We hebben in deze monitor 437 burgerenergiecollectieven met energiebesparingsactiviteiten in beeld. Onder energiecoöperaties zien we een lichte groei van dit soort activiteiten.
In het kort
- 44% van de energiecoöperaties heeft ten minste één activiteit op het gebied van energiebesparing, een groei van 2%-punt ten opzichte van vorig jaar.
- Daarnaast hebben we voor deze monitor gegevens van 129 bewonersinitiatieven die energiebesparingsactiviteiten hebben.
- De meest voorkomende besparingsactiviteiten zijn energiecoaching, het organiseren van informatiebijeenkomsten en informatievoorziening via een website.
- Steeds meer collectieven bieden bewoners ondersteuning bij het aanvragen van subsidies, 35% noemt dit als activiteit.
- Bijna één op de drie collectieven richt zich ook op huishoudens in energiearmoede.
In het hoofdstuk Over de monitor worden de definities van verschillende vormen van energiehulp en besparingsactiviteiten verder toegelicht.
Energiecoöperaties én bewonersinitiatieven
In de Lokale Energie Monitor 2025 brengen we voor het eerst de energiebesparingsactiviteiten van zowel energiecoöperaties als bewonersinitiatieven samen in één overzicht. We kijken naar de totale beweging en spreken dan van burgerenergiecollectieven, of kortweg collectieven. Waar relevant tonen wij verschillen tussen de twee groepen.
Voor dit hoofdstuk gebruiken we gegevens van alle energiecoöperaties. We gebruiken ook gegevens van 129 bewonersinitiatieven waarvan we uitgebreide informatie hebben. De totale groep bewonersinitiatieven is veel groter en schatten we op minstens 1000. Lees hierover meer in de hoofdstukken Collectieven en Over de Monitor.
Onderzoek: energiehulp is effectief
TNO concludeert in recent onderzoek dat energiehulp (zoals coaches en fixers), leidt tot een significante daling in gas- en elektriciteitsverbruik bij huishoudens.
Het effect is het grootst bij huishoudens in energiearmoede, waar het gasverbruik daalt met 10,1% en stroomverbruik met 7,8%. Voor deze huishoudens nemen bovendien farmaciekosten en medicijngebruik af.
Burgerenergiecollectieven helpen gemeenten
Gemeenten hebben via een Specifieke Uitkering (SPUK) middelen voor energiearmoede ontvangen. Hiermee kunnen ze onder andere energiecoaches en -fixers inzetten. Deze middelen zijn beschikbaar tot eind 2026. Ook via de SPUK Lokale Aanpak Isolatie (LAI) kunnen gemeenten de hulp van energiecoaches en –fixers inzetten.
Burgerenergiecollectieven spelen in de praktijk regelmatig een rol bij de uitvoering van deze regelingen. In 2025 was de laatste inschrijfronde voor de SPUK LAI. De gelden zijn nog in te zetten tot en met eind 2028. Het is nog onduidelijk of er daarna vervolgfinanciering vanuit het Rijk komt.
Aantal collectieven met bespaaractiviteiten
Er zijn 437 burgerenergiecollectieven die ten minste één energiebesparingsactiviteit ondernemen.
Hiervan zijn 308 georganiseerd als energiecoöperatie, 44% van het totaal aantal energiecoöperaties in Nederland. Dit aandeel is 2%-punt hoger dan vorig jaar.
De overige 129 zijn bewonersinitiatieven. In totaal hebben we 146 bewonersinitiatieven goed in beeld via de enquête. Van de bewonersinitiatieven die we in beeld hebben, voert veruit het grootste deel (88%) dus energiebesparingsactiviteiten uit.
Besparingsactiviteiten
Burgerenergiecollectieven voerden afgelopen jaar 20 verschillende activiteiten uit op het gebied van energiebesparing. De activiteiten zijn verveeld over vijf categorieën. Activiteiten in de categorieën ‘informatie’ en ‘advies en begeleiding’ worden veruit het meeste uitgevoerd.
De drie meest genoemde besparingsactiviteiten: het aanbieden van (advies van) energiecoaches (geen EPA) (62%), het organiseren van digitale of fysieke informatiebijeenkomsten (58%) en informatievoorziening via de website (57%).
Tussen energiecoöperaties en bewonersinitiatieven zien we weinig verschillen. De top 3 meest genoemde activiteiten is hetzelfde, alleen in net een andere volgorde.
Figuur 2.1 geeft het aantal collectieven weer dat een bepaalde besparingsactiviteit uitvoert. Alle percentages onder kopje 'toelichting per categorie' zijn gebaseerd op het totale aantal burgerenergiecollectieven dat energiebesparingsactiviteiten uitvoert en bij ons bekend is (437).
