met duurzame energie, zoals de inrichting van parken voor windenergie en zonne-energie, en de productie van biobrandstoffen, komen ook projecten voor herbebossing (of andere bosaanplant) in aanmerk voor het CDM. Avoided deforestation, het voorkómen van ontbossing, is niet in het oorspronkelijke CDM van het Kyoto-protocol opgenomen. Natuurbeschermingsorganisaties pleiten ervoor dit wel op te nemen in het vervolgverdrag.

Als voorwaarde voor CDM-projecten geldt dat ze additioneel moeten zijn. Dit is in praktijk niet goed te meten, omdat de ontwikkelingslanden los van het CDM ook werk maken van energiebesparing en duurzame energie. De toevoegende waarde van het CDM is het beste aan te tonen bij bijvoorbeeld de afvang van lachgas of HFK's in de industrie; een groot deel van het CDM richt zich dan ook op emissiereductie van deze broeikasgassen. Het CDM draagt op dit moment feitelijk nauwelijks bij aan duurzame energievoorziening in ontwikkelingslanden. Een belangrijk voordeel van CDM is dat het geïndustrialiseerde landen in staat stelt een netto emissiereductie te bereiken tegen lage kosten en lage weerstand van de economische sector.

CO2-compensatie

Naast het CDM bestaan twee andere 'flexibele mechanismen' voor CO2-compensatieemissiehandel, de directe handel in emissierechten, ofwel de hoeveelheid ruimte van landen en bedrijven om broeikasgassen uit te stoten, en JI, of Joint Implementation. JI is een vorm van CDM voor industrielanden onderling. Zo kan het bijvoorbeeld goedkoper zijn om een nieuwe elektriciteitscentrale voor biomassa te bouwen in Oost-Europa dan in Nederland.