De wereldwijde ontbossing is verantwoordelijk voor ongeveer 20 procent van de mondiale CO2-uitstoot.

Bosbranden

Bosbranden leveren daarin een belangrijke bijdrage. Zo brachten de massale bosbranden in Indonesië in 1997 en 1998 (ten gevolge van El Niño) 2,57 Gigaton CO2 in de atmosfeer, op zichzelf al genoeg voor 20 procent van de totale mondiale CO2-uitstoot in dat jaar.

Houtkap

Maar ook houtkap kan bijdragen aan het versterkte broeikaseffect. Vrijwel al het hout dat wordt gekapt, verdwijnt als brandstof of papier. Het grootste deel van de koolstof die in de gekapte bossen lag opgeslagen, belandt daarmee vrijwel direct, als CO2, in de atmosfeer. Verder worden elk jaar enorme stukken bos bewust platgebrand om plaats te maken voor landbouwgronden. Dit gaat met name ten koste van tropisch regenwoud. Ook de toenemende productie van biobrandstoffen versterkt dit proces, omdat voor de productie van de energiegewassen ook extra grond nodig is. 

Voorkomen van ontbossing

Kortom, avoided deforestation, het voorkómen van ontbossing, of dat nou door houtkap, ten behoeve van landbouw of door bosbranden wordt veroorzaakt, kan een substantiële bijdrage leveren aan het verminderen van de huidige CO2-uitstoot. Natuurbeschermingsorganisaties pleiten er daarom voor dat avoided deforestation in het vervolg op het Kyoto-protocol wordt gestimuleerd, bijvoorbeeld door het op te nemen in het CDM.

Als tegenargument wordt wel eens aangevoerd dat ontbossing slechts tijdelijk zorgt voor CO2-uitstoot, net zoals herbebossing meestal maar tijdelijk (tot het bos zijn maximale hoogte heeft bereikt) zorgt voor CO2-opslag. Dit argument is op zichzelf juist, maar geeft geen reden niets te doen. Wel dient deze factor in de berekening van de precieze compensatie te worden meegewogen, bijvoorbeeld door de voorkomen ontbossing slechts ten dele mee te tellen of door de compensatie te verzekeren.

Daarnaast zijn sommige bossen wel degelijk netto CO2-opnemers. Dat geldt vooral voor moerasbossen, met een langzaam stijgende waterspiegel. Door de natte bodem blijft een groot deel van de biomassa hier behouden in het proces van veenvorming.

Mitigatie en adaptie-maatregel

Naast een mitigatie-maatregel, is avoided deforestation ook een adaptatie-maatregel:

  • Klimaatverandering vormt een serieuze bedreiging voor de biodiversiteit. Door ontbossing te voorkomen, blijven veel leefgebieden robuust, zodat minder plant- en diersoorten zullen uitsterven en biodiversiteit behouden blijft. Herbebossing kan daarnaast dienen om versnipperde leefgebieden weer met elkaar te verbinden. Hierdoor kunnen bij temperatuurstijging de vegetatiezones opschuiven met de klimaatzones. Soorten kunnen dan hopelijk elders een nieuw leefgebied vinden.
  • Daarnaast kunnen avoided deforestation en herbebossing meehelpen om (de gevolgen van) klimaatgerelateerde natuurrampen af te zwakken. Zo kunnen mangrovebossen overstroming door de zee (en kusterosie) tegengaan, belangrijk in het licht van zeespiegelstijging en een vermoede toename van het aantal orkanen. Het behoud van hellingbossen zorgt voor een gelijkmatige rivierafvoer, eveneens met een verminderd risico op overstroming. Bovendien beschermen hellingbossen tegen erosie, waardoor de koolstof in de bodem beter behouden blijft.

Update terminologie:

In internationale onderhandelingen wordt in toenemende mate gebruik gemaakt van de afkorting REDD in plaats van het synonieme begrip avoided deforestation. REDD staat voor Reduced Emissions from Deforestation and forest Degradation, danwel Reduced Emissions from Deforestation in Developing countries.