De keuken is voor veel mensen het hart van hun woning en een kookplaat kan daarin natuurlijk niet ontbreken. Maar we leven inmiddels in de 21e eeuw; het aardgas gaat eruit en daarmee het oude vertrouwde gasfornuis. Hello inductie! Een belangrijke vraag voor alle thuischefs is natuurlijk hoe hun grootste gaspit, de wokpit, wordt vervangen. Hoe ziet dat eruit? Kun je op inductie nog wel wokken? Collega én zelfbenoemd masterchef Tijmen zocht het voor jullie uit.

De adem van de wok

Je wokt het best op een flink vlam met een grote bolle pan met dunne bodem. Hierdoor wordt warmte op hoge temperatuur (meer dan 200 °C) gelijkmatig verdeeld over een groot oppervlak. Stukjes vlees en groenten worden in enkele minuten gegaard. Zo kan met wat extra toegevoegde olie en kruiden binnen no-time een heerlijk gerecht gemaakt worden.

gifje1

De echte wok-kok doordrenkt met een paar soepele flips de “adem van de wok” in de maaltijd. Dit komt door de oliedruppeltjes die mid-air en in de opslaande vlammen je eten een klein beetje aanbranden. Deze “wok hei” brengt net dat extra stukje smaak in je gegaarde broccolietje. Een kunst. Een wetenschap. En vooral heel lekker.  

gifje2

Niet mokken, lekker inductiewokken

Hoe zit dat dan bij inductie? Want dan missen we die vlam, toch? En wordt je pan nog wel heet genoeg? Blijft je pan überhaupt staan? Zoveel vragen!

Op inductie wokken kan zeker, maar het vergt wel een paar aanpassingen. Ten eerste moet er voldoende vermogen in je inductieplaat aanwezig zijn om de wok goed heet te krijgen. Je hebt dus een inductiekookplaat nodig die dit aankan. Moet je een klein gezin voeden? Dan zal je toch al snel een inductieplaat met 2000 watt of meer nodig hebben.

Vervolgens moet die warmte ook nog goed de pan in komen. Gebruik je hiervoor de traditionele wokpan met bolle vorm, dan is er minder oppervlak beschikbaar om de pan te verwarmen. Bij koken op inductie wordt de pan namelijk alleen direct verwarmd op het oppervlak dat de inductieplaat raakt. Bovendien valt een bolle pan natuurlijk gewoon om op een vlakke plaat. Om woklovers uit de brand te helpen zijn daar twee oplossingen voor bedacht: de wokkuil en de wokring.

De wokkuil is een gelijkmatige inkeping in je inductieplaat waar de wokpan mooi in past. Heel handig om gelijkmatig je wokpan verwarmen, wél minder ruimte op je plaat om tegelijkertijd andere gerechten te koken.

Daarnaast is er is de wokring, een mooie metalen ring die zorgt dat je pan precies op het inductieplaatje blijft staan. Er is dan minder oppervlak dat warmte overgeeft, dus je moet wat langer wachten tot de wokpan gelijkmatig is opgewarmd.

Dan is er nog een derde oplossing: wokken met een platte bodem. Vergt vooral even een ander mindset. Belangrijk bij platte wokpannen is dan de pan groot genoeg is en genoeg oppervlakte heeft om warm te worden. Er moeten geen oneffenheden aan de bodem zitten. Goede tip is natuurlijk om te even te checken of je pan het op inductie doet. Dan weet je zeker dat het goedkomt.  

En de adem van de wok?

Tsja – dat met vuur en olie spelen zal toch wat minder worden. Koken op inductie is sowieso iets dat je in het begin een beetje moet oefenen. Je moet opnieuw gevoel krijgen met het tempo van opwarmen en garen van je maaltijd. Zonder vlam heb je daarbij wat minder visuele feedback. Ook de “wok hei” zal dus anders in de pan tot leven moeten komen. Maar… ook jij als thuiskok bent vast creatief genoeg! Op inductie koken zal je uitdagen, wat ongetwijfeld fantastische nieuwe smaken en gerechten op tafel zal brengen.

Ik heb een behoorlijke trek nu! Tijd dus om wat groenten te gaan snijden en die wokpan uit de kast te toveren. Eet smakelijk!