Beweging van burgerinitiatieven
De Lokale Energie Monitor 2025 is uit!
Hoeveel energie-initiatieven zijn er? Wat doen ze precies en wat is hun impact? Je leest er alles over in de nieuwste Lokale Energie Monitor.
We gebruiken steeds meer stroom, terwijl onze lokale stroomnetten daar niet op zijn ontworpen. Daardoor ontstaan steeds vaker knelpunten in straten en buurten: netcongestie. Wat is precies het probleem, waardoor wordt het veroorzaakt en wat kunnen we eraan doen? In dit artikel leggen we netcongestie uit, met een focus op het laagspanningsnet.
Netcongestie betekent dat het elektriciteitsnet tijdelijk te weinig capaciteit heeft voor alle stroom die wordt afgenomen of teruggeleverd. In woonwijken gaat het bij netcongestie om het laagspanningsnet: het elektriciteitsnet waar woningen op zijn aangesloten. Het gebeurt bijvoorbeeld wanneer veel zonnepanelen in de buurt tegelijkertijd stroom opwekken en terugleveren.
Het stroomnet is oorspronkelijk aangelegd in een tijd waarin huishoudens relatief weinig stroom gebruikten en stroom centraal werd opgewekt. Tegenwoordig gebruiken we veel meer stroom én we wekken die steeds vaker decentraal op, bijvoorbeeld met zonnepanelen. Die combinatie zorgt voor problemen.
Op zonnige momenten leveren zonnepanelen op veel daken tegelijk grote hoeveelheden stroom terug aan het net. Het lokale net kan die pieken niet altijd verwerken, waardoor omvormers automatisch uitschakelen.
Tegelijkertijd neemt de vraag naar stroom toe door de groei van elektrische auto’s, (hybride) warmtepompen en koken op inductie. Dit leidt tot hoge afnamepieken, vooral in de winter en in de avonduren. Door die pieken raakt het lokale stroomnet overbelast en dit heet netcongestie.
Om de pieken op te vangen moeten zowel het middenspanningsnet als het laagspanningsnet op veel plekken worden verzwaard. Dat is echter kostbaar, ruimtelijk ingrijpend en het kost al snel 15 jaar om alle tienduizenden laagspanningsnetten te verzwaren. Door slimmer met stroom om te gaan, kan een groot deel van deze verzwaring worden voorkomen. Ook is er in de netten die nog niet zijn verzwaard het een en ander mogelijk.
In dit artikel richten we ons op het laagspanningsnet: het deel van het stroomnet waar huishoudens en kleine bedrijven op zijn aangesloten. Dat is het schaalniveau waarop de verslimming plaats moet vinden. De knelpunten op de hogere schaalniveaus kunnen alleen door de netbeheerders worden opgelost.
Het middenspanningsnet en het laagspanningsnet verschillen vooral in spanning, functie en schaal. Het middenspanningsnet transporteert stroom met spanningen van ongeveer 10 tot 50 kilovolt over grotere afstanden binnen een regio en verbindt hoogspanningsstations met wijk- en bedrijventerreinen; het is bedoeld voor efficiënt transport met beperkte verliezen.
Het laagspanningsnet verlaagt deze spanning via transformatorhuisjes naar 400 volt en levert de elektriciteit direct met 230 volt aan huishoudens, kleine bedrijven en openbare voorzieningen, waar veilige en gebruiksvriendelijke spanning nodig is voor dagelijks gebruik.
Het laagspanningsnet is het elektriciteitsnet waarop kleinverbruikers zijn aangesloten, zoals huishoudens en kleine bedrijven. Nederland telt ongeveer 30.000 van die laagspanningsnetten. Elk net bedient enkele tientallen tot een paar honderd woningen en soms enkele tientallen bedrijven.
Belangrijke kenmerken:
In de rest van dit artikel gebruiken we afkortingen:
Met een aansluiting van 3 × 25 A kan een huishouden maximaal ongeveer 17 kW tegelijk gebruiken. Individueel is dat ruim voldoende om meerdere apparaten tegelijk te laten draaien.
Hoeveel vermogen in watt dat een huishouden maximaal tegelijk kan gebruiken, reken je uit door het aantal volt spanning te vermenigvuldigen met het aantal ampère stroomsterkte. Dus bijvoorbeeld 3 x 230 volt x 25 ampère is 17.250 watt oftewel 17,25 kilowatt.
Het probleem is echter dat het laagspanningsnet niet is ontworpen om dit vermogen bij alle woningen tegelijk te leveren. Bij de aanleg ging de netbeheerder ervan uit dat huishoudens gemiddeld slechts 1,5 kW tegelijk zouden gebruiken. De capaciteit van transformatorhuisjes is hierop afgestemd.
