
Spijt van zonnepanelen? Dit moet je weten
Je hoort het steeds vaker: mensen zouden spijt hebben van hun zonnepanelen. Dat kan je aan het twijfelen brengen. Zijn zonnepanelen nog wel rendabel? En is het nu nog slim om ze te nemen?
Op deze pagina vind je veelgestelde vragen over zonneparken, ook wel zonneweides genoemd. Kun je hier niet vinden wat je zoekt? Mail naar vraag@hier.nu.
Op dit moment heeft al één op de vijf woningen zonnepanelen en dat aantal blijft groeien. En ook het overgrote deel van alle grote daken is geschikt voor zonne-energie. Dat is voldoende ruimte om de doelen van het Klimaatakkoord te halen. Het aantal woningen met zonnepanelen zal naar verwachting blijven groeien met 100.000 – 200.000 per jaar. Een groeiend probleem is wel dat het elektriciteitsnet op veel plekken in het land de opgewekte stroom niet aan kan.
Zonnepanelen op daken hebben op papier ook de prioriteit in het overheidsbeleid. Dat is afgesproken in de ‘Zonneladder’ en de ‘Nationale Omgevingsvisie’. Maar in de praktijk zien we dat zonnepanelen op landbouwgrond financieel het meest aantrekkelijk zijn. Het nieuwe kabinet is wel van plan om panelen op land in de toekomst alleen toe te staan als het mogelijk is om de grond voor meerdere doelen te gebruiken. Denk bijvoorbeeld aan grond naast snelwegen.
Op papier is er genoeg ruimte om zonnepanelen alleen op daken te plaatsen in plaats van op de grond. Alleen is het veel simpeler en goedkoper om grote zonneweides op de grond aan te leggen. Ook zijn die makkelijker te combineren met grote batterijen dan zonnedaken.
Het is de bedoeling dat zonne-energie wereldwijd enorm gaat groeien, mogelijk met een factor 100 in de komende dertig jaar. Dat betekent dat we goed moeten kijken of er voldoende materialen beschikbaar zijn voor zonnepanelen en hoe we ze zoveel mogelijk kunnen hergebruiken. Bij de enorme hoeveelheden zonnepanelen die in de toekomst nodig zijn, kan de beschikbaarheid van zilver, koper en zeer zuiver silicium een probleem worden.
In principe kunnen zonnepanelen volledig duurzaam geproduceerd worden. De productieprocessen verschillen echter enorm. Er zijn hele duurzame producenten in Europa, Amerika en Azië. Maar er zijn ook producenten die weinig transparant zijn – en het vermoeden is dat zij toch ook vervuilend en onethisch te werk gaan.
Moderne zonnepanelen gaan zo’n 40+ jaar mee. Daarbij leveren ze tot 100 keer zoveel energie op als dat gebruikt is om ze te produceren. Dat is in potentie ook genoeg om schadelijke processen teniet te doen.
Meer weten? Zie dan ook de website van TNO: Zonne-energie: van hernieuwbaar naar duurzaam
De productie, het transport en de installatie van zonnepanelen kost energie, maar veel minder dan ze opleveren. Een gangbaar zonnepaneel verdient deze hoeveelheid energie in Nederland in 1 à 2 jaar terug.
De CO2-voetafdruk van zonnestroom in Nederland bedraagt voor panelen uit China - waar veel kolencentrales staan - ongeveer 50 gram CO2 per kilowattuur en voor panelen uit Europa minder dan 30 gram per kilowattuur. Ter vergelijking: een gascentrale zorgt voor 300 gram per kilowattuur en een kolencentrale voor het dubbele.
Zonnepanelen bestaan uit siliciumcellen met zilveren elektrische contacten, lijm, een voorzijdeplaat van glas, een plaat aan de achterzijde van glas of kunststof, een aluminiumframe, koperen bedrading en een aansluitdoos. Een groot deel van deze materialen kan worden hergebruikt. De potentie van het recyclen van zonnepanelen is theoretisch gigantisch, maar het hergebruik staat op dit moment nog wel in de kinderschoenen.