Toelichting per categorie
Advies en begeleiding
Binnen de categorie ‘advies en begeleiding’ zien we bij alle activiteiten een toename van het aantal collectieven dat deze uitvoert.
Energiecoaches
62% van de burgerenergiecollectieven biedt (advies van) energiecoaches (geen EPA) aan.
Warmtescans
Daarnaast biedt ook 53% warmtescans of een warmtesafari aan. De scan wordt vaak uitgevoerd door energiecoaches. Bij een warmtesafari gaat een groepje bewoners met een energiecoach op pad om met de warmtebeeldcamera energielekken bij woningen op te sporen. In sommige gevallen is er een mogelijkheid voor bewoners om een warmtebeeldcamera van de coöperatie te lenen en de scan zelf uit te voeren.
Maatwerkadvies
Een derde van de collectieven (30%) geeft maatwerkadvies. Dit houdt in dat het advies wordt afgestemd op een individuele woning.
Begeleiding van buurtinitiatieven
Ongeveer een derde van de collectieven (29%) begeleidt (andere) buurtinitiatieven op het gebied van besparing.
Informatievoorziening
58% van de burgerenergiecollectieven met besparingsactiviteiten organiseert digitale of fysieke bijeenkomsten om bewoners te informeren over energiebesparing. Ook heeft 57% een website met informatie over energiebesparing.
Hulp bij subsidies
Een activiteit die in 2024 voor het eerst werd genoemd, namelijk informatie over subsidies of hulp bij het aanvragen hiervan, wordt in 2025 door 35% van de burgerenergiecollectieven aangeboden. Dat is ruim tweeënhalf keer zoveel als vorig jaar (13%).
Standaardadvies voor veelvoorkomende woningtypen
Ook standaardadvies voor veel voorkomende woningtypen werd vorig jaar voor het eerst genoemd en is van 2% in 2024 gestegen naar 9% in 2025. Dit is deels te verklaren doordat we dit jaar ook de bewonersinitiatieven meenemen, maar ook onder de energiecoöperaties zelf zien we hierin een stijging. Een mogelijke verklaring kan zitten in de manier waarop we deze informatie uitvragen: deze antwoordoptie is namelijk sinds vorig jaar nieuw toegevoegd. Het kan zijn dat collectieven deze activiteit in de vragenlijst nu aanklikken en voorheen niet invulden bij ‘anders namelijk’.
Energiearmoede
In 20% van de gevallen leiden collectieven energiefixers en -hulpen op of bieden zij hun diensten aan om energiearmoede aan te pakken. Dit is een stijging van 5%-punt ten opzichte van vorig jaar. Deze stijging is niet alleen te duiden door het feit dat dit jaar ook bewonersinitiatieven onderdeel zijn van de totale groep collectieven. Want ook onder de energiecoöperaties zelf is deze activiteit gegroeid. Energiearmoede blijft een urgent probleem dat blijvende aandacht, zowel bij gemeenten als in de media, krijgt.
13% geeft aan dat zij andere activiteiten op het gebied van energiearmoede uitvoeren. Voorbeelden hiervan zijn het uitvoeren van de SPUK LAI regeling van de gemeente of begeleiding bij het aanvragen van gemeentelijke acties zoals een witgoedbon.
Waterzijdig inregelen
We zien dat enkele collectieven informatie geven over het waterzijdig inregelen van cv-installaties (9%) en dat 5% het waterzijdig inregelen van een cv-installatie door een vrijwilliger of medewerker bij bewoners thuis aanbiedt. Waterzijdig inregelen is het in balans brengen van het verwarmingssysteem. Hierdoor wordt het water op de goede manier over de radiatoren verdeeld en verbruikt het systeem minder energie.
Collectieve inkoop
Een deel van de collectieven houdt zich bezig met collectieve inkoopacties van bijvoorbeeld isolatiemateriaal (17%) of zonnepanelen (15%). We zien hierbij dat de inkoop van isolatiemateriaal ten opzichte van vorig jaar (13%) licht gestegen is en die van zonnepanelen licht gedaald (dit was 17%).
De collectieve inkoop van warmtepompen is er vorig jaar bij gekomen als nieuwe activiteit en vindt nog steeds maar beperkt plaats (3%), maar is wel verdriedubbeld ten opzichte van 2024.
