Beweging van burgerinitiatieven
De Lokale Energie Monitor 2025 is uit!
Hoeveel energie-initiatieven zijn er? Wat doen ze precies en wat is hun impact? Je leest er alles over in de nieuwste Lokale Energie Monitor.
Steeds meer buurten lopen tegen netcongestie aan. Dit betekent dat het elektriciteitsnet overbelast raakt doordat we meer stroom gebruiken. Daarvoor zijn voornamelijk twee oplossingen mogelijk: het net verzwaren en de piekbelasting verminderen. In dit artikel lees je hoe dat laatste er in de praktijk uitziet.
Als het stroomnet in de buurt tegen haar grenzen loopt, kan het verzwaard worden. Maar een forse netverzwaring – bijvoorbeeld naar 4 kW of meer per huishouden – heeft grote gevolgen. Het betekent extra transformatorhuisjes, dikkere kabels in de grond en veel werkzaamheden in de straat. Oftewel overlast en hogere kosten voor iedereen. Bovendien hebben netbeheerders simpelweg niet genoeg capaciteit om dit overal snel te realiseren.
Daarom is het verminderen van piekbelasting minstens zo belangrijk. Maar hoe pak je dat praktisch aan?
Vooral in een wijk waar bewoners elektrisch gaan koken, een eigen laadpaal aan huis krijgen en overstappen op een volledig elektrische warmtepomp loopt de benodigde capaciteit flink op.
Per huishouden gaat het gemiddeld om:
Samen kom je dan uit op ongeveer 8,1 kW per huishouden. Dat is meer dan vijf keer zoveel als de huidige capaciteit van 1,5 kW. Zonder slimme afspraken betekent dat: meer transformatorhuisjes en veel nieuwe kabels in de grond.
De netbeheerders zijn tot de conclusie gekomen dat dit in de praktijk onuitvoerbaar is. Zij kiezen er daarom voor om de netverzwaring te beperken tot 5 KW per huishouden. Dat betekent dat in wijken die nu kiezen voor volledig elektrische warmtepompen aanvullende maatregelen nodig zijn om de piek te beperken.
Want het kan slimmer.
In het artikel ‘netcongestie in straten en buurten, het probleem uitgelegd’ leggen we uit hoe netbeheerders de omvang van de piek in het stroomverbruik berekenen in de huidige situatie waar nog onvoldoende aandacht is voor slim netgebruik.
Een praktische oplossing is dat bewoners, bedrijven en instellingen samen – onder regie van de gemeente – een buurtenergiegemeenschap vormen en een buurtenergieplan opstellen.
De kern van zo’n plan:
Zo kan een buurt mogelijk volstaan met 5 kW per huishouden, in plaats van 8 kW.
Op bedrijventerreinen gebeurt dit al; daar noemt men het een energiehub. Voor woonwijken is dit nog nieuw, maar in veel gevallen onmisbaar om netverzwaring binnen grenzen te houden.
Bij het opstellen van zo’n plan kun je aansluiten bij de landelijke aanpak van de rijksoverheid en de netbeheerders. Daarom schetsen we eerst kort wat er landelijk al gebeurt. Daarna zoomen we in op het individuele niveau: wat kun je als huishouden zelf doen? Tot slot kijken we naar het buurtniveau. Welke onderdelen horen in een buurtenergieplan? En welke eerste stappen kun je zetten om zo’n plan samen te maken?
Hoeveel energie-initiatieven zijn er? Wat doen ze precies en wat is hun impact? Je leest er alles over in de nieuwste Lokale Energie Monitor.
De overheid en netbeheerders werken aan maatregelen om netcongestie te beperken:
Op dit moment betalen huishoudens ongeveer 10 cent per kWh nettarief. Het idee is om dit tarief in de drukke uren behoorlijk te verhogen en in de uren met weinig stroomvraag behoorlijk te verlagen. Zo worden huishoudens gemotiveerd om het eigen stroomverbruik in te verplaatsen naar momenten dat het net het beter aankan.
Het nieuwe nettarief wordt verwacht vanaf 2029. Je leest er meer over in ons artikel over tijdsafhankelijke nettarieven.
Laadpalen en warmtepompen die automatisch rekening houden met netbelasting.
Systemen die apparaten in huis met elkaar laten communiceren (zonnepanelen, batterij, laadpaal, warmtepomp). Hiervoor is een open en toekomstvast communicatieprotocol nodig, omdat anders apparaten van verschillende merken elkaar niet begrijpen.
Deze moeten voorkomen dat batterijen juist extra pieken in het stroomgebruik veroorzaken.
Afspraken die buurten kunnen maken met de netbeheerder, vergelijkbaar met energiehubs op bedrijventerreinen. Verderop in dit artikel gaan we hier nader op in.
In extreme situaties kan de netbeheerder dan tijdelijk het vermogen van bijvoorbeeld laadpalen of warmtepompen beperken om stroomuitval te voorkomen (zoals in Duitsland al gebeurt).
Daarnaast komt er meer transparantie via apps zoals Buurtnet en de Stroomnetchecker, waarmee bewoners inzicht krijgen in de belasting van hun lokale net.
Huishoudens kunnen op verschillende manieren bijdragen:
Een batterij kan helpen, maar het effect wordt vaak overschat. In een recente studie concludeert CE Delft dat er juist een zeer grote kans is dat thuisbatterijen (en ook buurtbatterijen) zullen leiden tot een grote toename van de netbelasting. Veel batterijen reageren op landelijke stroomprijzen en niet op lokale netproblemen. Daardoor kunnen ze soms juist extra druk op het net veroorzaken, bijvoorbeeld als het hard waait op zee en de stroomprijs ondanks een hoge vraag laag is.