Een transformatorhuisje, door netbeheerders vaak middenspanningsruimte genoemd, heeft doorgaans een vermogen tussen de 200 en 700 kW. Op een transformator van 400 kW kunnen in de oude situatie bijvoorbeeld ruim 250 woningen worden aangesloten.
Maar nu die huizen veel meer stroom gaan gebruiken, past dat niet meer. Ook de kabels in het laagspanningsnet zijn vaak te dun, vooral aan het einde van een net, en moeten in veel gevallen worden verzwaard.
Netbeheerders zijn inmiddels grootschalige verzwaringsprogramma’s gestart. In de komende jaren worden:
Toch is het niet haalbaar om het net zo zwaar te maken dat alle theoretisch mogelijke pieken altijd kunnen worden opgevangen. Die pieken zijn simpelweg te hoog. Dat zou:
Daarom is het noodzakelijk om netverzwaring te combineren met slimmer gebruik van het net. Het stroomnet wordt het grootste deel van de dag maar beperkt benut. Door vraag en aanbod beter te spreiden kan de benodigde verzwaring aanzienlijk worden beperkt.
In de praktijk zal per buurt de juiste balans moeten worden gevonden. Dit wordt ook wel flexibiliteit genoemd: het vermogen om het moment van stroomgebruik aan te passen aan de beschikbare netcapaciteit.
Het onderstaande schema van Enexis laat voor een buurt zien hoeveel netverzwaring nodig is als we gaan van een gemiddeld gebruik van 1,5 kW per woning naar gemiddeld 8 kW, 4 kW en 2 kW. Het maakt duidelijk dat slim gebruik een groot verschil kan maken.

Hoeveel energie-initiatieven zijn er? Wat doen ze precies en wat is hun impact? Je leest er alles over in de nieuwste Lokale Energie Monitor.
Ongeveer 3 miljoen huishoudens hebben inmiddels zonnepanelen. Gemiddeld gaat het om tien panelen per woning, met een gezamenlijk piekvermogen van circa 4 kW. In steeds meer laagspanningsnetten produceren deze panelen op zonnige momenten meer stroom dan het net aankan. Daardoor schakelen omvormers tijdelijk uit en wekken de huishoudens op dat moment geen stroom op voor eigen gebruik of levering aan het net.
Het aantal elektrische auto’s groeit snel. Volgens kennis- en innovatiecentrum van de netbeheerders E-laad neemt het aantal toe van bijna 700.000 in 2025 naar ruim 2 miljoen in 2030 en circa 4,5 miljoen in 2035. In 2050 zullen vrijwel alle auto’s elektrisch zijn.
Een elektrische auto verbruikt gemiddeld ongeveer 0,2 kWh per kilometer. Dat komt neer op ruim 3.000 kWh per jaar, vergelijkbaar met het huidige gemiddelde huishoudelijke stroomverbruik.
Het laadvermogen bij thuisladen en publieke laadpalen varieert van 3,7 tot 22 kW. Netbeheerders rekenen doorgaans met 11 kW.
Slim laden – waarbij het laden wordt afgestemd op de stroomprijs, beschikbaarheid van duurzame energie en netbelasting – kan de piekbelasting ongeveer halveren. Bij publieke laadpalen kan dit via regelgeving worden afgedwongen. Concreet betekent dit dat het vermogen van de laadpaal teruggaat naar 4 kW. Voor thuisladen is een buurtgerichte aanpak nodig.
Warmtepompen zorgen eveneens voor een forse toename van het stroomverbruik. Een huishouden dat nu 1.200 m³ aardgas verbruikt, zal ongeveer 3.000 kWh extra stroom nodig hebben als het overstapt op een volledig elektrische warmtepomp.
Veel lucht-waterwarmtepompen beschikken daarnaast over een elektrisch element van 2 tot 6 kW. Het wordt afhankelijk van het type warmtepomp gebruikt voor legionellapreventie, tapwaterverwarming en aanvullende verwarming op zeer koude dagen. In de praktijk zijn er steeds meer warmtepompen die dit element vrijwel niet gebruiken, maar bijvoorbeeld alleen als back-up bij een storing.
Zonder elektrisch element vraagt een warmtepomp circa 1 kW; met element kan dit oplopen tot 3-7 kW. Of en hoe het elektrisch element wordt ingezet, is van cruciaal belang bij het bepalen hoeveel het stroomnet verzwaard moet worden. Warmtepompen die de bodem of een zeer-lage-temperatuur-warmtenet als bron gebruiken, belasten het net minder.
De verwachting is dat in ongeveer 2030 per jaar 300.000 nieuwe warmtepompen worden geïnstalleerd. Uiteindelijk zijn in 2050 volgens de huidige verwachtingen warmtepompen in de helft van alle buurten het alternatief voor aardgas.
