over de monitor

Over de monitor

 

 

 

 

Foto: Netwerk duurzaamheid in verbinding, Energieprogramma Soest '24-'30

Met de Lokale Energie Monitor meet klimaatstichting HIER sinds 2015 de impact van burgerenergiecollectieven in Nederland. De monitor wordt jaarlijks uitgevoerd en bijgesteld. Dit hoofdstuk geeft uitleg over hoe de monitor tot stand is gekomen, welke rekenregels er zijn toegepast en welke definities worden gehanteerd. 

In het kort

  • De Lokale Energie Monitor is gericht op burgerenergiecollectieven. Dit zijn burgers die in formeel of informeel verband met elkaar energie opwekken en/of besparen. Soms zijn er ook bedrijven, publieke organisaties of maatschappelijke organisaties betrokken.
  • Het accent van de Lokale Energie Monitor ligt op kwantitatief onderzoek. We volgen de ontwikkelingen zoveel mogelijk aan de hand van concrete resultaten, getallen en cijfers.
  • Daarnaast geven we met voorbeelden, toelichtingen en achtergrondinformatie meer zicht op de praktijk
  • In dit hoofdstuk communiceren de genummerde paragrafen met andere hoofdstukken van de Lokale Energie Monitor. Hierin staan relevante definities en rekenregels uitgelegd. 

Gegevensverzameling 

Voor de Lokale Energie Monitor verzamelen we veel gegevens over burgerenergiecollectieven en hun productie, activiteiten en plannen. Om de dataset actueel te houden worden verschillende bronnen gebruikt: 

  • Een jaarlijkse vragenlijst (respons in 2025: 367) die wordt toegestuurd aan alle burgerenergiecollectieven die bij Klimaatstichting HIER bekend zijn. De antwoorden worden verwerkt in de dataset en steekproefsgewijs gecontroleerd.
  • Interviews met betrokkenen en specialisten. Daaronder zijn ook partners van burgerenergiecollectieven zoals dienstverleners en ontwikkelaars.
  • Openbare bronnen zoals websites van burgerenergiecollectieven of (lokale) nieuwswebsites.
  • Openbare subsidie- en fondsregisters zoals de SCE, SDE en provinciale of Europese subsidies.
  • Verwante monitors zoals de Monitor wind op land (RVO), Monitor Zon-PV (RVO) en de financiële participatiemonitor (AS-I-Search en Bosch & van Rijn). 

De dataset bestaat uit een tabel met informatie over burgerenergiecollectieven en de activiteiten die zij uitvoeren. Per burgerenergiecollectief wordt in aparte tabellen bijgehouden welke projecten zij uitvoeren en beheren op het gebied van besparing-, warmte-, zon- en wind.  

Ieder jaar wordt informatie in alle tabellen geüpdatet en worden nieuwe projecten toegevoegd, stopgezet of aangepast. Hierdoor is de Lokale Energie Monitor actueel en is over vrijwel alle energiecooperaties en hun projecten in Nederland informatie beschikbaar. Van bewonersinitiatieven is nog geen compleet beeld, we gaan dit in de komende jaren verder ontwikkelen. 

Nieuw in de Lokale Energie Monitor 2025 

  • In 2024 voerden we een apart onderzoek uit gericht op bewonersinitiatieven die niet als coöperatie georganiseerd zijn: ‘Bewonersinitiatieven in beeld’. Om een beter totaalbeeld te krijgen, zijn in 2025 alle verschillende typen burgerenergiecollectieven samengevoegd in één aanpak en één monitor.
  • Om te kunnen rapporteren over de verschillen en overeenkomsten tussen verschillende typen burgerenergiecollectieven, hanteren we verschillende definities. In de paragraaf ‘Collectieven’ hieronder wordt dit verder toegelicht. 

1. Collectieven 

Definitie burgerenergiecollectieven 

Onder een burgerenergiecollectief verstaan we een groep burgers die zich in formeel of informeel verband organiseert en zich bezighoudt met het thema duurzame energie. Burgerenergiecollectieven hebben bijvoorbeeld activiteiten gericht op energieopwekking, energiebesparing, energielevering, collectieve inkoop of collectief opdrachtgeverschap. 

Wanneer we in de Lokale Energie Monitor schrijven over burgerenergiecollectieven, bedoelen we de gehele groep van verschillende typen collectieven. 

Typen burgerenergiecollectieven 

De monitor heeft het doel de volledige breedte van de lokale-energiebeweging in beeld te brengen. Van informele initiatieven op straat of wijkniveau tot grote coöperaties die regionaal tot landelijk opereren.  

Soms gaan analyses in deze monitor over alle burgerenergiecollectieven. Maar er zijn ook analyses waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen twee verschillende typen burgerenergiecollectieven: 

  • Energiecoöperaties: organisaties met een energie-opwekdoelstelling en een rechtsvorm (doorgaans coöperatie, soms vereniging of stichting).
  • Bewonersinitiatieven: organisaties zonder energie-opwekdoelstelling, met activiteiten rond het thema energie, met of zonder rechtsvorm. 

