Spanning in de straat: omgaan met netcongestie in het laagspanningsnet

Straat

Mede door de sterke groei van zonnestroom nemen spanningsklachten in het laagspanningsnet op steeds meer plaatsen toe. Hoe complex is deze kwestie? Hoe gaan netbeheerders ermee om? En wat kunnen bewonersinitiatieven ermee? Stephan Brandligt (Klimaatverbond Nederland), Jori Corbié (Liander) en Cor Brockhoven (Enexis) geven tekst en uitleg.

“Netcongestie mag dan een beladen kwestie zijn, driekwart van de Nederlanders weet eigenlijk niet precies wat het is”, steekt Stephan Brandligt van wal. Hij is voorzitter van Klimaatverbond Nederland en onafhankelijk coördinator actieagenda netcongestie laagspanningsnetten. Technisch gezien is het ook niet één fenomeen, maar een combinatie van verschillende deelproblemen, te weten:

  • overspanning
  • onderspanning 
  • overbelasting

De sterkst groeiende daarvan is overspanning: een te hoge toelevering van elektriciteit aan het net waardoor de netspanning boven de 253 Volt komt. Wanneer dat dreigt te gebeuren, schakelen omvormers van zonnepanelen preventief af om verdere schade aan het elektriciteitsnet te voorkomen. Maar vergeet niet dat je bij teveel stroomverbruik in een straat ook onderspanning kan krijgen. Dan zakt de netspanning tot onder de 207 Volt en krijg je te maken met haperende apparaten en knipperende lampen. In het ergste geval kan hierbij zelfs apparatuur kapotgaan.” 

“Ook het risico op overbelasting neemt toe”, vervolgt Brandligt. “Bij overbelasting gaat er zoveel stroom door het net dat bij kabels en transformatorhuisjes oververhitting optreedt. Dan kan in een hele straat of buurt de stroom uitvallen – een situatie die we gelukkig nog niet hebben meegemaakt. Opgeteld kunnen ruim meer dan een miljoen huishoudens de komende jaren met spanningsklachten te maken krijgen. De oplossing van de dreigende spanningsklachten is nog niet zo snel gevonden: er is een gebrek aan handen om de verzwaring van het laagspanningsnet te realiseren. Aangezien er nu al bijna 10.000 bedrijven en huishoudens zijn die op aansluiting wachten. Ook dat aantal groeit met de dag.”

Netcongestie voorspellen lastig

De lastige voorspelbaarheid van netcongestie heeft volgens Brandligt meerdere oorzaken. “Allereerst is het zicht op de capaciteit van de huidige netinfrastructuur nog lang niet gedetailleerd en compleet genoeg. Bewoners weten daardoor vaak niet hoeveel (extra) stroom het net in hun wijk kan hebben of leveren. Maar het is voor netbeheerders ook onduidelijk wat bewoners zelf gaan doen met apparatuur zoals warmtepompen en laadpalen, zeker zolang ze deze nog nergens hoeven aan te melden. Om het laagspanningsnet goed te managen, moet je eigenlijk van de hele buurt weten wie wat gaat doen. Ondertussen kunnen bewoners zelf ook al wat doen om spanningsklachten op het laagspanningsnet te verminderen:  

  • zonnepanelen op een oost-westligging plaatsen;
  • bij de aanschaf van apparaten als warmtepompen en laadpalen kiezen voor slimme varianten.

De slimme apparaten kunnen namelijk afgestemd worden op de spanning van het net.”

Vraag en aanbod ‘matchen’

Netbeheerders zien dat mensen zich steeds vaker zorgen maken over netcongestie. Zo ook Cor Brockhoven, portefeuille-regisseur Gebouwde Omgeving bij Enexis:

“Waar we nu nog vooral overspanning zien door zonnepanelen, zullen we straks vooral met onderspanning te maken krijgen door laadpalen en warmtepompen. Het is een complexe puzzel om vraag en aanbod gelijktijdig bij elkaar te brengen – en die puzzel is bovendien nog lang niet af, met alle ‘spanningsklachten’ van dien. Als netbeheerders werken we hard aan de uitbreiding van onze netten. Daarnaast willen we de bestaande netten slimmer benutten, hiervoor stellen we steeds meer open data beschikbaar. Échte netcongestie komt nu gelukkig nog maar weinig voor, maar we verwachten  de komende jaren zeker meer problemen.”

Twee keer zoveel distributiestations

Brockhoven rekent voor dat de sterk groeiende vraag én aanbod naar elektriciteit in de vorm van zonnepanelen, warmtepompen, elektrisch vervoer en elektrificatie in huis om enorme netuitbreidingen vraagt.

“Met de huidige woningaansluitingen van ruwweg 2 kW kunnen we maximaal 400 woningen op een distributiestation aansluiten. Mede afhankelijk van de gekozen warmteoplossing groeien de woningaansluitingen in de toekomst naar 4 tot 6 kW. Dit vraagt om een verdubbeling van het aantal trafostations of transformatorhuisjes in Nederland. Volgens de Nationale Uitvoeringsagenda Regionale Infrastructuur investeren de netbeheerders van 2025 tot en met 2030 cumulatief 60 miljard euro aan extra kabels, leidingen, systeembatterijen en wijkstations. Hiervoor moet 11.400 kilometer aan sleuven gegraven worden en is een totaal gebied ter grootte van 144 voetbalvelden aan extra ruimte nodig. Ook gaan we netten efficiënter gebruiken en meer programmeren en prioriteren.”