In de meeste gemeentes kunnen oude zonnepanelen ingeleverd worden bij de milieustraat. Daarnaast zijn een groot aantal zonnepanelenproducenten lid van een Europese non-profit organisatie, PV CYCLE, die gespecialiseerd is in de recycling van zonnepanelen, batterijen en omvormers. Producenten betalen, afhankelijk van hun productie, lidmaatschapsgeld. Hierdoor kan PV CYCLE deze panelen weer recyclen, volgens de Europese richtlijnen. Ook bestaat er een Nederlands recyclinginitiatief: Zonne-energie Recycling Nederland. Deze stichting houdt zich bezig met het milieuvriendelijk verwerken van oude zonnepanelen en omvormers.
Uit onderzoek van de Universiteit Wageningen blijkt dat bij zonneweides de toplaag van de grond onder de zonnepanelen droger en compacter wordt en dat de plantengroei afneemt. Dit zorgt voor minder leven in de bodem.
Een mogelijke oplossing is dat we voor extra ruimte zorgen tussen de zonnepanelen en ze wat verder van de grond plaatsen. Ook is het slim om planten in te zaaien die het goed doen in de schaduw.
Verder onderzoek moet uitwijzen wat de langdurige effecten zijn van zonneparken op de levende bodem. Tot die tijd moeten we zorgvuldig om gaan met het plaatsen van zonnepanelen op (landbouw)grond.
De reden hiervoor is vrij simpel. Het levert veel geld op en is relatief eenvoudig te realiseren, al wordt het steeds lastiger om zonneparken aan te sluiten op het overvolle elektriciteitsnet. Maar er is ook veel weerstand tegen zonnepanelen op landbouwgrond (begrijpelijk). Het kabinet wil zonneweides in de toekomst alleen toestaan als de grond meerdere functies kan vervullen. Bijvoorbeeld grond langs snelwegen.
Windenergie heeft een paar belangrijke voordelen ten opzichte van zonne-energie. Wind op land is goedkoop en levert veel stroom met minder vermogen en oppervlak. Want in de nacht is er nooit zon, maar wel vaak wind. Bovendien waait het vaak in Nederland.
Maar, er zijn ook veel momenten dat het niet waait en de zon wel schijnt. Bovendien kunnen zonnepanelen op veel locaties geïnstalleerd worden, dichter bij waar de stroom gebruikt wordt. Dit beperkt de benodigde de opslag enorm (in de vorm van batterijen en waterstof).
Windmolens en zonnepanelen vullen elkaar goed aan, mits in de juiste verhouding. In Nederland zal het zwaartepunt bij windenergie (op zee) liggen. Maar zonne-energie zal zeker in de lente en de zomer veel van de vraag kunnen leveren. Door van beide gebruik te maken wordt het nieuwe energiesysteem ook betaalbaarder.
Uit onderzoek van TNO blijkt dat er bij zonnepanelen een kleine kans is op brandgevaar. De oorzaken zijn met name verkeerde montage van kabels en stekkers, en onvoldoende hitte-afvoer. Het risico op brand groter is bij de zogenaamde in-daksystemen. Daarbij liggen de zonnepanelen niet op het dak, maar komen ze in plaats van de dakpannen. Verzekeraars kunnen heel kritisch zijn over het verzekeren van zonnepanelen. Ze stellen eisen aan de zonnepanelen en de installatie ervan.
Zie ook: Dit TNO-rapport over brandincidenten met zonnepanelen
Zonneparken kunnen op bepaalde momenten van de dag schittering veroorzaken voor bijvoorbeeld omwonenden of automobilisten. Dat kan vervelend zijn. We kunnen dit verminderen door de panelen een speciale coating te geven, ze in een slimme opstelling neer te zetten, of door langs de randen van het zonnepark een heg of struiken te plaatsen.
Zonneparken maken geen geluid. Bij grote zonneparken kan wat windgeruis ontstaan. Dat kan voorkomen worden door een goede opstelling van de panelen.
Een partij die een zonnepark wil bouwen, heeft daarvoor een omgevingsvergunning nodig van de gemeente. De gemeente moet er daarbij voor zorgen dat omwonenden worden betrokken en voldoende inspraak hebben.
De initiatiefnemer moet een bewonersavond organiseren om de omwonenden te informeren over de plannen. Als je als bewoner de plannen hebt aangehoord, maar nog steeds tegen bent, geef dat dan aan. Worden de plannen vervolgens toch doorgezet? Klop dan aan bij de gemeenteraad. Die moet namelijk de vergunning geven. Als die vergunning er komt en je daartegen in beroep wil, dan kun je naar de Raad van State.