Toelichting

Energiecoöperaties

Coöperaties, stichtingen en/of verenigingen die zich primair richten op de eigen leefomgeving en gemeenschap (wijk, dorp, stad of regio). Ze hebben een brede energiedoelstelling die ze combineren met sociale, maatschappelijke en economische doelen. Ze ontwikkelen (meerdere) opwekprojecten of hebben de ambitie om dat te doen.  

Een energiecoöperatie heeft leden die geld voor projecten kunnen inleggen en mee kunnen delen in de winst van de coöperatie. Ook kunnen die leden via de Algemene Leden Vergadering samen besluiten over de gang van zaken. Leden zijn burgers of bedrijven. 

Energiecoöperaties worden ook wel energiegemeenschappen, gemeenschapscoöperaties, of, als ze ook andere doelen (duurzaamheid, zorg e.d.) nastreven, gebiedscoöperaties genoemd. 

Bewonersinitiatieven

Bewonersinitiatieven houden zich vaak bezig met energiebesparing en soms met warmte. Dit kan als los initiatief en of als onderdeel van een al bestaande organisatie zoals een wijk- of buurtvereniging. Bewonersinitiatieven hebben niet enkel een energiedoelstelling, we zien vaak een bredere maatschappelijke focus: natuur en milieu, sociaalmaatschappelijk of buurtbelangenbehartiging. Wanneer het initiatief ook energie wil gaan opwekken en dit vastlegt in statuten wordt dit een energiecoöperatie. 

Keuzeboom burgerenergiecollectieven

Om burgerenergiecollectieven goed in te kunnen delen is een keuzeboom ontwikkeld. De rechtsvorm coöperatie kan namelijk ook worden ingezet om een specifiek project te ontwikkelen en te beheren. We noemen deze coöperaties in de Lokale Energie Monitor productiecoöperaties.  Er zijn vier typen productiecoöperaties. Daarnaast zijn er nog twee andere typen energiecollectieven: de coöperatief ontwikkelaar en de bedrijvencoöperatie. Onder de figuur worden de typen verder toegelicht. 

Het begrip productiecoöperatie en de onderverdeling hiervan is nodig om te voorkomen dat energiecoöperaties of hun leden dubbel geteld worden.  

Keuzeboom

Toelichting

Productiecoöperatie (woningbouwcorporatie, VvE, bedrijf of bewonersinitiatief)

Coöperaties (met de rechtsvorm coöperatie U.A.) opgericht door een woningbouwcorporatie, VvE, bedrijf of bewonersinitiatief. Dit zijn organisaties die zich primair richten op de ontwikkeling en exploitatie van één productieproject of één type productieproject. Ze worden soms aangeduid als opwek-, project- of doelcoöperaties. Vaak zijn dit coöperaties met zonnedaken, die gebruik maken van de Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking of de oude Postcoderoosregeling. Dit type productiecoöperaties heeft leden die zowel burgers al bedrijven kunnen zijn. 

Productiecoöperatie (samenwerkingsverband)

Coöperatie opgericht ten behoeve van de samenwerking tussen meerdere coöperaties. Bijvoorbeeld wanneer meerdere energiecoöperaties samen de ontwikkeling en exploitatie van een grootschalig productieproject willen gaan doen in een gebied waar zij allen actief zijn. De productie-installatie wordt eigendom van het samenwerkingsverband. 

Dit type kan twee vormen aannemen: (1) een ‘coöperatie van coöperaties’ waarvan de lokale coöperaties lid zijn, of (2) als ‘coöperatie’ waarvan burgers en bedrijven lid zijn. In het laatste geval bestaat er feitelijk geen formele binding tussen de oprichtende lokale coöperaties en het nieuwe samenwerkingsverband (de productiecoöperatie). 

Dit type onderscheidt zich van samenwerkingsverbanden (‘koepels’) die zich primair richten op belangenbehartiging en kennisuitwisseling en geen productiemiddelen in eigendom hebben (of willen hebben). 

Productiecoöperatie (ontwikkelaar)

Een ontwikkelaar (bedrijf) kan een coöperatie oprichten om een project te ontwikkelen waarvan de winst terugvloeit naar de lokale omgeving. In de praktijk zijn er verschillende bedrijven die deze constructie toepassen. De productiecoöperatie borgt het lokaal eigendom. 

Productiecoöperatie (energiecoöperatie)

Productiecoöperaties worden ook opgericht door lokale energiecoöperaties die hun productieprojecten in een aparte rechtsvorm willen onderbrengen. Dit is een moeder-dochter relatie die ook in het bedrijfsleven bestaat. We hebben deze coöperaties wel in beeld, maar tellen ze niet mee in het totaal aantal coöperaties, om dubbeltelling te voorkomen. 

Coöperatief ontwikkelaar

Een coöperatief ontwikkelaar is een bedrijf dat productiecoöperaties opricht om het lokaal eigendom te borgen. We tellen deze bedrijven mee als coöperatie, omdat ze een wezenlijke bijdrage leveren aan de hoeveelheid energie die wordt opgewekt door burgers. Een coöperatief ontwikkelaar heeft geen leden, maar de productiecoöperaties die door de coöperatief ontwikkelaars worden opgezet wel.

