In 2025 zijn 23 warmteprojecten gestart, drie projecten zijn stopgezet. In totaal zijn er 106 warmteprojecten in beeld. 14 van de 23 gestarte warmteprojecten hebben een mini-schaal van 2 tot 50 huishoudens. 40 van de 106 warmteprojecten hebben expliciet als doel om bewoners mede-eigenaar te laten worden van de warmte oplossing.
In het kort
- Er zijn 106 collectieve warmteprojecten actief. Dit zijn allemaal projecten waarbij een energiecoöperatie en/of een bewonersinitiatief betrokken is.
- Van de 696 energiecoöperaties, zijn 77 bezig met een warmteproject. Van de 149 bewonersinitiatieven waarvan we uitgebreide informatie hebben, werken 21 aan een warmteproject. Bij 12 projecten zijn zowel een bewonersinitiatief als energiecoöperatie betrokken.
- In 2025 zijn 9 warmteprojecten met meer dan 50 beoogde aansluitingen gestart, 3 projecten zijn gestopt. Daarnaast zijn er 14 projecten met een schaal van 2-50 huishoudens (mini-warmtenet) gestart.
- Van de 106 projecten heeft 55% van de betrokken burgerenergiecollectieven een trekkende rol.
- Thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) wordt in 39 projecten onderzocht of ingezet als bron.
- 40 warmteprojecten hebben een expliciet doel om bewoners mede-eigenaar te laten worden van het warmtesysteem.
In dit hoofdstuk onderzoeken we duurzame warmteprojecten waarin georganiseerde bewoners een actieve rol spelen.
In het hoofdstuk Over de monitor worden alle relevante definities, zoals warmteproject, warmtegemeenschap, projectfasen, projectstatus, schaalverdeling warmtenetten, rol en initiatiefnemer burgerenergiecollectief, nader toegelicht.
Achtergrondinformatie
Wet collectieve warmte (Wcw)
Er wordt door het ministerie van Klimaat en Groene Groei gewerkt aan een opvolger voor de warmtewet: de Wet collectieve warmte (Wcw). Het wetsvoorstel is in 2025 door zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer aangenomen. In de nieuwe warmtewet is opgenomen dat een collectief warmtesysteem (warmtenet) voor meer dan de helft in handen moet zijn van een publieke organisatie. De wet treedt waarschijnlijk in de loop van 2026 in werking.
Aanwijzing warmtekavel door gemeenten
De gemeente kan een warmtebedrijf aanwijzen dat verantwoordelijk is voor het leveren en transporteren van warmte binnen een vastgesteld gebied, een warmtekavel.
Rol energiecoöperatie in warmtegemeenschap
In het wetsvoorstel is een belangrijke rol weggelegd voor energiecoöperaties. In de vorm van een warmtegemeenschap kunnen zij worden aangewezen als publieke partij, die het merendeel van het eigendom van een collectief warmtesysteem mag hebben.
Het warmtesysteem komt dan bijvoorbeeld in handen van een Warmtebedrijf B.V., dat voor meer dan 50% in eigendom is van een Coöperatie U.A. Afnemers van warmte krijgen zo zeggenschap, omdat dit in de democratische opzet van de coöperatie is geborgd.
Zie ‘Governancemodellen voor warmtegemeenschappen’ op de website van Energie Samen voor meer informatie hierover.
Uitzondering bij kleine warmtesystemen
Voor collectieve warmtesystemen met maximaal 1.500 aansluitingen gelden voor het ontwikkelen en gebruiken van een warmtenet andere regels. Elk warmtebedrijf, ook een commercieel warmtebedrijf, kan in deze situatie ontheffing vragen. Het warmtebedrijf hoeft dan voor het leveren en transporteren van warmte niet door de gemeente aangewezen te worden en hoeft ook niet te voldoen aan de eis van meer dan 50% in publieke handen.
Juridisch kader en schaal
De Wcw hanteert een schaalverdeling om te bepalen welk juridisch kader van toepassing is op het warmtenet. In de achtergrondinformatie staat meer informatie over hoe de verschillende schalen worden gebruikt.
Ontwikkeling projecten
Dit In figuur 3.2 worden alle actieve warmteprojecten weergegeven. De projecten met een doel voor mede-eigenaarschap van bewoners zijn met verschillende kleuren zichtbaar gemaakt.
