Houtkap en bosbrand in bosgebieden, die niet gecompenseerd wordt door aanplant (zoals bij bosbouw) leidt tot ontbossing: het verdwijnen van oppervlakten bos.

Bossen verdwijnen op grote schaal

Terwijl grootschalige ontbossing in Europa al in de Bronstijd begon, is ontbossing nu met name in de tropische gebieden een zeer actueel probleem. Zo wordt in de periode van 1990 tot nu nog elk jaar tussen de 6 en 12 miljoen hectare tropisch regenwoud vernietigd. Daarbij gaat het vaak niet eens om het hout: grote bosgebieden worden opzettelijk platgebrand om ruimte te maken voor nieuwe landbouwgronden. Als de ontbossing in dit tempo voortzet, zal in 2090 al het tropisch regenwoud verdwenen zijn.

Minder bos, meer CO2

Ontbossing heeft een directe invloed op het klimaat. Als bomen groeien nemen ze CO2op uit de lucht. Als de bomen worden gekapt, komt deze CO2 weer grotendeels in de lucht terecht. Een klein deel van het hout, naar schatting ongeveer 5%, wordt gebruikt in langdurige toepassingen zoals balken in woningen of meubelen. Op dit moment wordt gemiddeld maar liefst 20 procent van de menselijke CO2-uitstoot veroorzaakt door houtkap en bosbranden. Dat geeft aan dat maatregelen die ontbossing tegengaan of compenseren, 'avoided deforestation' en herbebossing, een significante bijdrage kunnen leveren aan CO2-reductie en daarom goed passen in een breed mitigatiebeleid.