Netbeheerders gaan ervan uit dat alle huishoudens de komende jaren overstappen op inductie. Een inductiekookplaat kan op piekmomenten al snel 5 kW of meer vragen. Het jaarlijkse verbruik is beperkt (circa 175 kWh), maar inductie koken leidt wel tot een kleine, onvermijdelijke extra netverzwaring.
Het aantal airco’s is sterk gegroeid en ligt inmiddels boven de 3 miljoen. TNO verwacht dat in 2030 ruim 40% van de huishoudens een airco heeft. Airco’s worden vaker gebruikt voor verwarming dan voor koeling en zijn relatief efficiënt.
De netwerkbedrijven gaan uit van een verdere toename van thuisbatterijen en buurtbatterijen. Deze kunnen:
Daar staat tegenover dat deze batterijen er ook voor kunnen zorgen dat de vraag naar stroom en daardoor de piek hoger wordt. Dat kan met name gebeuren als de batterijen goedkope stroom inkopen bij lage prijzen op de day ahead markt of als ze worden ingezet voor landelijke balanceringsdiensten op de onbalansmarkt. Batterijen kunnen met andere woorden ook spanningsproblemen veroorzaken en transportschaarste vergroten.
De netwerkbedrijven pleiten ervoor dat er landelijke richtlijnen komen om dit te voorkomen. Ze nemen daarom deze mogelijke extra stroomvraag niet mee in hun berekening voor de verzwaring van het net.
Lees verder over het energiesysteem, verschillende markten en balancering van het stroomnet.
De benodigde capaciteit van het laagspanningsnet wordt bepaald door de hoogste jaarlijkse piek, meestal op een koude winteravond. Netbeheerders maken voor alle buurten prognoses van het toekomstige stroomverbruik en prioriteren op basis daarvan waar verzwaring nodig is.
De belangrijkste factoren zijn:
Bij elektrische auto’s rekenen netbeheerders momenteel zonder slim laden en met een gelijktijdige belastinggraad van 25%. Dat leidt tot een gemiddelde verzwaring van 2,7 kW per huishouden met een eigen laadpaal. Bij publieke laadpalen wordt gerekend met 1,3 kW per laadpaal, omdat slim laden verplicht wordt. Mobiliteitspleinen kunnen sterk bijdragen aan minder verzwaring van het laagspanningsnet, omdat deze op het middenspanningsnet kunnen worden aangesloten.
Bij volledig elektrische buurten rekenen netbeheerders met gemiddeld 5 kW per warmtepomp en een gelijktijdige belastinggraad van 70%. Dat leidt tot 3,6 kW verzwaring per huishouden. Slimme aansturing kan dit verlagen tot ongeveer 2,5 kW.
Er zijn nog geen rekengetallen voor de combinatie van een warmtepomp met een zeer-lage-temperatuurnet. De verwachting is dat deze ongeveer op de helft van lucht-waterwarmtepompen liggen.
Voor inductiekoken wordt gerekend met een vaste verhoging van 0,3 kW per huishouden. Netbeheerders verwachten dat airco’s tijdens de winterpiek geen significante extra netverzwaring veroorzaken.
De getallen waar de netbeheerders mee werken, zijn duidelijk aan de hoge kant. De reden hiervoor is dat ze zekerheid willen dat in alle tienduizenden laagspanningsnetten geen problemen ontstaan.
De netwerkbedrijven houden geen rekening met zonnepanelen bij de berekening van de benodigde verzwaring van het laagspanningsnet. De reden daarvoor is dat de omvormers vanzelf uitschakelen als in een laagspanningsnet te veel zonnestroom wordt opgewekt.
Een verdere groei van zonnepanelen kan echter wel zorgen voor extra problemen op het middenspanningsnet en zelfs het hoogspanningsnet. Tegelijk zijn meer zonnepanelen wel hard nodig voor een duurzame energievoorziening. Deze groei is alleen mogelijk als tegelijkertijd de lokale vraag naar zonnestroom toeneemt. In het artikel ‘praktische stappen naar een buurtenergieplan’ gaan we hier nader op in.
Zoals eerder aangegeven is het in de praktijk onmogelijk om alleen te kiezen voor netverzwaring. Het wordt te duur, er is onvoldoende ruimte en de netbeheerders hebben onvoldoende capaciteit beschikbaar. Daarom hebben de netbeheerders besloten de verzwaring te beperken tot 5 kW per huishouden.
Met name voor wijken waar gekozen wordt voor warmtepompen is dit zonder verslimming in de praktijk te weinig, Daarom zijn aanvullende maatregelen nodig. In het artikel Netcongestie in de buurt: praktische stappen naar een buurtenergieplan gaan we hier nader op in.