Alle gemeenten hebben een Regionale Energiestrategie (RES) opgesteld. Hierin staat aangegeven in welke gebieden zonneparken mogelijk zijn. De gemeenteraad heeft hierover het laatste woord.
Een partij die een zonnepark wil bouwen, heeft een omgevingsvergunning nodig van de gemeente. De gemeente moet er daarbij voor zorgen dat omwonenden worden betrokken en voldoende inspraak hebben. Ook is het altijd mogelijk in beroep te gaan tegen, als een vergunning gegeven wordt maar je het er niet mee eens bent.
In het Klimaatakkoord is afgesproken dat een initiatiefnemer afspraken met de omgeving over participatie in een project vastlegt in een omgevingsovereenkomst met de lokale omgeving. Én om gelijkwaardige samenwerking tussen initiatiefnemer van een zonnepark en de gemeenschap te stimuleren is een (algemeen) streven van 50% lokaal eigendom gesteld (in 2030). Dat wil zeggen dat 50% van de productie van opwekprojecten in eigendom is van de lokale omgeving* (burgers en bedrijven). De gemeenschap kan dus, via bijvoorbeeld een lokale energiecoöperatie, actief meedenken, meedoen en meeprofiteren van een zonnepark in de directe omgeving.
Bewoners kunnen zelf initiatief nemen voor de bouw van een zonnepark, dat gaat via een coöperatie. In Nederland bestaan al ruim 670 lokale energiecoöperaties. Dat zijn groepen mensen die samen duurzame projecten realiseren rondom energiebesparing en de opwek van duurzame energie. Een deel van die coöperaties heeft al helemaal zelf een of meerdere zonneparken gerealiseerd. Een ander deel werkt daarin samen met een projectontwikkelaar.
Lees hier wat er allemaal komt kijken bij een gezamenlijk zonproject. Je kunt ook kijken of er bij jou in de buurt al een energiecoöperatie actief is, en of je je kunt aansluiten.
Allereerst zou je kunnen kijken of er een lokale energiecoöperatie actief is bij jou in de buurt. Informeer eens of ze bezig zijn met een duurzaam energieproject en of je kunt mee-investeren. Je wordt dan lid van de coöperatie en mede-eigenaar van het project. Dat betekent dat je niet alleen mee-investeert maar ook mee kunt beslissen over het project zelf.
Het kan ook zo zijn dat de initiatiefnemer van een groot zonnepanelenproject in jouw omgeving – bijvoorbeeld een projectontwikkelaar – ervoor kiest om mensen in de buurt mee te laten profiteren van de winst. Dat komt er meestal op neer dat je aandelen, certificaten of obligaties kunt kopen. In dat geval ben je geen mede-eigenaar, maar wel mede-investeerder. In ruil voor jouw investering ontvang je een vergoeding. Dat kan je als bewoner geld opleveren.
Het is ook mogelijk om te investeren in zonprojecten die niet direct in jouw omgeving zijn. Dat kan via crowdfunding platforms zoals Zonnepanelendelen, Greencrowd, en Duurzaam Investeren. In dit geval ben je ook mede-investeerder in een duurzaam energieproject.
Hoe je ook investeert in gezamenlijke zonnepanelen, bedenk altijd dat bij een investering een financieel risico hoort. Laat je goed informeren wat de risico's precies zijn. Dit verschilt per project.
Allerlei partijen kunnen eigenaar zijn van een zonnepark. Bijvoorbeeld een energiebedrijf, projectontwikkelaar, energiecoöperatie of een boer.

Je hoort het steeds vaker: mensen zouden spijt hebben van hun zonnepanelen. Dat kan je aan het twijfelen brengen. Zijn zonnepanelen nog wel rendabel? En is het nu nog slim om ze te nemen?

Zonnepanelen leveren stroom zodra de zon schijnt. Toch vragen sommige mensen zich af: is het soms slimmer om de panelen tijdelijk uit te schakelen? Bijvoorbeeld als de energieprijs negatief is of

Op deze pagina vind je veelgestelde vragen over windmolens. Kun je hier niet vinden wat je zoekt? Mail dan naar vraag@hier.nu .