Voorbeeld uit de praktijk
Brummen Energie – uitvoering van gemeentelijke isolatieaanpak
Vanaf 2023 konden alle Nederlandse gemeenten de Specifieke Uitkering (SPUK) Lokale Aanpak Isolatie (LAI) aanvragen om hun eigen isolatieprogramma op te zetten. Het programma is gericht op inwoners met een slecht geïsoleerde koopwoning.
Brummen Energie voert namens de gemeente Brummen de SPUK LAI regeling uit. De energiecoaches van Brummen Energie bieden gratis hulp aan inwoners van gemeente Brummen. Zij worden door de gemeente betaald.
Een woning isoleren vraagt om een plan en vaak ook een flinke investering. Daarom is er ondersteuning door middel van zowel hulp als geld. De energiecoaches van Brummen Energie kunnen op vier manieren helpen: (1) het maken van een isolatieplan, (2) helpen bij het aanvragen van offertes, (3) vraagbaak bij de uitvoering van de isolatiemaatregel en (4) helpen bij het aanvragen van de subsidie.
Brummen Energie werkt al 13 jaar als energiecoöperatie in de gemeente Brummen. Hun expertise en netwerk maakt hen de ideale kandidaat om het werk van de gemeente uit te voeren.
Doelgroepen
Met het samenvoegen van de vragenlijsten voor energiecoöperaties en bewonersinitiatieven, zijn vragen over hun doelgroepen dit jaar voor het eerst volledig opgenomen in de Lokale Energie Monitor. Deze informatie is vorig jaar al wel uitgevraagd onder bewonersinitiatieven.
We weten nu van 91 collectieven wie hun doelgroep is. Hiervan richt 66% zich (mede) op huiseigenaren met investeringscapaciteit en 46% op huiseigenaren met een smalle beurs. 31% heeft ook als doelgroep huishoudens in energiearmoede. In de meeste gevallen richten collectieven zich op meer dan één doelgroep en een kwart van de collectieven richt zich zelfs op alle huishoudens in hun werkgebied (26%).
Huurders komen minder voor als doelgroep. 15% richt zich op huurders met investeringscapaciteit en 23% op huurders met een smalle beurs.
Bereik
We hebben ook gevraagd in hoeverre de collectieven vinden dat ze hun doelgroepen goed kunnen bereiken. We hebben van 283 van de collectieven met energiebesparingsactiviteiten inzicht in hoe ze hun bereik beoordelen. Ruim tweederde geeft aan hun doelgroep neutraal tot redelijk goed te bereiken, 13% zelfs heel goed.
Manieren van bereiken
Ook informatie over de manieren waarop collectieven bewoners proberen te bereiken met hun besparingsactiviteiten was vorig jaar al uitgevraagd onder bewonersinitiatieven. We weten dat nu van 132 burgerenergiecollectieven.
Veruit de meest genoemde manier van bereiken is via een nieuwsbrief, 97 van de 132 collectieven geven aan een nieuwsbrief te gebruiken. Ook sociale media worden veel gebruikt, 69 van de initiatieven noemen dit als kanaal.
Wat opvalt is dat aanbellen en van deur tot deur gaan nog weinig wordt gedaan (29 keer genoemd). We weten namelijk uit interviews dat de ervaring leert dat van deur tot deur gaan als zeer effectief wordt ervaren. Een mogelijke verklaring is dat deze vorm van bereiken veel tijd en capaciteit vraagt.
Bij ‘anders namelijk’ worden nog een aantal nieuwe categorieën genoemd zoals mensen bereiken via de eigen website, met informatiestands op lokale markten staan en via huiskamer- of bewonersbijeenkomsten. Ook is er een bewonersinitiatief dat informatie verspreidt via dokterspraktijken.
Voorbeeld uit de praktijk
DuurSaam Houtvaartkwartier
“In Haarlem is het bewonersinitiatief 'DuurSaam Houtvaartkwartier’ bezig met het verduurzamen van hun wijk. De wijk Houtvaartkwartier gaat namelijk van het gas af. Dit wordt gedaan door individuele of kleinschalige warmteoplossingen samen met de buren te delen. De aanpak maakt maatwerk mogelijk.
In de wijk zijn veel dezelfde type woningen te vinden. DuurSaam Houtvaartkwartier heeft er daarom voor gekozen om d.m.v. professionele energiescans van referentiewoningen iedereen in de wijk aan een duurzaamheidsplan te helpen en om een gezamenlijke isolatieactie te organiseren. Door het hoge aantal gelijksoortige woningen hoeft het wiel niet elke keer opnieuw uitgevonden te worden. Kennis wordt gedeeld, mensen leren elkaar kennen, slimmere oplossingen worden gevonden en bovendien is het gezelliger om het samen te doen!