Bedrijvencoöperatie

Coöperaties waar alleen bedrijven lid van zijn of mogen worden. We komen deze vorm regelmatig tegen, maar deze worden niet opgenomen in de Lokale Energie Monitor. De monitor kijkt expliciet naar collectieven waar burgers lid kunnen worden.  

Telling van energiecoöperaties en hun leden 

De Lokale Energie Monitor telt jaarlijks de totale hoeveelheid energiecoöperaties. Met behulp van de typen wordt een optelling gedaan van het totaal aantal energiecoöperaties en het aantal leden. In tabel 6.1 is weergeven welke typen wel en niet meetellen en welke afweging hiervoor is toegepast. 

  • Informatie over ledenaantallen wordt jaarlijks opgevraagd bij de burgerenergiecollectieven via de vragenlijst.
  • Indien het ledenaantal is doorgegeven, wordt dit in de dataset opgenomen.
  • Wanneer het ledenaantal niet bekend is, worden verschillende aannames gedaan om het aantal niet-bekende leden te bepalen. Zie ook de toelichting onder tabel 6.1. 

Omdat het voorzichtige schattingen zijn, is het totale ledenaantal van energiecoöperaties waarschijnlijk hoger.

Toelichting

Productiecoöperatie (energiecoöperatie)

Van de productiecoöperaties die wél direct gelieerd zijn aan een lokale coöperatie, tellen we de deelnemers niet mee als leden in de totale optelling. Deze leden zijn namelijk vaak ook al lid van de lokale coöperatie en op die manier zouden ze dubbel meetellen. 

Productiecoöperaties (samenwerkingsverband, ontwikkelaar, woningbouwcorporatie, VvE, bedrijf of bewonersinitiatief)

Van de productiecoöperaties die niet gelieerd zijn aan een energiecoöperatie zijn de ledenaantallen beperkt in beeld. Vaak is het aantal deelnemers van het project dat is gekoppeld aan de productiecoöperatie wel bekend. We gaan ervan uit dat het aantal deelnemers in het project gelijk is aan het aantal leden van de coöperatie. Dit leidt tot een kleine overschatting omdat één lid kan meedoen in meerdere projecten. Dit lid wordt meerdere keren geteld terwijl één lid voor andere typen energiecoöperaties slechts één keer wordt geteld.  

Overige uitgangspunten

  • Als er van een energiecoöperatie geen ledenaantal bekend is, gaan we ervan uit dat deze 20 leden heeft.  
  • Stichtingen hebben geen leden. Als ze een productiecoöperatie hebben opgericht voor hun projecten dan gaan we uit van de leden van de productiecoöperatie. 

  • De 10.500 deelnemers van de crowdfundingprojecten die vóór 2020 zijn gerealiseerd, tellen we nog mee in het totaal aantal leden/deelnemers aan burgercollectieven. 

Bijstelling eerdere Lokale Energie Monitors

Ieder jaar komen we nieuwe coöperaties op het spoor die eerder niet gemeld of gesignaleerd waren. Zo is het aantal in 2024 opgerichte coöperaties hoger dan we in de Lokale Energie Monitor 2024 rapporteerden, namelijk 18 in plaats van 16. In 2024 hebben 5 coöperaties hun activiteiten stopgezet in plaats van 2. In hoofdstuk 1 staan de bijgestelde cijfers. We controleren elk jaar of de coöperaties op de lijst nog actief zijn.

Daarnaast zijn in 2025 de definities voor bewonersinitiatief en energiecoöperatie aangescherpt. We zien dit jaar een aantal initiatieven die niet (meer) binnen de definitie energiecoöperatie vallen en opschuiven naar de definitie bewonersinitiatief. Dit verklaart de daling van het aantal energiecoöperaties. Deze bewonersinitiatieven worden nog steeds door de monitor gevolgd.

Telling van bewonersinitiatieven 

Voor de Lokale Energie Monitor 2023 hebben we op basis van verschillen bronnen geschat dat er minstens 700 bewonersinitiatieven zonder opwekdoelstelling actief zijn in Nederland. 

We zien in 2024 en 2025 minstens 300 nieuwe bewonersinitiatieven die door de Participatiecoalitie gestart en begeleid zijn. Dit brengt het totaal op ten minste 1000 bewonersinitiatieven. In werkelijkheid zal het aantal waarschijnlijk hoger liggen, omdat het moeilijk is om alle bewonersinitiatieven in beeld te krijgen.

2. Besparing 

De besparingsactiviteiten van burgerenergiecollectieven worden jaarlijks geüpdatet op basis van de antwoorden op de vragenlijst. Daarnaast wordt steekproefsgewijs gecontroleerd of de besparingsactiviteiten van burgerenergiecollectieven die niet gereageerd hebben nog actueel zijn. Dit doen we met behulp van hun website of door navraag. 