Uitvoeringsfase
Er zijn drie projecten waarbij een bewonersenergiecollectief betrokken is in de uitvoeringsfase: Ketelhuis WG (warmtenet), Aardgasvrij Garyp (uitrol van warmtepompen in samenwerking met Enerzjy Koöperaasje Garyp), Paddepoel en Selwerd waarbij het bestaande warmtenet wordt uitgebreid in samenwerking met coöperatie Grunneger Power. Dit zijn alle drie projecten met subsidie van het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW)
Gebruiksfase
Er zijn in 2025 geen nieuwe projecten gerealiseerd. Het Traais warmtenetwerk wordt sinds 2022 geëxploiteerd en is bezig met verder uitrollen. Nagele in balans heeft in 2022 pilotproject gerealiseerd. Afgelopen jaar bleek de warmte-koude-opslag (WKO) onherstelbaar beschadigd en het systeem werkt nu zonder WKO. Thermo Bello, Duinwijck Gasvrij en Dorpsverwarming Hoonhorst worden al langere tijd geëxploiteerd.
Stopgezet in 2025
Dit jaar zijn drie projecten gestopt: Warmte uit Water poelgeest, Restwarmtenet Hoek en Warm Heeg. In Poelgeest stopte Vattenval met de ondersteuning van het project wat meer dan 8 jaar in de maak was. In Hoek ziet de initiatiefnemer geen toekomst meer in het project na het terugtrekken van de fabriek die de restwarmte zou leveren. Warm Heeg heeft het project moeten stoppen omdat er geen bankgarantie wordt ontvangen van de gemeenteraad. Zij zien het financiële risico te hoog in.
Mede-eigenaarschap bewoners als doel
In de Lokale Energie Monitor volgen we alle projecten waar energiecoöperaties of bewonersinitiatieven bij betrokken zijn. In deze paragraaf kijken we expliciet naar de projecten waarbij het betrokken burgerenergiecollectief aangeeft dat zij mede-eigenaar van het warmteproject wil worden.
Er zijn 40 warmteprojecten waarbij mede-eigenaarschap van bewoners een expliciet doel is. Deze projecten verwachten gezamenlijk 30.118 aansluitingen te realiseren. In deze groep zitten vier projecten die vallen onder ‘regulier warmtenet’ volgens de Wcw, oftewel meer dan 1500 aansluitingen. Dit zijn onder andere Meerenergie en Warm in de Wijk. Deze projecten moeten vanwege de schaal voor ten minste 50% in publiek eigendom komen. Om onder de warmtewet mede-eigenaar te kunnen worden moet het burgerenergiecollectief worden georganiseerd als warmtegemeenschap. Warmtegemeenschappen kunnen in de markt fungeren als publiek eigenaar.
Voorbeelden uit de praktijk
KetelhuisWG, Wilhelmina Gasthuisterrein, Amsterdam - uitvoeringsfase
Energiecoöperatie KetelhuisWG is opgericht door buurtbewoners voor alle 1500 bewoners, huurders en ondernemers in de Amsterdamse Wilhelmina Gasthuisbuurt. De Energiecoöperatie wil alle circa 30 gebouwen op het terrein aardgasvrij maken met een buurtwarmtesysteem dat warmte haalt uit het nabijgelegen Jacob van Lennepkanaal via thermische energie uit het oppervlaktewater (TEO).
Een hobbelige weg
Sinds 2018 is de coöperatie bezig met de ontwikkeling van het warmtenet. Na lang onderzoek en een hobbelige weg rondom de financiering en twijfels vanuit de gemeente over de businesscase, konden in 2024 toch de eerste proefwerkzaamheden van start gaan. Eind 2024 werd ook duidelijk dat de gemeente een lening en subsidie zou verzorgen, waardoor in het voorjaar van 2025 met de aanleg van het warmtesysteem kon worden begonnen.
Eindelijk resultaat
Met de hulp van de woningcorporatie, de gemeente en het waterschap, is het gelukt een sterk draagvlak te creëren: ruim 70% van de bewoners stemde in met de overstap naar buurtwarmte. Ook hebben inmiddels alle betrokkenen partijen definitief groen licht gegeven voor de uitvoering en zullen vanaf halverwege 2026 de eerste woningen aardgasvrij gemaakt worden. De energiecoöperatie streeft ernaar om in 2028 de laatste gebouwen aan de sluiten, waarmee de verwarming van het hele terrein volledig CO2-neutraal wordt. Zie de websites Ketelhuis WG en Planken Zonder Gas voor meer informatie over dit project.
Mini-warmtenet Turfstreek, Soest - gebruiksfase
In de Soester wijk Overhees is door bewoners een mini-warmtenet opgezet waar inmiddels drie woningen op zijn aangesloten. De warmte wordt gehaald uit een nabijgelegen sloot (TEO), en de techniek werkt zo goed dat er plannen liggen om de halve wijk op een warmtenet aan te sluiten: dat gaat om meer dan duizend woningen.
