
Wat is energiedelen in een energiegemeenschap?
Binnen een energiegemeenschap is het mogelijk om opgewekte stroom van de ene deelnemer te verrekenen met gebruikte stroom van een ander. Dit noemen we energiedelen. In dit artikel leggen we uit hoe
De manier waarop huishoudens betalen voor het gebruik van het stroomnet gaat veranderen vanaf 2029. Wie veel stroom gebruikt op momenten dat het druk is op het net krijgt een hogere rekening dan wie weinig gebruikt of drukte mijdt. In dit artikel leggen we uit hoe dat er in de praktijk uitziet.
Op dit moment betaalt iedereen een vast bedrag voor de stroomaansluiting in huis. Het maakt daarbij niet uit hoeveel stroom wordt gebruikt. Deze kosten zijn enkel voor het beheren van het stroomnet en de aansluiting in huis. Ze staan dus los van de kosten die mensen aan de energieleverancier betalen voor de stroom die ze afnemen.
De netbeheerders willen in 2029 overstappen op een ander systeem, namelijk tijdsafhankelijke nettarieven. In plaats van een vast bedrag te betalen, hangt de rekening dan af van hoeveel stroom wordt gebruikt en wanneer dit gebeurt. Op momenten waarop het rustig is op het stroomnet betalen mensen dan een lager nettarief dan wanneer het druk is.
De nieuwe tarieven hebben meerdere voordelen:
Ze zorgen voor minder netcongestie, oftewel drukte op het stroomnet waardoor het tegen haar maximale capaciteit aan loopt. De tarieven stimuleren namelijk om het gebruik van apparaten zoals elektrische auto’s en warmtepompen te verschuiven naar rustigere momenten op het net. Het vergroot daarmee de leveringszekerheid. Als het stroomnet efficiënter gebruikt wordt, is de kans op storingen kleiner.
Als de beoogde gedragsverandering hierdoor op grote schaal plaatsvindt, dan hoeven de netbeheerders minder netten te verzwaren. Dat scheelt veel geld. Bovendien verwachten ze dat er extra ruimte ontstaat voor nieuwe woningen, bedrijven en laadvoorzieningen. Adviesbureau Berenschot rekende uit dat het kan gaan om 700.000 extra woningen of 500.000 laadpalen.
Hieronder laten we zien hoe de verandering naar tijdsafhankelijke tarieven eruitziet. Ook geven we inzicht in wat het betekent voor de kosten van elektrisch vervoer, laadpalen, zonnepanelen en batterijen. Het gaat hierbij om indicaties. De uiteindelijke kosten zijn sterk afhankelijk van het uiteindelijke gedrag van huishoudens.
De prijs van stroom bestaat uit verschillende onderdelen. De kale elektriciteitsprijs op de (day ahead) markt bedraagt op dit moment ongeveer 9 cent per kWh. Bij deze prijs komt nog ongeveer 2 cent voor de profiel- en onbalanskosten. De energieleverancier rekent 3 cent per kWh voor werkzaamheden als administratie en organisatie. De belasting op stroom is 9 cent per kWh. Over dit alles gaat nog 21% btw. Samen is dat 28 cent per kWh stroom die gebruikers afnemen.
Daarnaast zijn er de kosten voor netbeheer. In 2026 is dit per huishouden met een standaard aansluiting (inclusief BTW) gemiddeld € 477. Uitgaande van een gemiddeld verbruik van 2.430 kWh komt dit neer op 20 cent per kWh.
De kosten van de stroom en het netbeheer samen worden dan gemiddeld 48 cent per kWh. In totaal betaalt een gemiddeld huishouden dus (2.430 x € 0,48) € 1.166 voor de elektriciteit.
De overheid ziet een deel van het energieverbruik als basisbehoefte: je kunt niet zonder. Daarom krijgt ieder huishouden jaarlijks een vast bedrag terug. In 2026 is dit € 629.
Op dit moment zijn de verschillen tussen huishoudens enorm groot, met name door de salderingsregeling. Veel huishoudens met zonnepanelen produceren jaarlijks net zoveel stroom als ze afnemen. Ze betalen dan alleen de kosten voor netbeheer (€ 477) en krijgen een hoger vast bedrag (€ 629) terug.
De komende jaren zullen de kosten voor netbeheer behoorlijk toenemen. Dit maakt het extra relevant om te kijken naar de oorzaak van deze kosten en hoe deze eerlijk worden verdeeld.
De netkosten worden bij het nieuwe tarief bepaald door het volume en het tijdstip van stroomgebruik. Er wordt gewerkt met meerdere tariefniveaus die verschillen per tijdsblok. Ook krijgen de winter- en zomerperiode verschillende tarieven en tijdsblokken. Deze zijn gebaseerd op de verwachte drukte op het stroomnet.