Op het gebied van besparingsactiviteiten zijn nog geen vaste monitors of subsidieregisters die kunnen worden geraadpleegd. 

In de vragenlijst staan meer dan twintig activiteiten die burgerenergiecollectieven mogelijk uitvoeren. Wanneer activiteiten worden opgegeven die nog op de vragenlijst ontbreken, worden deze in het volgende jaar toegevoegd. 

Definities besparing 

Advisering en begeleiding

Aanbieden van (advies van) energiecoaches (geen EPA) 

Het aanbieden van energiecoaches. Energiecoaches zijn vaak vrijwilligers die een opleiding tot energiecoach hebben gevolgd. Ze helpen buurtbewoners grip te krijgen op hun energieverbruik. Vaak vinden bewoners het lastig om in te schatten hoe ze energie kunnen besparen in hun woning. Een energiecoach helpt ze door het geven van concrete besparingstips en het beantwoorden van vragen. 

Aanbieden van online besparingstools 

Dit zijn meestal rekenmodellen om te kijken hoeveel energie bespaard kan worden als er energiebesparingsmaatregelen getroffen worden. 

Aanbieden van warmtescan, warmtesafari of warmtecamera 

Aanbieden van een warmtescan, warmtesafari of warmtecamera om inzicht te krijgen waar warmte weglekt uit woningen. Het verschilt of de scan wordt uitgevoerd of dat je een warmtecamera kunt lenen 

Standaardadviezen voor veel voorkomende woningtypen 

Standaardwoninginformatie of offertesjablonen voor woningtypen. Het gaat vaak om het uitwisselen van kennis uit rekenmodellen of eerder uitgevoerde woninginventarisaties. 

Begeleiden van buurtinitiatieven 

Het begeleiden van burgerinitiatieven op het gebied van besparing.  

Collectieve inkoop

Collectief inkopen warmtepomp 

Collectieve inkoop van warmtepompen. 

Collectieve inkoop van isolatie 

Collectieve inkoop van isolatiematerialen. 

Collectieve inkoop van zonnepanelen 

Collectieve inkoop van zonnepanelen. Dit is opgenomen als besparingsactiviteit omdat het hebben van zonnepanelen op je dak bijdraagt aan een hoger energielabel.  

 

Informatievoorziening

Informatie over subsidies en/of hulp bij aanvragen 

Het aanbieden van informatie over subsidieregelingen en het aanvragen van een subsidie. 

Organiseren van bewustwordingscampagnes 

Organiseren van campagnes om bewoners, verenigingen en ondernemers te stimuleren energie te besparen. 

Organiseren van digitale of fysieke informatiebijeenkomsten 

Het organiseren van digitale en fysieke bijeenkomsten voor inwoners zoals informatieavonden en energiecafés. 

Organiseren van educatie m.b.t. energiebesparende maatregelen 

Het aanbieden van educatie in opleidingsprogramma's met betrekking tot energiebesparingsmaatregelen of samenwerkingen met scholen. 

Voorzien in voorbeeldwoningen 

Bewoners delen hun verhaal over het aanbrengen van energiebesparende maatregelen in hun woning op de website of via video's. Soms kunnen buurtgenoten bij de voorbeeldwoning op bezoek. 

Website met informatie over energiebesparing 

Informatie op de website over energiebesparing. Dit varieert van websites met eenvoudige besparingstips tot uitgebreide websites met informatie over bijvoorbeeld isolatiematerialen en warmtepompen. Vaak wordt doorverwezen naar websites zoals die van Milieu Centraal en Verbeter je huis. 

Stand op informatiebijeenkomsten 

Een informatiestand op een markt waar inwoners vragen kunnen stellen over energiebesparing. 

Activiteiten op het gebied van energiearmoede

Opleiden en/of aanbieden van energiefixers of energiehulp 

Het opleiden van energiefixers; klussers die direct kleine, energiebesparende maatregelen in woningen toepassen. 

Andere activiteiten op het gebied van energiearmoede door fixers 

Andere activiteiten die met energiearmoede te maken hebben zoals keukentafelgesprekken, opties voor sociale duurzaamheidsleningen of acties met voedselbanken of woningbouwcorporaties. 

Waterzijdig inregelen

Informatie over waterzijdig inregelen van cv-installaties 

Uitleg over het nut, werking en stappen van waterzijdig inregelen. 

Aanbieden van waterzijdig inregelen door vrijwilligers 

Uitvoering van waterzijdig inregelen door een vrijwilliger van de organisatie. 

Verschillende rollen

De termen energieambassadeur, energiecoach en Energie Prestatie Adviseur worden in de praktijk regelmatig door elkaar gebruikt. Hieronder maken we een onderscheid tussen deze drie rollen. 

Of respondenten op de vragenlijst dezelfde definities hanteren, is niet met zekerheid te zeggen.

Energieambassadeur

Energieambassadeurs zijn vaak vrijwilligers die andere buurtbewoners enthousiasmeren om ook te gaan verduurzamen. Met hun kennis over energiebesparing helpen ze anderen op weg. 

