
Wat wordt bedoeld met flexibiliteit op het stroomnet?
Het woord flexibiliteit komt steeds vaker terug in artikelen en rapporten over onze elektriciteitsvoorziening. In dit artikel lees je waarom dat zo is en wat ermee bedoeld wordt.
Steeds meer buurten lopen tegen netcongestie aan. Dit betekent dat het elektriciteitsnet overbelast raakt doordat we meer stroom gebruiken. Daarvoor zijn voornamelijk twee oplossingen mogelijk: het net verzwaren en de piekbelasting verminderen. In dit artikel lees je hoe dat laatste er in de praktijk uitziet.
Als het stroomnet in de buurt tegen haar grenzen loopt, kan het verzwaard worden. Maar een forse netverzwaring – bijvoorbeeld naar 4 kW of meer per huishouden – heeft grote gevolgen. Het betekent extra transformatorhuisjes, dikkere kabels in de grond en veel werkzaamheden in de straat. Oftewel overlast en hogere kosten voor iedereen. Bovendien hebben netbeheerders simpelweg niet genoeg capaciteit om dit overal snel te realiseren.
Daarom is het verminderen van piekbelasting minstens zo belangrijk. Maar hoe pak je dat praktisch aan?
Vooral in een wijk waar bewoners elektrisch gaan koken, een eigen laadpaal aan huis krijgen en overstappen op een volledig elektrische warmtepomp loopt de benodigde capaciteit flink op.
Per huishouden gaat het gemiddeld om:
Samen kom je dan uit op ongeveer 8,1 kW per huishouden. Dat is meer dan vijf keer zoveel als de huidige capaciteit van 1,5 kW. Zonder slimme afspraken betekent dat: meer transformatorhuisjes en veel nieuwe kabels in de grond.
Maar het kan slimmer.
In het artikel ‘netcongestie in straten en buurten, het probleem uitgelegd’ leggen we uit hoe netwerkbedrijven de omvang van de netverzwaring berekenen in de huidige situatie waar nog onvoldoende aandacht is voor slim netgebruik.
Een praktische oplossing is dat bewoners, bedrijven en instellingen samen – onder regie van de gemeente – een buurtenergiegemeenschap vormen en een buurtenergieplan opstellen.
De kern van zo’n plan:
Zo kan een buurt mogelijk volstaan met bijvoorbeeld 2 tot 4 kW per huishouden, in plaats van 8 kW.
Op bedrijventerreinen gebeurt dit al; daar noemt men het een energiehub. Voor woonwijken is dit nog nieuw, maar waarschijnlijk onmisbaar om netverzwaring binnen grenzen te houden.
Bij het opstellen van zo’n plan kun je aansluiten bij de landelijke aanpak van de rijksoverheid en de netbeheerders. Daarom schetsen we eerst kort wat er landelijk al gebeurt. Daarna zoomen we in op het individuele niveau: wat kun je als huishouden zelf doen? Tot slot kijken we naar het buurtniveau. Welke onderdelen horen in een buurtenergieplan? En welke eerste stappen kun je zetten om zo’n plan samen te maken?
De overheid en netbeheerders werken aan maatregelen om netcongestie te beperken:
Op dit moment betalen huishoudens ongeveer 10 cent per kWh nettarief. Het idee is om dit tarief in de drukke uren behoorlijk te verhogen en in de uren met weinig stroomvraag behoorlijk te verlagen. Zo worden huishoudens gemotiveerd om het eigen stroomverbruik in te verplaatsen naar momenten dat het net het beter aankan.
Het nieuwe nettarief wordt verwacht vanaf 2028. De onderzoeken die hiervoor worden gedaan zijn te vinden op de site van Netbeheer Nederland.
Laadpalen en warmtepompen die automatisch rekening houden met netbelasting.
Systemen die apparaten in huis met elkaar laten communiceren (zonnepanelen, batterij, laadpaal, warmtepomp). Hiervoor is een open en toekomstvast communicatieprotocol nodig.
Deze moeten voorkomen dat batterijen juist extra pieken in het stroomgebruik veroorzaken.
Afspraken die buurten kunnen maken met de netbeheerder, vergelijkbaar met energiehubs op bedrijventerreinen. Verderop in dit artikel gaan we hier nader op in.
In extreme situaties kan de netbeheerder dan tijdelijk het vermogen van bijvoorbeeld laadpalen of warmtepompen beperken om stroomuitval te voorkomen (zoals in Duitsland al gebeurt).
