
Mini-warmtenetten in opkomst: lessen uit de pilots
Samen met je buren van het gas af gaan biedt veel voordelen. Daarom wordt op diverse plekken in Nederland flink geëxperimenteerd met mini-warmtenetten. Hoe begin je? En welke lessen zijn er uit de
Stadsverwarming (warmtenetten) wordt vaak gezien als een duurzaam alternatief voor aardgas. Toch kan het zijn dat je de kosten op je energierekening ziet oplopen, net als de prijzen voor stroom en gas. Hoe komt dat? En hoe zit het met de nieuwe regels in 2026? In dit artikel leggen we uit waarom de prijs van warmte kan stijgen, wat er verandert door nieuwe wetgeving en wat je zelf kunt verwachten.
Tot voor kort was de prijs van stadsverwarming gekoppeld aan de gasprijs. Dit werd geregeld via het zogeheten niet-meer-dan-anders-principe. Dit betekent dat mensen die op een warmtenet zijn aangesloten (gemiddeld) niet duurder uit mogen zijn dan mensen met een gasaansluiting. Omdat er op dit moment vaak maar één warmteleverancier actief is per net, ben je als gebruiker verplicht om warmte van deze partij af te nemen. Het niet-meer-dan-anders-principe zorgt ervoor dat deze warmteleverancier geen willekeurig hoge prijs kan vragen.
Toch kon het zo gebeuren dat je meer ging betalen voor warmte, ook als jouw warmte niet direct uit gas kwam. Dat voelde voor veel mensen onlogisch.
Naar verwachting treedt ergens in de loop van 2026 de nieuwe warmtewet in werking. Die nieuwe wet verandert dit systeem stap voor stap. De prijs van warmte wordt dan:
Ook krijgen overheden een grotere rol, waardoor warmtenetten vaker (deels) publiek worden. Dit betekent niet automatisch dat warmte goedkoper wordt, maar wel dat de prijs anders wordt opgebouwd.
Ook zonder directe koppeling aan gasprijzen kunnen de kosten stijgen. Dit zijn de belangrijkste redenen:
Warmtenetten zijn complex en duur om aan te leggen. Denk aan leidingen onder de grond en installaties in wijken. Die kosten worden over meerdere jaren terugverdiend via de tarieven. Dit maakt stadsverwarming anders dan gas: je betaalt niet alleen voor energie, maar ook voor de infrastructuur die daarvoor nodig is.
Warmte kan uit verschillende bronnen komen:
De prijs hangt af van hoe duur deze bronnen zijn. Als een bron duurder wordt, zie je dat terug in je energierekening.
Ook zonder directe koppeling aan de gasprijs blijven energieprijzen invloed hebben op de kosten van stadsverwarming. Dat komt doordat warmtenetten zelf ook energie gebruiken. Zo is er elektriciteit nodig om warmte door leidingen te pompen en installaties draaiende te houden. Als deze energie duurder wordt, stijgen de kosten voor het warmtenet en dat zie je uiteindelijk terug op je warmterekening.
Sommige duurzame warmteprojecten krijgen subsidie van de overheid om betaalbaar te blijven. Die subsidie is vaak gekoppeld aan energieprijzen. Als de energieprijzen laag zijn, is duurzame warmte relatief duur en is er meer subsidie nodig om het verschil te compenseren. Maar als energieprijzen stijgen, wordt duurzame warmte concurrerender en daalt de subsidie.
Tegelijkertijd kunnen de totale kosten van het warmtenet juist oplopen door diezelfde hoge energieprijzen. Daardoor kan het gebeuren dat huishoudens uiteindelijk toch meer betalen.
Op de lange termijn is het doel dat warmtenetten duurzamer en stabieler worden.
Niet altijd. Of stadsverwarming goedkoper is dan gas verschilt per situatie, zoals je verbruik, woning en het warmtenet waarop je bent aangesloten.
In theorie mogen de kosten niet veel hoger zijn dan gas, maar in de praktijk zijn huishoudens met stadsverwarming de afgelopen jaren vaak juist duurder uit. Dit komt onder andere door hogere vaste kosten en het feit dat warmtebedrijven vaak de maximale tarieven rekenen.
In 2026 zie je bijvoorbeeld dat de variabele prijs per eenheid warmte daalt, maar de vaste kosten juist stijgen. Daardoor kunnen vooral huishoudens met een laag verbruik relatief duur uit zijn (Keuze.nl).
Dat is onzeker. Door nieuwe regels wordt de prijs van stadsverwarming meer gebaseerd op de werkelijke kosten, in plaats van de gasprijs. Daardoor wordt de opbouw van de prijs transparanter en eerlijker.
Tegelijkertijd moeten er de komende jaren veel investeringen worden gedaan in warmtenetten, zoals de aanleg van nieuwe leidingen en het verduurzamen van warmtebronnen. Die kosten worden (deels) doorberekend aan huishoudens.
Of stadsverwarming uiteindelijk goedkoper wordt, hangt dus af van de balans tussen deze twee ontwikkelingen: eerlijkere prijzen enerzijds en hogere investeringskosten anderzijds.

Samen met je buren van het gas af gaan biedt veel voordelen. Daarom wordt op diverse plekken in Nederland flink geëxperimenteerd met mini-warmtenetten. Hoe begin je? En welke lessen zijn er uit de


Fossielvrij, betaalbaar en volledig in handen van het bewonerscollectief: KetelhuisWG is gestart met de aanleg van een buurtwarmtenet op het WG-terrein in Amsterdam. Hoe en met wie heeft ze dat