Onderstaande grafieken geven een goed beeld van de opzet van het nieuwe tariefstelsel. Het hoogste tarief is in de winterperiode tussen 16.00 en 23.00 uur. Het laagste (nul) tarief is in de zomer tussen 10.00 en 17.00 uur. In het voorstel staan geen bedragen. Maar uiteraard moeten de tarieven in het nieuwe stelsel genoeg opbrengen om de investeringen van de netbeheerders te dekken.

De netbeheerders verwachten dat de netkosten de komende jaren voor iedereen fors oplopen. Ze gaan van € 477 in 2026 naar ongeveer € 772 inclusief btw in 2030. Deze stijging komt doordat netbeheerders meer moeten investeren, en wordt niet veroorzaakt door tijdsafhankelijke nettarieven.
Het voorstel voor het tijdsafhankelijke nettarief geldt voor een deel van de totale netkosten; circa een derde (oftewel € 257) blijft vast. De reden daarvoor is dat de netbeheerders onderscheid maken tussen vaste aansluitkosten en meetkosten, en variabele netkosten.
Het nieuwe nettarief betekent dat twee-derde van de netkosten afhankelijk wordt van het verbruik. Om een schatting te maken van dit gemiddelde bedrag nemen we aan dat het huishoudelijk elektriciteitsverbruik door warmtepompen en elektrisch vervoer ook snel zal stijgen, laten we zeggen met zo’n 20% naar gemiddeld 2916 kWh. € 515 (dat is twee-derde van € 772) moet worden opgebracht per kWh. Dus € 515 gedeeld door 2916 kWh is gemiddeld 18 cent per kWh. Dit tarief gaat variëren van 0 cent overdag in de zomer tot ongeveer 30 cent tijdens de piekuren in de winter.
Door tijdsafhankelijke nettarieven gaan er grote verschillen ontstaan in kosten tussen huishoudens. Voor veel huishoudens zorgen ze ervoor dat de netkosten juist minder hard stijgen. Voor huishoudens met grote energiegebruikers zoals een warmtepomp of elektrische auto stijgen de kosten meer, vooral wanneer er geen maatregelen genomen worden om het gebruik te verslimmen.
Een huishouden dat is aangesloten op aardgas of een warmtenet een geen laadpaal heeft blijft gemiddeld zo’n 2.430 kWh gebruiken. Als het daarvoor gemiddeld 18 cent per kWh nettarief betaalt, betaalt het in totaal ongeveer € 257 + 2.430 x € 0,18 = € 694. Dat is € 78 minder dan de € 772 dat het bij het oude vaste tarief zou zijn.
Een huishouden met een warmtepomp zal gemiddeld ongeveer 2.600 kWh extra gebruiken, totaal 5.030 kWh. Zonder verslimming van het gebruik van de warmtepomp gaat dit huishouden in totaal € 257 + 5.000 x € 0,18 = € 1.162 betalen. Dat is € 468 meer dan een huishouden zonder warmtepomp. Wel vervallen hierbij ook de vaste kosten voor de gasaansluiting (in 2026 € 361).
Een huishouden met een eigen laadpaal zal gemiddeld ongeveer 3.400 kWh extra gebruiken, oftewel 5.830 kWh. Zonder verslimming van het gebruik van de laadpaal gaat dit huishouden in totaal € 257 + 5.830 x € 0,18 = € 1.306 betalen. Dat is € 612 meer dan een huishouden zonder laadpaal.
In bovenstaande rekenvoorbeelden is geen rekening gehouden met zonnepanelen. De reden hiervoor is dat de impact van zonnepanelen op de berekeningen beperkt is. Dit komt omdat het nieuwe nettarief overdag tussen tien en vijf uur in de zomer als de zonnepanelen het meest opleveren, op nul is gezet. Zie bovenstaande tabel. Uiteraard leveren zonnepanelen in de zomerperiode buiten deze uren en in de winterperiode ook wat op. 200 – 300 kWh lijkt een aardige eerste schatting bij een huishouden met tien zonnepanelen. Dat verlaagt de netkosten met € 36 - 54.
Tijdsafhankelijke nettarieven kunnen ervoor zorgen dat vooral apparaten die veel stroom gebruiken of produceren anders gebruikt worden. Hieronder zetten we de belangrijkste op een rij.
Slim laden van elektrisch vervoer kan redelijk veel opleveren. ’s Nachts of overdag laden scheelt al snel de helft in netkosten. De slimme elektrische rijder betaalt dan nog steeds ongeveer € 300 per jaar meer dan een huishouden zonder laadpaal. Daar staat tegenover dat een elektrische auto ook veel kosten bespaart. Een auto die 1 op 15 rijdt, gebruikt 3 kWh in plaats van één liter benzine of diesel. Dat scheelt in kosten al snel de helft. Dat weegt ruimschoots op tegen de extra netkosten en de extra kosten van een elektrische auto mits deze voldoende kilometers rijdt.