Energiecoach

Energiecoaches zijn vaak vrijwilligers die een opleiding tot energiecoach hebben gevolgd. Ze helpen buurtbewoners grip te krijgen op hun energieverbruik door concrete besparingstips te geven en vragen te beantwoorden. 

Energie Prestatie adviseur

De Energie Prestatie adviseur (EP-adviseur) is een gecertificeerd adviseur. Vaak worden EP-adviseurs ingezet om maatwerkadvies te leveren. De adviseur kan inzichtelijk maken wat er financieel en technisch haalbaar is. 

3. Warmte 

In het hoofdstuk warmte wordt gekeken naar warmteprojecten die door een burgerenergiecollectief zijn gestart, of waarbij een burgerenergiecollectief betrokken is. We kijken in de Lokale Energie Monitor met name naar projecten met een collectieve warmtevoorziening. Daarbij is er vrijwel altijd sprake van een systeem (warmteketen) met drie onderdelen: 

  • Eén of meerdere aardgasvrije bronnen.
  • Een warmtenet voor het transport van de warmte.
  • Aansluitsets voor de levering van de warmte aan huishoudens en/of utiliteitsgebouwen. 

Er zijn ook projecten in Nederland waarbij er geen collectieve voorziening wordt gerealiseerd, maar wel een collectieve aanpak wordt gebruikt. Bijvoorbeeld in het geval van all-electric oplossingen waarbij een hele wijk in een keer wordt aangepakt en/of waarbij sprake is van collectief opdrachtgeverschap.  

Toerekeningsregels warmteprojecten 

In de Lokale Energie Monitor volgen we alle projecten rond de ontwikkeling van een collectieve warmtevoorziening waar energiecoöperaties of bewonersinitiatieven bij betrokken zijn. Het is in het begin nog niet altijd duidelijk of projecten daadwerkelijk voor collectief eigendom zullen kiezen. 

Gaandeweg in de ontwikkelfase van projecten wordt vaak pas duidelijk welke governancestructuur zal worden toegepast en of mede-eigenaarschap van bewoners een expliciet doel is. Indien dit het geval is, wordt vervolgens het aantal verwachte aansluitingen gebruikt om het coöperatieve aandeel aan te duiden. 

Definities warmte 

Projectstatus warmteprojecten

Warmteprojecten zijn langlopende projecten, waarbij de rol van het betrokken burgerenergiecollectief en de mate van activiteit in het project jaarlijks kan verschillen. Om een actueel beeld te behouden wordt de status van alle warmteprojecten bijgehouden. We verdelen projecten in actief, niet-actief en stopgezet. 

  • Actief betekent dat er in het afgelopen jaar gecommuniceerd is over het project, dat er een reactie op de vragenlijst is geweest of dat er bekend is dat er ontwikkelingen zijn geweest.
  • Niet actief betekent dat het niet duidelijk is op basis van communicatie of terugkoppeling dat een project gestopt is, maar dat er ook al meerdere jaren geen veranderingen in het project zichtbaar zijn. We geven niet-actieve projecten niet weer in de monitor, maar houden deze wel bij. Wanneer projecten langer dan drie jaar niet actief zijn worden deze gemarkeerd als stopgezet.
  • Stopgezet betekent dat er expliciet is vermeld dat het project is stopgezet. Dit kan bijvoorbeeld zijn omdat het project niet haalbaar is gebleken in verkennend onderzoek of een haalbaarheidsonderzoek. Er zijn ook gevallen waarbij het project is stopgezet na realisatie.  

Projectfasen warmteprojecten

We maken onderscheid tussen vier projectfasen. 

  • 1. Oriëntatiefase 

In deze fase wordt het warmte-initiatief verkend en georganiseerd. Betrokken bewoners, de gemeente en andere relevante partijen verkennen samen de opgave en mogelijkheden. Er wordt gewerkt aan een gedeelde ambitie, globale oplossingsrichtingen en een eerste afbakening van het initiatief (gebied, type warmteoplossing en bron, rolverdeling). 

Eindresultaat: een gedragen plan waarin doelen, uitgangspunten, rollen en vervolgstappen zijn vastgelegd. 

  • 2. Ontwikkelfase 

De gekozen richting wordt verder uitgewerkt. Technische opties voor de warmtevoorziening worden ontworpen en vergeleken. Ook worden organisatorische (governance), financiële en juridische aspecten uitgewerkt. Daarnaast worden uitvoerende partijen geselecteerd die het plan kunnen realiseren. 

Eindresultaat: een uitgewerkt ontwerp, een sluitende businesscase, een duidelijke organisatievorm en afspraken met uitvoerende partijen. 

  • 3. Uitvoeringsfase 

Na het sluiten van contracten start de realisatie van de warmte-infrastructuur en eventuele aanpassingen aan gebouwen. Tijdens en na de uitvoering is aandacht voor kwaliteit, planning en communicatie met bewoners. 

Eindresultaat: goed functionerend en operationeel warmtesysteem. 

