Omdat waterstof (H2) licht ontvlambaar is, kan het dienen als brandstof. In tegenstelling tot koolwaterstoffen (zoals fossiele brandstoffen) komt bij de verbranding van pure waterstof geen CO2vrij, maar alleen waterdamp. De energie die hierbij vrijkomt kan prima worden toegepast. Zo kunnen auto's op waterstof rijden wanneer ze zijn uitgerust met een waterstofbrandstofcel. Waterstof kan daarom goed als duurzame energiedrager toegepast worden.

Geen energiebron, maar energiedrager

De aarde herbergt geen grote voorraden waterstof. Om aan de brandstof te komen, moet deze eerst worden gemaakt. Dat kan door water om te zetten in waterstof met behulp van elektriciteit (electrolyse). Daarmee is waterstof dus geen energiebron, maar een energiedrager. Alleen wanneer deze elektriciteit door middel van duurzame energie wordt opgewekt is de toepassing van waterstof als alternatief voor benzine en diesel duurzaam te noemen.

Synthetisch gas

Waterstofverbranding vindt feitelijk ook plaats bij de verbranding van methaan (CH4), het hoofdbestanddeel van aardgas en biogas. Door duurzaam geproduceerd waterstof met CO2 te laten reageren kan op synthetische manier methaan worden geproduceerd. Dit wordt dan synthetisch gas genoemd. Dit gas kan opgewaardeerd worden tot dezelfde kwaliteit als aardgas. Het kan vervolgens toegevoegd worden aan het gasnet zodat consumenten dit duurzame gas kunnen gebruiken. In Rozenburg is er al een proefproject gaande waarbij 40 woningen gebruik maken van synthetisch gas.

Toekomstperspectief

Het element waterstof zou in de toekomst ook nog een andere rol kunnen spelen in de duurzame energievoorziening. De waterstofisotopen deuterium en tritium vormen namelijk de grondstof voor kernfusie, een proces dat na 2050 wellicht een belangijke rol kan spelen in de opwekking van duurzame elektriciteit.