De overheid en netbeheerders werken aan een samenhangend pakket maatregelen om netcongestie te beperken, met name:
Daarnaast werken netbeheerders aan meer transparantie. Huishoudens kunnen nu al via de Stroomnetchecker zien of er ruimte is voor een zwaardere aansluiting. Daarnaast werken de netbedrijven aan een nieuwe app Buurtnet waarmee bewoners inzicht krijgen in de capaciteit en belasting van hun lokale laagspanningsnet.
Netcongestie betekent dat het elektriciteitsnet op bepaalde momenten onvoldoende capaciteit heeft om alle vraag naar of aanbod van elektriciteit te verwerken. Het net werkt dan nog wel, maar loopt tegen zijn grenzen aan.
Een stroomstoring is iets anders: daarbij valt de levering van elektriciteit geheel of gedeeltelijk uit door bijvoorbeeld een defect, beschadiging van kabels of werkzaamheden.
Netcongestie kan leiden tot wachttijden voor nieuwe aansluitingen of beperkingen in het gebruik van het net, terwijl een stroomstoring direct zorgt voor een onderbreking van de stroomvoorziening.
Op zonnige dagen wekken veel zonnepanelen in een buurt tegelijkertijd stroom op. Als het lokale elektriciteitsnet deze hoeveelheid stroom niet goed kan afvoeren, stijgt de netspanning.
Om schade aan het elektriciteitsnet en elektrische apparaten te voorkomen, schakelt de omvormer van zonnepanelen zichzelf tijdelijk uit. Hierdoor leveren de zonnepanelen korte tijd geen stroom terug aan het net.
Dit verschijnsel komt vooral in buurten waar veel zonne-energie wordt opgewekt en de capaciteit van het laagspanningsnet beperkt is.
Het laagspanningsnet is het deel van het elektriciteitsnet dat woningen, scholen, winkels en andere kleine gebruikers van stroom voorziet.
Dit netwerk bestaat uit de kabels en transformatorhuisjes in straten en buurten. Via het laagspanningsnet komt elektriciteit vanuit het regionale net bij huishoudens terecht.
Andersom wordt stroom van zonnepanelen op woningen via ditzelfde net teruggeleverd. Netcongestie in woonwijken ontstaan op het laagspanningsnet.
Ja, maar dat kost tijd en vraagt om meerdere maatregelen. Netbeheerders breiden het elektriciteitsnet uit door kabels te verzwaren en nieuwe transformatorstations te plaatsen.
Daarnaast kunnen vraag en aanbod van elektriciteit beter over de dag worden verdeeld, bijvoorbeeld door slim laden van elektrische auto's, energiemanagementsystemen en het tijdelijk opslaan van stroom.
Ook kunnen bewoners, bedrijven en energiecoöperaties bijdragen door elektriciteit meer te gebruiken op momenten dat er veel duurzame stroom beschikbaar is.
Een thuisbatterij kan helpen om netcongestie te verminderen als deze overtollige zonnestroom opslaat en later gebruikt. Hierdoor hoeft minder elektriciteit direct teruggeleverd te worden aan het net op momenten van grote drukte.
Het effect hangt wel af van hoe de batterij wordt aangestuurd. Als veel batterijen tegelijkertijd laden of ontladen, kunnen ze juist nieuwe pieken veroorzaken. Daarom wordt steeds vaker gekeken naar slimme aansturing van thuisbatterijen als onderdeel van een flexibeler energiesysteem.
Een warmtepomp gebruikt elektriciteit om een woning te verwarmen en zorgt daardoor voor extra vraag naar stroom. Vooral in de winter, wanneer veel huishoudens tegelijkertijd verwarmen, kan dit leiden tot hogere belasting van het elektriciteitsnet.
Tegelijkertijd zijn warmtepompen belangrijk voor de verduurzaming van woningen. De impact op het stroomnet kan worden beperkt door woningen goed te isoleren, warmtepompen slim aan te sturen en energieverbruik beter over de dag te spreiden.

Binnen een energiegemeenschap is het mogelijk om opgewekte stroom van de ene deelnemer te verrekenen met gebruikte stroom van een ander. Dit noemen we energiedelen. In dit artikel leggen we uit hoe

De manier waarop huishoudens betalen voor het gebruik van het stroomnet gaat veranderen vanaf 2029. Wie veel stroom gebruikt op momenten dat het druk is op het net krijgt een hogere rekening dan wie

Om te zorgen dat het Nederlandse stroomnet altijd stroom levert, moet het hele energiesysteem functioneren. In dit artikel leggen we uit hoe dat eruitziet, welke markten relevant zijn, en wat de