Uit ervaring blijkt dat van deur tot deur gaan de beste manier is om de meeste bewoners te bereiken. Omdat het een grote wijk betreft, 4000 woningen, is het niet mogelijk om iedereen op deze manier te bereiken. Er wordt dan overgegaan op flyeren en buurtapps.”
Samenwerkingspartners
Van 303 burgerenergiecollectieven weten we wie de samenwerkingspartners op het gebied van energiebesparing zijn, omdat deze zijn ingevuld via de enquête of openbaar op de website te vinden zijn. Hiervan zijn er 240 energiecoöperaties en 63 bewonersinitiatieven.
Vooralsnog blijft de gemeente de grootste samenwerkingspartner voor de burgerenergiecollectieven (73%). Dit geldt zowel voor de energiecoöperaties, als voor de bewonersinitiatieven. Gemeente Den Haag werkte bijvoorbeeld de afgelopen vijf jaar samen met 36 bewonersinitiatieven in de energietransitie.
Ook wordt regelmatig samengewerkt met lokale energieloketten, namelijk door 19% van de burgerenergiecollectieven. We zien dat burgerenergiecollectieven steeds meer de samenwerking opzoeken met partners die lokaal actief zijn zoals maatschappelijke organisaties (17%), bedrijfsleven (17%) en woningcorporaties (16%).
Ook zien we dat er onderling veel samenwerking wordt gezocht. Zowel bewonersinitiatieven onder elkaar als energiecoöperaties onder elkaar. Maar ook tussen de twee verschillende groepen wordt samengewerkt.
Voorbeeld uit de praktijk
Duurzaam Hasseler Es
Duurzaam Hasseler Es is een buurtinitiatief van de wijk Hasseler Es in Hengelo. Het initiatief streeft ernaar om een duurzame en leefbare gemeenschap te worden. Ze willen bewoners bemoedigen om bewuste keuzes te maken met betrekking tot energieverbruik, mobiliteit, afvalbeheer en andere aspecten van duurzaam leven.
Ze werken met veel verschillende organisaties samen. Ze gebruiken elkaars informatiekanalen, organiseren samen bijeenkomsten en collectieve inkoopacties. Door hun krachten samen te bundelen zijn de vragen en behoeftes die bij bewoners spelen in kaart gebracht. Op basis hiervan hebben de gemeente Hengelo en de energiecoöperatie ‘Energie van Hengelo’ een energieloket opgezet die aansluit op de behoefte van bewoners. Hier kunnen bewoners terecht voor de Fixbrigade, een warmtescan, energiecoaches, energie prestatie scans, leningen, een energiecontract bij OM Energie, collectieve inkoopacties voor isolatie en zonnepanelen en informatie over subsidies.
Mede dankzij de inzet van Duurzaam Hasseler Es, is er één centraal contact punt is waar bewoners meegenomen worden van idee tot uitvoering, is er ruimte voor een goede samenwerking tussen alle verschillende partijen. Er is vertrouwen in elkaar. Dit heeft ertoe geleid dat de gemeentelijke subsidieregelingen soepeler en breder zijn geworden (minder strikte eisen aan inkomensgrens, energielabel van huis, doe-het-zelf), waardoor de doelgroepen beter ondersteund worden. Het buurtinitiatief heeft een verbindende en aanjagende rol gespeeld, waardoor bewoners de informatie en ondersteuning nu goed weten te vinden.
Financiering
We weten van 265 burgerenergiecollectieven wat hun financieringsbronnen zijn voor hun energiebesparingsmaatregelen. Hiervan zijn er 213 energiecoöperaties en 52 bewonersinitiatieven.
De belangrijkste financieringsbron voor de energiebesparingsactiviteiten van burgerenergiecollectieven blijft, zoals voorgaande jaren ook het geval was, een bijdrage of subsidie vanuit de gemeente. 73% geeft de gemeente aan als financieringsbron.
Wanneer we onderscheid maken tussen energiecoöperaties en bewonersinitiatieven, zien we dat de bewonersinitiatieven in sterkere mate afhankelijk zijn van de gemeentelijke bijdragen. Bij de energiecoöperaties komt financiering ook vaak nog uit eigen opbrengsten, bijvoorbeeld van de verkoop van energie (31%), of uit een vaste bijdrage van leden (26%).
Als we weer kijken naar de gehele beweging van burgerenergiecollectieven met besparingsactiviteiten, worden ze in sommige gevallen gesponsord door bedrijven (6%), andere energiecoöperaties (4%), of gesubsidieerd door de provincie (9%). En in sommige situaties ontvangen collectieven subsidie van de Participatiecoalitie (6%).