Het verslimmen van het gebruik van de warmtepomp kan door het voorraadvat voor warm tapwater (150–300 liter) op gunstige momenten te verwarmen, door de legionellapreventie slim te plannen en door de verwarming iets verschuiven in de tijd. De binnentemperatuur kan vaak binnen een kleine bandbreedte variëren (bijvoorbeeld 19,5–20,5 °C) zonder dat er comfortverlies wordt opgemerkt.
Het potentieel voor verslimming is waarschijnlijk een stuk lager dan bij elektrisch vervoer, omdat in het voorstel van de netbeheerders 's winters van 16:00 tot 23:00 het hoogste tarief geldt. Ook als het huis in de middag een halve graad warmer is gemaakt, zal de warmtepomp toch een aanzienlijk deel van de avond moeten draaien.
Een schatting van de opbrengst van slim warmtepompgebruik is lastig te maken. Een paar honderd kWh lijkt maximaal haalbaar. Dat verlaagt de netkosten jaarlijks met enkele tientjes. Daar staat tegenover dat een warmtepomp ook het nodige geld bespaart. Een warmtepomp vervangt 1 m3 aardgas door 3 kWh stroom. Dat kan ongeveer de helft schelen. Bovendien wordt aardgas de komende jaren duurder. Daarnaast kan bij een all electric warmtepomp het aardgas afgesloten worden. De vaste kosten voor aardgas vervallen dan (in 2026 € 361).
De combinatie van forse extra kosten voor de warmtepomp en beperkte mogelijkheden tot verslimming zal de populariteit van warmtepompen geen goed doen. Daar staat tegenover dat een warmtenet als aardgasvrij alternatief relatief een stuk aantrekkelijker wordt. Sommige mensen zullen dit jammer vinden. Tegelijk kun je ook zeggen dat de nieuwe nettarieven voor een eerlijkere markt zorgen.
Vrijwel alle stroomleveranciers bieden inmiddels dynamische energiecontracten aan. De leverancier rekent dan de stroomprijs door die hij zelf betaalt voor de inkoop van stroom op de day ahead markt. Deze prijs is van uur tot uur verschillend en varieert van forse negatieve prijzen bij veel zon en weinig vraag in de zomer tot regelmatig meer dan 20 cent per kWh. Zowel de hoge als de lage prijzen vallen meestal samen met hoge dan wel lage nettarieven. Kortom de prijsverschillen gedurende dag worden alleen maar groter. Deze combinatie zorgt ervoor dat de opbrengst van verslimmen, zeker bij elektrisch vervoer, alleen maar groter kan worden.
De combinatie van de nieuwe nettarieven en dynamische tarieven kan een enorme stimulans worden voor thuisbatterijen. Je kunt ’s nachts en overdag bij lage tarieven de batterij volladen en in de ochtend en avond de batterij ontladen. De rekensom wordt uiteraard afhankelijk van het exacte stroomverbruik en de mogelijkheden om los van de batterij te verslimmen. Maar er zullen ongetwijfeld partijen komen die dit allemaal uit kunnen rekenen en er via apps voor zorgen dat je als consument volledig wordt ontzorgd. In sommige situaties kunnen huishoudens dan waarschijnlijk behoorlijk verdienen aan hun batterij.
Netcongestie voorkomen is de belangrijkste reden voor het nieuwe nettarief. De netbeheerders schatten dat de maatregel de piekbelasting voor levering per transformatorhuisje 3% tot 12% lager wordt. Daardoor zijn per buurt een kwart minder transformatorhuisjes nodig en kunnen richting 2030 naar schatting zo’n 700.000 woningen of 500.000 laadpunten extra gerealiseerd worden.
Een belangrijke vraag is wel wat de gevolgen zijn van het nieuwe tarief voor netcongestie door batterijen. Om zoveel mogelijk inkomsten te genereren, zullen deze allemaal ‘slim’ worden ingeregeld op de twee landelijke marktprikkels: het variabele nettarief en de prijs op de day ahead markt. En dus niet op het lokale congestieprobleem. Als hierdoor heel veel batterijen tegelijk stroom gaan vragen van het net, kan dit juist voor netcongestie zorgen.

Binnen een energiegemeenschap is het mogelijk om opgewekte stroom van de ene deelnemer te verrekenen met gebruikte stroom van een ander. Dit noemen we energiedelen. In dit artikel leggen we uit hoe

Om te zorgen dat het Nederlandse stroomnet altijd stroom levert, moet het hele energiesysteem functioneren. In dit artikel leggen we uit hoe dat eruitziet, welke markten relevant zijn, en wat de

Dat er steeds meer elektrische auto’s komen, zorgt voor druk op stroomnetten in buurten. Wat is precies het probleem, wat is de verwachting voor de komende jaren, en welke oplossingen zijn er al?