  • 4. Gebruiksfase 

In deze fase wordt het warmtesysteem langdurig beheerd. Prestaties worden bijgehouden, onderhoud wordt uitgevoerd en waar nodig worden verbeteringen doorgevoerd. Op de langere termijn wordt gepland wanneer onderdelen aan vervanging toe zijn. 

Eindresultaat: een onderhouds-, verbeterings- en vervangingsplan dat zorgt voor een betrouwbare en toekomstbestendige warmtevoorziening. 

Initiatiefnemer

Warmteprojecten kunnen op verschillende manieren worden opgestart. We brengen in kaart wie de initiatiefnemer van het project is geweest. Hierdoor krijgen we een beter begrip van de wijze waarop warmteprojecten van start gaan.  

Bewonersinitiatief (informeel) 

Het project is geïnitieerd vanuit een groep inwoners die niet is georganiseerd via een in de KvK ingeschreven organisatie. Ze profileren zich naar buiten toe als een groep met een eigen naam en duidelijke warmteambities. Het initiatief komt voort uit het idee van een of meerdere bewoners die een warmteproject willen realiseren. 

Wijk- of buurtvereniging (KvK) 

De initiatiefnemer is een wijk- of buurtvereniging met bestaande activiteiten in de omgeving. Dit hoeven niet enkel energie-activiteiten te zijn. De organisatie heeft vaak al bestaande contacten in de buurt en soms met de gemeente. Het initiatief voor een warmteproject komt dan van een of meerdere personen binnen of via deze organisatie. 

Energiecoöperatie 

De initiatiefnemer is de bestaande lokale energiecoöperatie, zoals gedefinieerd in de Lokale Energie Monitor. Hieronder vallen ook initiatieven van individuen die via de lokale coöperatie worden aangemeld bij de gemeente.  

Gemeente 

De projecten waarbij de gemeente initiatiefnemer is. In sommige gevallen wordt er op initiatief van de gemeente een bewonersorganisatie of klankbordgroep opgericht. 

Rol burgerenergiecollectief

Burgerenergiecollectieven kunnen verschillende rollen binnen een project hebben. De rolverdeling verandert bovendien vaak naarmate het project vordert. We hanteren de volgende rollen: 

Initiatiefnemer 

Het burgerenergiecollectief heeft een aanjagende en trekkende rol bij het project. Communicatie verloopt via de website van het collectief en de betrokken partijen werken samen aan het project in opdracht van het collectief. 

Partner 

Het collectief is gelijkwaardig partner in een samenwerking tussen meerdere partijen. Het collectief kan bijvoorbeeld een projectleider aanleveren of participatievraagstukken op zich nemen. We zien in dit geval vaak dat de communicatie naar het publiek via een onafhankelijke partij verloopt. Het collectief wordt expliciet benoemd in deze uitingen. 

Klankbordgroep 

Het collectief is aangehaakt bij het project, en denkt als georganiseerde groep bewoners mee met de plannen. Het collectief wordt bevraagd wanneer er belangrijke stappen in het project worden doorlopen.  

Schaalverdeling warmtenetten

Er worden door organisaties soms verschillende schaalverdelingen gehanteerd met betrekking tot warmtenetten. De warmtewet (Wcw) is helder over de juridische kadering, maar er is ook vaak een meer informele indeling die gebruikt wordt om de omvang van warmtenetten aan te duiden. We hebben verschillende indelingen samengebracht voor een overzichtelijke weergave van alle schalen. Hieronder staat een gedetailleerd overzicht van deze schaalverdelingen en hoe ze worden gebruikt in de figuur. 

Juridisch kader Wcw: 

  • Beperkt gereguleerd: ≤10 aansluitingen
  • Klein collectief: 11 - 1500 aansluitingen
  • Basis: ≥1500 aansluitingen 

Informeel kader schaalindeling 

  • Mini-warmtenet: 2 - 50 aansluitingen
  • Kleinschalig warmtenet 51 - 1500 aansluitingen
  • Regulier warmtenet ≥1500 aansluitingen 

Schaalindeling Lokale Energie Monitor 

  • Mini-warmtenet: ≤10 aansluitingen
  • Mini-warmtenet: 11 - 50 aansluitingen
  • Kleinschalig warmtenet: 51 - 1500 aansluitingen
  • Regulier warmtenet: ≥1500 aansluitingen 

Aflevertemperatuur en bron

Voor het indelen van warmteprojecten op basis van de aflevertemperatuur hanteren we de vier temperatuurniveaus van het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie:  

  • Hogetemperatuur (HT): 75 – 90 graden
  • Middentemperatuur (MT): 55 – 75 graden
  • Lagetemperatuur (LT): 30 – 55 graden
  • Zeer lagetemperatuur (ZLT): 10-30 graden 

Governancemodellen voor warmtegemeenschappen

Energie Samen heeft onderzoek gedaan naar verschillende governancemodellen die de mogelijkheid bieden om te voldoen aan de definitie warmtegemeenschap uit de Wcw. 