Hetzelfde geldt voor dynamische energiecontracten: vaak helpen ze, maar niet altijd gegarandeerd.
In de praktijk zullen de meeste mensen kiezen voor een partij die al deze slimme oplossingen voor hen regelt. Dit kan de eigen energieleverancier zijn of de partij waar de zonnepanelen, de warmtepomp en/of de thuisbatterij is gekocht. Het wordt in de toekomst hopelijk ook mogelijk dat een buurtenergiegemeenschap dit doet, als uitwerking van het buurtenergieplan.
Om het stroomnet niet teveel belasten, is het belangrijk dat bewoners begrijpen dat zonnepanelen, warmtepompen, laadpalen, airco’s en inductiekookplaten kunnen leiden tot knelpunten én dat iedereen kan bijdragen aan de aanpak ervan. De aangepaste nettarieven kunnen daarbij vanaf 2028 enorm helpen. En het helpt natuurlijk ook als het buurtenergieplan bijdraagt aan de verhoging van het eigen gebruik van zonne-energie.
Een buurtgerichte aanpak richt zich vooral op duurzame warmtevoorziening en laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer. Daarover kunnen met de gemeente en de netbeheerder afspraken gemaakt worden in een buurtenergieplan.
In plaats van volledig elektrische warmtepompen per woning kan in een buurtenergieplan afgesproken worden dat ingezet wordt op een aardgasalternatief dat het stroomnet in de buurt minder belast. Dat kan zijn:
In een buurtplan kun je ook afspreken:
Er zijn verschillende manieren om elektrische auto’s te laden, en die belasten het stroomnet in de buurt niet evenveel. De mogelijkheden:
Privélaadpalen kunnen voor veel netbelasting zorgen als ze niet begrensd worden. Bij publieke laadpalen is begrenzing makkelijker te realiseren.
Een slim laadplein kan ook een goede oplossing zijn. Daarbij kunnen meerdere slimme laadpunten op één aansluiting en wordt het beschikbare vermogen slim verdeeld. Door laadsessies slim te plannen kunnen meer auto’s kunnen laden op minder plek. Potentieel kunnen de laadpunten ook stroom terugleveren. En het kan gecombineerd worden met deelauto’s.
In een buurtenergieplan kan worden afgesproken hoe de laadinfrastructuur eruit komt te zien. En net als bij warmtepompen zou kunnen worden afgesproken dat de netbeheerder de capaciteit van laadpalen in extreme gevallen mag begrenzen.
Omdat omvormers uitvallen bij teveel zonnestroom op het laagspanningsnet zou je kunnen denken dat je niet na hoeft te denken over zonnestroom in een buurtenergieplan. Dat is echter wel het geval.
De eerste reden is dat een verdere sterke groei van zonne-energie nodig is voor een duurzame energievoorziening. De tweede reden is de afschaffing van de salderingsregeling. Hierdoor wordt het voor alle eigenaren van zonnepanelen heel interessant om meer opgewekte zonnestroom in de eigen buurt te gebruiken. Het enthousiasme voor een buurtenergieplan kan hierdoor sterk toenemen. De derde reden is dat zonnepanelen nu al zorgen voor extra problemen op het middenspanningsnet en zelfs het hoogspanningsnet. Een verdere sterke groei van zonnestroom is alleen mogelijk als tegelijkertijd de lokale vraag naar zonnestroom toeneemt.
Het grote probleem is de koppeling van vraag en aanbod. Slim (bi-directioneel) laden en batterijen zijn daarbij belangrijke aandachtspunten. En kwantitatief gezien kan het heel interessant zijn om zonnestroom te gebruiken voor de opslag van warmte in de zomer om deze in de winter te gebruiken.
Om bovenstaande goed te organiseren in wijken waar de 5 kW grens kan worden overschreden, is het nodig om een buurtenergiegemeenschap op te richten. Deze bestaat uit bewoners, bedrijven en organisaties, en is gericht op efficiënt stroomgebruik. De gemeenschap kan maatregelen invoeren om de verwachte piek te beperken.
In een aantal gevallen kan het ook nodig zijn om een Groeps Transport Overeenkomst af te sluiten tussen deze buurtenergiegemeenschap en de netbeheerder. Bijvoorbeeld als er veel stroom nodig is voor een collectieve warmtepomp.
De Handreiking Netbewuste Gebiedsontwikkeling van TKI Urban Energy biedt een goed overzicht van de maatregelen die een buurt kan nemen om de netverzwaring te beperken.
Een buurt kan concreet beginnen met:
Door daadwerkelijk te meten ontstaat inzicht in:
Binnen het project local4local is inmiddels veel ervaring opgedaan met het op kwartierbasis meten van het stroomverbruik van de verschillende huishoudens. Dit project is met name gericht op meer direct gebruik van duurzame stroom uit coöperatieve wind- en zonprojecten. In het kader van dit project is een uitgebreide kennisbank gemaakt met de nodige informatie over dit onderwerp.

Hoe werkt het Nederlandse energiesysteem? Wie zorgt ervoor dat er altijd elektriciteit uit het stopcontact komt? En welke rol spelen TenneT, regionale netbeheerders, energieleveranciers en

Binnen een energiegemeenschap is het mogelijk om opgewekte stroom van de ene deelnemer te verrekenen met gebruikte stroom van een ander. Dit noemen we energiedelen. In dit artikel leggen we uit hoe

De manier waarop huishoudens betalen voor het gebruik van het stroomnet gaat veranderen vanaf 2029. Wie veel stroom gebruikt op momenten dat het druk is op het net krijgt een hogere rekening dan wie