Daarnaast komt er meer transparantie via apps zoals Buurtnet en de Stroomnetchecker, waarmee bewoners inzicht krijgen in de belasting van hun lokale net.
Huishoudens kunnen op verschillende manieren bijdragen:
Een batterij kan helpen, maar het effect wordt vaak overschat. In een recente studie concludeert CE Delft dat er juist een zeer grote kans is dat thuisbatterijen (en ook buurtbatterijen) zullen leiden tot een grote toename van de netbelasting. Veel batterijen reageren op landelijke stroomprijzen en niet op lokale netproblemen. Daardoor kunnen ze soms juist extra druk op het net veroorzaken, bijvoorbeeld als het hard waait op zee en de stroomprijs ondanks een hoge vraag laag is.
Hetzelfde geldt voor dynamische energiecontracten: vaak helpen ze, maar niet altijd gegarandeerd.
In de praktijk zullen de meeste mensen kiezen voor een partij die al deze slimme oplossingen voor hen regelt. Dit kan de eigen energieleverancier zijn of de partij waar de zonnepanelen, de warmtepomp en/of de thuisbatterij is gekocht. Het wordt in de toekomst hopelijk ook mogelijk dat een buurtenergiegemeenschap dit doet, als uitwerking van het buurtenergieplan.
Om het stroomnet niet teveel belasten, is het belangrijk dat bewoners begrijpen dat zonnepanelen, warmtepompen, laadpalen, airco’s en inductiekookplaten kunnen leiden tot knelpunten én dat iedereen kan bijdragen aan de aanpak ervan. De aangepaste nettarieven kunnen daarbij vanaf 2028 enorm helpen. En het helpt natuurlijk ook als het buurtenergieplan bijdraagt aan de verhoging van het eigen gebruik van zonne-energie.
Een buurtgerichte aanpak richt zich vooral op duurzame warmtevoorziening en laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer. Daarover kunnen met de gemeente en de netbeheerder afspraken gemaakt worden in een buurtenergieplan.
In plaats van volledig elektrische warmtepompen per woning kan in een buurtenergieplan afgesproken worden dat ingezet wordt op een aardgasalternatief dat het stroomnet in de buurt minder belast. Dat kan zijn:
In een buurtplan kun je ook afspreken:
Er zijn verschillende manieren om elektrische auto’s te laden, en die belasten het stroomnet in de buurt niet evenveel. De mogelijkheden:
Privélaadpalen kunnen voor veel netbelasting zorgen als ze niet begrensd worden. Bij publieke laadpalen is begrenzing makkelijker te realiseren.
Een slim laadplein kan ook een goede oplossing zijn. Daarbij kunnen meerdere slimme laadpunten op één aansluiting en wordt het beschikbare vermogen slim verdeeld. Door laadsessies slim te plannen kunnen meer auto’s kunnen laden op minder plek. Potentieel kunnen de laadpunten ook stroom terugleveren. En het kan gecombineerd worden met deelauto’s.
In een buurtenergieplan kan worden afgesproken hoe de laadinfrastructuur eruit komt te zien. En net als bij warmtepompen zou kunnen worden afgesproken dat de netbeheerder de capaciteit van laadpalen in extreme gevallen mag begrenzen.
De Handreiking Netbewuste Gebiedsontwikkeling van TKI Urban Energy biedt een goed overzicht van de maatregelen die een buurt kan nemen om de netverzwaring te beperken.
Om bovenstaande goed te organiseren, is het nodig om:
Een buurt kan concreet beginnen met:
Door daadwerkelijk te meten ontstaat inzicht in:
Binnen het project local4local is inmiddels veel ervaring opgedaan met het op kwartierbasis meten van het stroomverbruik van de verschillende huishoudens. Dit project is met name gericht op meer direct gebruik van duurzame stroom uit coöperatieve wind- en zonprojecten. In het kader van dit project is een uitgebreide kennisbank gemaakt met de nodige informatie over dit onderwerp.

Het woord flexibiliteit komt steeds vaker terug in artikelen en rapporten over onze elektriciteitsvoorziening. In dit artikel lees je waarom dat zo is en wat ermee bedoeld wordt.

We gebruiken steeds meer elektriciteit, terwijl onze lokale stroomnetten daar niet op zijn ontworpen. Daardoor ontstaan steeds vaker knelpunten in straten en buurten. Wat is precies het probleem