Een manier om de hogere concentratie van broeikasgassen als CO2 in de atmosfeer tegen te gaan, is het weer uit de lucht halen. Dat kan door middel van CO2-opslag, ofwel het wegstoppen van CO2 (of andere broeikasgassen) in bossen, in diepe aardlagen of in de oceaan. CO2-opslag is daarmee een manier om klimaatverandering tegen te gaan.

Een natuurlijk proces

CO2-opslag is ook een natuurlijk proces. Voordat de mensheid CO2 begon toe te voegen aan de atmosfeer door het verbranden van fossiele brandstoffen, was er een balans tussen de uitstoot en opslag van CO2. Planten en bomen slaan CO2 op en stoten zuurstof uit. Dieren, waaronder ook mensen, zetten het zuurstof weer om in CO2 als we ademen. Door deze balans, die de natuurlijke koolstofkringloop wordt genoemd, bleef de concentratie in de atmosfeer stabiel. Onze activiteiten doorbreken de natuurlijke kringloop, en dat is de oorzaak van de verandering in het klimaat.

CO2 opslaan in de bodem

Het voorkomen van uitstoot blijft de beste strategie om klimaatverandering te komen, maar opslag kan ook helpen. Dat kan bijvoorbeeld door het planten van extra bossen (herbebossing), of het voorkomen van ontbossing. Een nieuwe techniek die men wil gebruiken is Carbon Capture and Storage (CCS), oftewel het vangen van CO2 en het opslaan in de bodem. Bijvoorbeeld in oude gasvelden. Volgens het klimaatpanel IPCC heeft CCS de potentie om 10 tot 55 procent van de hoeveelheid CO2 die we tot het jaar 2100 uitstoten, er weer uit te halen.