Er zijn drie modellen onderzocht: 

  • De coöperatie als eigenaar
  • De coöperatie als meerderheidsaandeelhouder
  • De coöperatie met een joint venture 

Lees meer over govenancemodellen voor warmtegemeenschappen op de website van Energie Samen. 

4. Zon 

In het hoofdstuk zon kijken we naar coöperatieve zonprojecten. De data in de Lokale Energie Monitor over zonprojecten wordt op verschillende manieren aangevuld: 

  • Projecten worden aangeleverd via de vragenlijst.
  • De SCE en SDE subsidieregisters worden nagelopen op projecten die niet via de vragenlijst zijn aangemeld.
  • Alle projecten in de dataset van vorig jaar en die nog niet gerealiseerd waren, worden nagelopen op voortgang via de website of navraag bij de coöperatie. 

Toerekeningregels zonprojecten 

In de Lokale Energie Monitor rekenen we het vermogen (en de productie) toe aan de eigenaren van een wind- of zonnepark naar rato van de aandelenverhoudingen. Als er sprake is van gedeeld eigendom en één van de eigenaren-aandeelhouders is een lokale coöperatie, dan rekenen we het coöperatief eigendom toe op basis van de hoeveelheid aandelen van de coöperatie.  

Definities zon 

Coöperatieve zonprojecten

Met coöperatieve zonprojecten bedoelen we alle zonnedaken, zonneparken, drijvende zonnevelden en andere zonne-energieprojecten die burgers in gezamenlijk verband ontwikkelen, beheren en in eigendom hebben of waarin zij financieel participeren. Zonprojecten die door middel van crowdfunding zijn gefinancierd maar waar geen energiecoöperatie bij is betrokken, laten we buiten beschouwing. 

Zonnepanelen op waterbassins vallen onder de definitie van een zonnedak. Grootschalig zon op water valt onder de definitie van zonnepark. 

Projectfasen zonprojecten

Oriëntatie 

Via de enquete van de Lokale Energie Monitor krijgen wij zonprojecten vaak in vroege fase binnen. Projecten die nog in verkenning zijn worden in deze projectfase geplaatst. Vanaf dit punt worden ze ieder jaar gecontroleerd.  

In voorbereiding 

De realisatie van deze projecten is nog niet zeker. De vergunningsprocedure is in voorbereiding of opgestart, maar er zijn nog geen vergunningen verleend. Voor zonneparken kan het twee tot vier jaar duren voordat ze operationeel zijn. Voor zonnedaken kan dat sneller gaan. 

Gepland 

Deze projecten gaan vrijwel zeker door. Ze hebben een subsidiebeschikking (SDE, SCE). Voor de grondgebonden en drijvende zonneparken betekent dit dat de vergunning is verleend en er (redelijke) zekerheid bestaat dat een aansluiting op het elektriciteitsnetwerk mogelijk is (transportindicatie). De financiering is zo goed als rond. In een aantal gevallen wachten de initiatiefnemers op een besluit van de Raad van State. De Raad van State kan de vergunning nog vernietigen. 

Voor dakgebonden projecten betekent dit dat de SCE-subsidie is toegekend. Helemaal zeker is het niet, want afspraken met dakeigenaren en de netbeheerders zijn vaak nog niet 100% vastgelegd. 

Gerealiseerd 

Projecten waarvan zeker is dat ze zijn gerealiseerd. We zoeken hier altijd een bron bij. Dit is bijvoorbeeld een melding in de enquête, een nieuwsbericht of een realisatiemelding in de openbare data van de SDE of SCE cijfers. 

5. Wind 

In het hoofdstuk wind bespreken we windprojecten die burgers in collectief verband ontwikkelen, beheren en in eigendom hebben en waarin ze financieel participeren.  

De ontwikkeling van windprojecten duurt meerdere jaren. Ze worden vaak via de vragenlijst aangeleverd waarna we ze blijven volgen. Daarnaast worden de SCE en SDE subsidieregisters onderzocht om projecten die niet via de vragenlijst zijn aangemeld in beeld te krijgen. Daarnaast worden alle projecten die in de dataset staan en niet gerealiseerd zijn, nagelopen op voortgang. Na deze inventarisatie blijft er vaak nog een aantal specifieke cases over. Hierover wordt navraag gedaan bij de initiatiefnemers. 

Toerekeningsregels Windprojecten 

Als er sprake is van gedeeld eigendom van een windmolen of windpark en één van de eigenaren-aandeelhouders is een lokale coöperatie, dan rekenen we het coöperatief eigendom toe op basis van de hoeveelheid aandelen van de coöperatie. 

In de Lokale Energie Monitor kijken we alleen naar coöperatief eigendom. In de financiële participatiemonitor wordt ook lokaal eigendom en/of publiek eigendom in beeld gebracht. 

Definities wind

Projectfasen windprojecten

Voor pijplijnprojecten hanteren we de volgende omschrijvingen: 

Oriëntatie/verkenning 

Er is nog geen specifieke locatie in beeld. Lokale initiatiefnemers zijn betrokken bij bijvoorbeeld gebiedsverkenningen en locatieonderzoeken of zien zelf kansen voor een specifieke locatie. In deze fase zijn de overheden aan zet: zij bepalen waar en onder welke voorwaarden wind mogelijk is. 