Opschaling ligt om de hoek
Drie jaar geleden richtten bewoners de energiecoöperatie Soester Energie op. Zij begonnen met een succesvolle proef waarbij het gebouw van een kinderboerderij wordt verwarmd met een warmtewisselaar uit dezelfde sloot. De techniek werkte zo goed, dat ook werd gekeken naar het verwarmen van woningen. Hiervoor kwam eerst het mini-warmtenet tot stand. Na wederom succes liggen er nu plannen om flink uit te breiden en meer dan duizend woningen aan te sluiten op het net. Dit zou niet alleen leiden tot verduurzaming van de wijk, maar in de afgekoelde vijvers krijgt blauwalg ook nog eens minder kans.
Met dit initiatief laat Soest zien dat betrokken bewoners met behulp van innovatieve technologieën zelf een veelbelovend warmtenet kunnen realiseren. Lees meer op de website van Overhees – Soester Energie
Warm westerkwartier - onderzoeksfase
In het Westerkwartier in Culemborg onderzoeken bewoners de realisatie van een gezamenlijk warmtenet. Daarvoor willen ze warmte gebruiken uit gezuiverd afvalwater dat wordt geloosd in de lek. In 2024 richtten ze voor dit project de energie coöperatie Warm Westerkwartier op.
Ontwikkelingen
Een verkennend onderzoek heeft laten zien dat het gebruik van aquathermie hier een goed alternatief is voor het verwarmen op aardgas voor ongeveer 500 woningen in het Westerkwartier. De bevindingen van deze verkenning zijn getoetst en worden ondersteund door de gemeente en de woningcorporatie. De bewoners werken nu verder aan de ontwikkeling van het warmtenet met hulp van het Ontwikkelfonds warmte van Energie Samen.
De komende tijd zal het technisch ontwerp worden uitgewerkt en zal er onderzoek gedaan worden naar optimalisatie van het warmtenet. Daarnaast staat nu het vergroten van de betrokkenheid en zeggenschap van de bewoners uit het Westerkwartier op de planning. De energiecoöperatie wil de bewoners halverwege 2026 een concreet voorstel doen over toekomstige aansluiting op het warmtenet. Bij genoeg geïnteresseerden hoopt de coöperatie het warmtenet in 2028 te realiseren. Lees verder op de website van Bewonersenergiecoöperatie Warm Westerkwartier Culemborg
Doorstart van Zonnewarmte Ramplaankwartier - onderzoeksfase
In het Ramplaankwartier in Haarlem hebben bewoners sinds 2018 de handen al ineengeslagen voor een betaalbaar en duurzaam alternatief voor aardgas in hun wijk. Hiervoor richtten ze destijds de stichting Zonnewarmte.nl op. Het plan was om de woningen in de wijk stuk voor stuk te isoleren en dan aan te sluiten op een groot zonnewarmtenet. Na veel onderzoek, het ontwikkelen van een technisch ontwerp, een businesscase en een haalbaarheidsstudie leek het plan op groen te staan. Eind 2025 bleek echter dat een groot zonnewarmtenet toch te duur en te ingewikkeld is.
Andere aanpak
Ondanks dit nieuws gaat het initiatief door. In plaats van één groot wijknet, wordt nu onderzoek gedaan naar kleinere, flexibelere warmteoplossingen die wel haalbaar en betaalbaar lijken. Zo wordt er gekeken naar warmte uit gesloten bodemlussen en warmte uit PVT-panelen. Er wordt samengewerkt met ontwerpers, installateurs en aannemers om zowel de technische als de financiële kant van de nieuwe opties uit te zoeken. Naar verwachting zal de stichting in het voorjaar van 2026 met concrete voorstellen komen aan de buurtbewoners. Voordat het zover is, wordt samengewerkt met Regionaal energieloket om wijkbewoners hun woningen verder te laten isoleren. Lees verder op de website van Zonnewarmte Ramplaankwartier – Op weg naar aardgasvrij
Omvang warmteprojecten
In figuur 3.3 is de verwachte omvang per categorie weergegeven.
- Er zijn 9 projecten met meer dan 1500 aansluitingen.
- 53 projecten hebben een omvang van 50-1500 aansluitingen.
- Daarnaast zijn er 18 projecten in beeld met 11-50 aansluitingen. (Deze projecten vallen onder de definitie mini-warmtenet, maar moeten in de Wcw wel voldoen aan de regels voor “klein collectief”.)
- Er zijn 6 actieve projecten in met een schaal van 2-10 huishoudens. (Deze systemen vallen ook onder de defintie mini-warmtenet en worden in de Wet collectieve warmte (Wcw) beperkt gereguleerd.)
Van de beperkt gereguleerde projecten met minder dan 10 aansluitingen is Wetterwarmte Baard bezig met concrete ontwikkelplannen. Op de turfstreek in Soest ligt een mini-warmtenet van 3 woningen wat wordt gevoed uit een stadsvijver.