Stroomnet minder belasten

Gevraagd naar goede oplossingen om netcongestie tegen te gaan, toont Brockhoven zich kritisch over batterijen.

“Thuisbatterijen zijn (nog) niet rendabel en ook de buurtbatterij voor het lokaal opslaan en leveren van energie is voor marktpartijen nog niet rendabel richting 2030. Zonder regie kunnen batterijen lokaal zelfs netcongestie bevorderen.” Volgens van Brockhoven is het daarom effectiever om het net minder te belasten en opgewekte energie zoveel mogelijk direct zelf te gebruiken. Ook kan het helpen om meer te variëren met de ligging van panelen. En we moeten meer vaart gaan maken met isoleren.”

"Burgers kunnen voortouw nemen"

Brockhoven vindt dat bewoners – naast gemeenten - het voortouw kunnen nemen voor de planvorming voor warmteoplossingen in hun buurt.

“Hoe eerder wij als netbeheerders weten welke energie-infrastructuur ergens nodig is, hoe eerder we met verzwaringen kunnen starten. Zorg daarom dat je als bewonersgroep structureel in gesprek gaat met de gemeente over warmteplannen en nieuwe transformatiehuisjes. De netbeheerders handelen namelijk altijd in nauwe samenwerking met gemeenten, maar spreken niet altijd direct met de bewoners. Aan diezelfde gemeenten is mijn oproep om bewoners actiever te verwijzen naar de websites van netbeheerders, waar al volop praktische informatie te vinden is over lokale netcongestie.”

Spanning in kaart: buurtanalysetool van Liander

Om gemeenten, woningcorporaties en energiecoöperaties op een snelle en laagdrempelige manier inzicht te geven in de bestaande ruimte op het lokale laagspanningsnet, ontwikkelde netbeheerder Liander de Buurtanalysetool. Hiermee is op wijkniveau te bekijken waar elektriciteitskabels lopen, de trafo’s staan en wat de huidige belasting per trafo is. In de groene gebieden is nog ruimte op het net, in de rode niet meer.

“Als netbeheerder willen we met deze tool openheid geven over de situatie op het net”, legt Jori Corbié, gebiedsregisseur bij Liander uit.

Netverzwaringen prioriteren

Corbié voegt toe dat de buurtanalysetool niet alleen is bedoeld als ‘dienst’ vanuit de netbeheerder, maar ook  een andere waarde heeft.

“Door partijen uit te nodigen om in deze tool hun wensen en plannen over lokale warmteoplossingen aan te geven, kunnen wij als netbeheerder beter prioriteren in welke wijken we het laagspanningsnet gaan verzwaren – bijvoorbeeld door het aantal trafo’s te verdubbelen. Zo gaan we ook slim en efficiënt om met onze eigen beperkte capaciteit.”

Regierol voor gemeenten

Dat het kennisniveau van laagspanningsnetten en warmteoplossingen per gemeenten sterk verschilt, is volgens Corbié lastig voor lokale energievraagstukken.

“Het is eigenlijk aan gemeenten om regie te nemen over de lokale energievraagstukken en de informatie-uitwisseling tussen buurtinitiatieven en netbeheerders te faciliteren. Met deze tool bieden wij inzicht om het gesprek met elkaar te voeren.”

Inzicht voor jouw lokale initiatief

In tegenstelling tot wat eerder was vermeld op deze site, kunnen bewonersinitiatieven geen eigen inlog krijgen voor de buurtanalysetool van Liander. Als lokaal bewonersinitiatief kun je via je je gemeente, die wel beschikt over een inlog, vragen stellen over de situatie op het lokale net. Dit is aangepast op 5 juni 2024.

Bij Klimaatstichting HIER horen we graag je bevindingen wanneer buurten via de gemeente met de buurtanalysetool aan de slag gaan. Mail gerust je hulpvraag en ervaringen aan vraag@hier.nu met als onderwerp Gemeenten en Buurtanalysetool Liander. Op basis van jullie ervaringen zorgen we dat andere initiatieven weer leren.

Meerdere woningen verduurzamen?

Voor lokale groepen in Liandergebied die meerdere huizen tegelijk gaan verduurzamen ook mogelijk om een netcheck aan te vragen. Zo weet je of er voor de verduurzamingsactie voldoende ruimte op het net is om collectief zonnepanelen, warmtepompen of laadpalen aan te schaffen.

Liander maakt een onderscheid tussen kleine projecten tot 20 woningen en grotere projecten met meer dan 20 woningen. Meer informatie is te vinden op de site van Liander.

Bekijk alle artikelen over:

Op de hoogte blijven?

Ontvang tips, artikelen, nieuws en meer! Geef hieronder aan welk thema je voorkeur heeft.

Lees voor meer informatie ons privacybeleid
Lijsten