In voorbereiding 

Realisatie van deze projecten is nog lang niet zeker. De vergunningsprocedure is in voorbereiding of opgestart, maar er zijn nog geen vergunningen verleend. Voor de windparken kan het vijf tot zeven jaar duren voordat ze operationeel zijn. 

Gepland 

Deze projecten gaan vrijwel zeker door. Ze hebben een subsidiebeschikking. Voor de windparken betekent dit dat de vergunning is verleend. De financiering is zo goed als rond. In een aantal gevallen wachten de initiatiefnemers op een besluit van de Raad van State. 

Bouwfase 

Deze projecten gaan zeker door. Er is begonnen aan de bouw. 

Gerealiseerd 

Het project is gerealiseerd en wekt energie op.  

Sanering gepland 

Het project staat op de planning om gesaneerd te worden, vaak komt er een nieuwe windmolen op dezelfde locatie terug. Hier wordt een nieuw project voor aangemaakt. 

Gesaneerd 

Het project is gesaneerd, de opwek wordt nu negatief meegerekend in de monitor. Het nieuwe project wat mogelijk op deze locatie wordt ontwikkeld wordt onder een apart project met de eigen opwek opgenomen. 

Colofon Lokale Energie Monitor

Onze dank gaat nadrukkelijk uit naar alle bewonersinitiatieven, energiecoöperaties, regionale experts en koepelorganisaties die hebben meegeholpen aan de totstandkoming van deze Lokale Energie Monitor. De Lokale Energie Monitor wordt mede mogelijk gemaakt door de Participatiecoalitie en komt tot stand in samenwerking met onze partners: Energie Samen, de Natuur en Milieufederaties, LSA bewoners en Buurkracht.

Publicatiedatum: 20 maart 2026. De volgende editie van de Lokale Energie Monitor verschijnt in het voorjaar van 2027.

De Lokale Energie Monitor 2025 is een uitgave van Klimaatstichting HIER en wordt uitgevoerd door Bureau 7TIEN, Platform31 en AS I-Search. 

Over de onderzoekers

Jesse de Graaff, mede-oprichter van Bureau 7TIEN, is hoofdonderzoeker van de Lokale Energie Monitor. Bureau 7TIEN is een adviesbureau dat onderzoek en evaluaties uitvoert en ondersteund bij het ontwikkelen van beleid op gebied van duurzaamheid. Vanaf 2021 is Jesse als onderzoeker betrokken bij de Lokale Energie Monitor met focus op data, energiebesparing en warmte. Ook werken collega onderzoekers Wieke Meijer en Ruben van Geerenstein vanuit Bureau 7TIEN aan de monitor.

Hannah Tullemans is onderzoeker en projectleider bij Platform31. Sinds 2025 is zij co-onderzoeker van de monitor met focus op bewonersinitiatieven en energiebesparing. Platform31 is een onafhankelijke kennis- en netwerkorganisatie. Platform31 onderzoekt maatschappelijke opgaven in samenhang en brengt partijen bij elkaar om te komen tot een aanpak waar bestuurders en uitvoerders direct mee aan de slag kunnen.

Anne Marieke Schwencke van AS I-SEARCH is zelfstandig onderzoeker en startte in 2015 samen met HIER de Lokale Energie Monitor. Voor deze editie is zij als expert betrokken in het onderzoeksteam. Naast de Lokale Energie Monitor werk zij ook aan de Monitor financiële participatie hernieuwbare energie op land en is ze actief lid bij Zon op Leiden en Rijnland Energie. 

Klimaatstichting HIER

Tegenlezers: Jan Zuilhof, Jantine Claus, Menno van Kicken, Ante Sellis en Floor de Jong
Vragenlijst en coördinatie: Jessey Woodley
Eindredactie: Jan Zuilhof
Beeld en online redactie: Anne van Dam
Communicatie: Eveline van Veelen en Jessey Woodley
Pers: Nicky Struijker Boudier
Woordvoerder: Gijs Termeer
Projectleiding: Floor de Jong

Voor vragen over de Lokale Energie Monitor: neem contact op met Floor de Jong.

Bijlagen & downloads

Bij deze uitgaven horen een aantal bijlagen. Bekijk ze hieronder:

Lokale Energie Monitor:

De Lokale Energie Monitor 2025 is een uitgave van klimaatstichting HIER 

Lokale Energie Monitor © 2026 door Klimaatstichting HIER draagt licentie CC BY-NC-SA 4.0

Communiceer over de LEM

Deel de Lokale Energie Monitor in je netwerk! Bijvoorbeeld in nieuwsbrieven of op social media. Je kunt hieronder een aantal communicatiematerialen downloaden: 

Beeldmateriaal

Teksten

Op de hoogte blijven?

Ontvang tips, artikelen, nieuws en meer! Geef hieronder aan welk thema je voorkeur heeft.

Lijsten