Van de projecten met meer dan 10 maar minder dan 50 aansluitingen bevinden zich er twee in de ontwikkelfase. Er is één project wat al geëxploiteerd wordt en later onder de definitie mini-warmtenet is gekomen. Het warmtenet Duinwijck Gasvrij is een bestaand net wat is overgenomen door bewoners georganiseerd in Coöperatie VlieWaCo.
Rolverdeling burgerenergiecollectieven in warmteprojecten
Figuur 3.4 toont de huidige rol van de betrokken burgerenergiecollectieven. Deze rol staat niet vast en kan veranderen gedurende het project. Bijvoorbeeld bij behoefte aan een grotere uitvoeringscapaciteit of meer bewonersparticipatie.
In 10% van de projecten vervult het initiatief een klankbordrol. In 22% van de gevallen is het initiatief (gelijkwaardig) partner. In 56% van de gevallen wordt de rol van trekker of initiatiefnemer door het betrokken burgerenergiecollectief vervuld. Zie hoofdstuk Over de monitor voor meer informatie over de rolverdeling.
Initiatiefnemer warmteproject
Er is onderzocht welk type organisatie de initiatiefnemer van het warmteproject is. In figuur 3.5 is te zien dat warmteprojecten door verschillende soorten burgerenergiecollectieven worden opgestart. Om dit goed te kunnen duiden is naast energiecoöperaties een onderverdeling gemaakt tussen drie verschillende soorten bewonersinitiatieven:
- Wijk- of buurtverenigingen
- VvE’s, en
- bewonersinitiatieven zonder rechtsvorm.
In 12% van de projecten is de initiatiefnemer een bewonersinitiatief dat eerder al bestond. Er zijn ook bewonersinitiatieven waarvoor dit hun eerste project is (26%). We zien ook dat VvE’s projecten starten (8%), vaak in het geval van kleinschalige collectieve warmtevoorzieningen. In 30% van de projecten is een energiecoöperatie de initiatiefnemer. Er zijn ook projecten waarbij de gemeente initiatiefnemer is (20%), vervolgens wordt gezocht naar een burgerenergiecollectief om het project mede uit te voeren. Vervolgens zijn er verschillende rolverdelingen bij het project mogelijk.
Warmtebronnen
Collectieve warmtevoorziening maken gebruik van verschillende warmtebronnen. In figuur 3.6 hieronder geven we de bronnen weer die door de 106 projecten worden onderzocht, ontwikkeld of gebruikt.
Warmte uit oppervlaktewater (TEO) blijft de meest onderzochte bron in de oriëntatiefase. Er zijn 30 projecten in de deze fase die aquathermie als de bron of een van de bronnen onderzoeken. Zonthermie wordt door 9 projecten in de oriëntatiefase onderzocht. Bodemenergie (0-500m diep) wordt ook veelvuldig onderzocht op haalbaarheid. 10 projecten onderzoeken dit in de oriëntatiefase. Dit zijn met name mini-warmtenetten (2 – 50 aansluitingen).
Aflevertemperatuur van warmtenetten
In figuur 3.7 kijken we naar de aflevertemperatuur van warmtenetten. We zien dat hoge-temperatuur-netten enkel worden ingezet bij restwarmtebronnen. Een voorbeeld is het project Meerenergie. Daar worden plannen uitgewerkt om restwarmte van een datacenter op het Amsterdamse Sciencepark te benutten. Het is de bedoeling om water van ongeveer 80 graden aan het warmtenet te leveren.
Verder zien we een duidelijke opkomst van zeer-lage-temperatuur-netten. Dit komt mede door verschillende plannen voor mini-warmtenetten die water afleveren dat in de woning met een warmtepomp verder verwarmd wordt.
Financiering van warmteprojecten
In figuur 3.8 zijn de financieringsbronnen van warmteprojecten weergegeven. Deze zijn niet voor alle projecten bekend. Van 65 projecten weten we waar financiering vandaan komt. In het overzicht gaan we alleen uit van toegekende subsidies.
Gemeentelijke (20) en provinciale (7) subsidies worden veel aangevraagd en toegekend in de oriëntatiefase van het project. Dit zijn kleinschalige maatwerksubsidies die helpen bij het uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek. Het PAW (7) is een belangrijke financieringsbron voor verschillende warmteprojecten, maar geeft sinds 2022 geen subsidies meer uit voor proeftuinen. Inmiddels zien we dat de eerste projecten in de uitvoeringsfase zitten zoals Aardgasvrij dorp Garyp, Zandweerd stroomt en het Groningse Paddepoel en Selwerd.