In deze fase onderzoeken we de haalbaarheid van het mini-warmtenet. We bekijken de technische opties en het financiële plaatje. Ook is het tijd om andere partijen te benaderen.
Stap 1. Onderzoek de technische haalbaarheid
Wat is belangrijk bij het onderzoeken van de technische haalbaarheid?
- Denk na over de mogelijkheden van warmtebronnen: bodemwarmte (gedeelde bodemlus), aquathermie of zonthermie.
- Schakel een technisch deskundige partij (installateur) in om te beoordelen welke technische oplossingen mogelijk zijn.
- Verzamel informatie over de bestaande infrastructuur, zoals de beschikbare ruimte voor leidingen en warmtepompen. De gemeente kan je hierbij helpen.
- Organiseer een overleg met de gemeente om te bepalen welke vergunningen nodig zijn en of er specifieke wet- en regelgeving van toepassing is.
Hieronder duiken we de techniek in:
'Licht' versus 'zwaar' mini-warmtenet
Er bestaan grofweg twee varianten van mini-warmtenetten: 'lichte' en 'zware'. Bij tot 2-10 aansluitingen ligt een licht mini-warmtenet het meest voor de hand. Deze variant heeft daarom de focus in dit stappenplan.
Lees hieronder meer over de verschillen:
Licht mini-warmtenet
Bij een licht mini-warmtenet delen woningen een warmtebron en iedere woning heeft een eigen water-water warmtepomp. Het gaat daarnaast in de meeste gevallen om een 'zeer-lage-temperatuur' (ZLT) warmtenet. Water van tussen de 10 en 30 graden loopt van de bron door de leidingen naar het huis waar het daarna door de warmtepomp op de gewenste temperatuur wordt gebracht.
Een licht mini-warmtenet is relatief eenvoudig te realiseren en te beheren, met minder technische en organisatorische complexiteit dan de zware variant. Hierdoor kunnen bewoners sneller en laagdrempeliger overstappen op duurzame warmte.
Zwaar mini-warmtenet
De zware variant is een totaal ander concept. Technisch gezien is het veel complexer, omdat er een gedeelde energiecentrale nodig is. Je hebt hier ook een gemeenschappelijke technische ruimte voor nodig.
Daarnaast heb je, omdat de warmte die naar de huizen getransporteerd wordt van hogere temperatuur is, zwaardere buizen nodig.
Omdat het collectieve deel veel complexer is, vraagt de installatie meer beheer en kan het ook organisatorisch een grotere uitdaging vormen dan een licht warmtenet.
Wanneer welke?
De keuze tussen een licht of zwaar mini-warmtenet hangt af van de wensen van de bewoners en de lokale omstandigheden. Voor grondgebonden woningen met 2-10 aansluitingen is een licht mini-warmtenet vaak de meest logische keuze, vanwege de lagere complexiteit.
De zware variant wordt alleen gekozen als daar een duidelijke reden voor is. Dat kan zijn dat de woningen niet voldoende geïsoleerd kunnen worden of dat ze te weinig ruimte hebben voor een warmtepomp.
Deze handleiding focust op de lichte warmtenetten.
Zeer lage temperatuur (ZLT)
Bij een licht mini-warmtenet gaat het vrijwel altijd om een warmtenet op een zeer lage temperatuur (ZLT) van 10 - 30 graden. Dat houdt in dat water op lage temperatuur van de bron door de leidingen naar de huizen stroomt. Dat betekent dat er geen geïsoleerde leidingen nodig zijn.
De bron bepaalt de aanvoertemperatuur naar de warmtepomp op woningniveau. In de woning wordt deze lage temperatuur met behulp van een warmtepomp opgewaardeerd naar de gewenste temperatuur voor ruimteverwarming en warm tapwater.
Naast verwarmen is koelen ook steeds belangrijker. Dit kan ook met een zeerlagetemperatuur warmtenet.
Warmtebron: bodemenergie versus aquathermie
Mini-warmtenetten kunnen worden uitgevoerd met verschillende warmtebronnen. Voor een licht mini-warmtenet met 2-10 aansluitingen wordt nu meestal gekozen voor een gedeelde bodemlus of aquathermie.
Wat de beste optie is als warmtebron om het warmtenet mee te voeden, hangt sterk af van de wensen en voorwaarden die bewoners in de vorige stap hebben aangegeven.
Gedeelde bodemlus (bodemenergie)
Een gedeelde bodemlus onttrekt warmte uit de grond en kan meerdere woningen van energie voorzien. De diepte van de bodemlus hangt af van de lokale bodemgesteldheid, maar bedraagt maximaal 500 meter.
Het water (of andere vloeistof) dat door de bodemlus stroomt, neemt de warmte op uit de bodem. In elke woning wordt deze warmte verder opgewaardeerd met behulp van een water-waterwarmtepomp, zodat deze geschikt is voor ruimteverwarming en warm tapwater. Hierbij is koeling ook mogelijk.
De boringen kunnen duur zijn en een vergunning is vaak nodig. De toepasbaarheid van een bodemlus hangt af van de bodemgesteldheid en moet vooraf bij de gemeente worden nagevraagd.
Een gedeelde bodemlus is kansrijk als er geen beperking is in bodemdiepte (300-500 meter). Daarnaast is het fijn als de plek waar geboord moet worden makkelijk bereikbaar is, om schade te beperken.

Aquathermie
Bij aquathermie wordt warmte gewonnen uit het oppervlaktewater, zoals een sloot of vijver. Het voordeel van deze techniek is dat je geen dure boring hoeft te doen. Wel is het belangrijk dat de warmtevraag voldoet aan de warmtecapaciteit van het waterlichaam. De vuistregel: per 1,5 gigajoule per jaar aan warmtevraag is minimaal 1 vierkante meter wateroppervlakte vereist.
Levering van koude is ook mogelijk. Aquathermie is wel afhankelijk van het beschikbare wateroppervlak. Bij een kleiner waterlichaam wordt de passieve koeling minder. Als het water in de zomer een te hoge temperatuur bereikt, kan ook actief gekoeld worden met de warmtepomp. Het is mooi als je hier eigen zonnestroom voor kan gebruiken.
In het geval van aquathermie is er een warmtewisselaar nodig in het water. Het is belangrijk dat de vergunningverlener dit goedkeurt.
- Lees meer over aquathermie in de Handleiding aquathermie van verkenning tot realisatie van het NPLW.

Checklist: zijn de woningen geschikt voor een mini-warmtenet?
Waar moet jullie buurt aan voldoen voor een mini-warmtenet? Met deze korte checklist weet je of jullie woningen geschikt zijn of wat er nog moet gebeuren om er wel klaar voor te zijn.
1. Lagetemperatuurverwarming (LT) mogelijk?
Warmtepompen werken het meest efficiënt bij lage temperaturen. Om met lage temperaturen comfortabel te kunnen verwarmen zonder onnodig hoge energiekosten, is goede isolatie van de woningen essentieel.
- Hebben jullie vloerverwarming of lagetemperatuur-radiatoren? (niet essentieel)
- Zijn de woningen voldoende geïsoleerd? Denk aan:
✓ Spouwmuurisolatie
✓ Dak- en vloerisolatie
✓ Dubbel glas, HR++ of triple glas
✓ Geen grote kieren of tochtproblemen
Als je nu comfortabel op lage temperatuur kunt stoken (50 °C of lager), is je woning geschikt.
Tips:
- Lees hier meer over of je woning geschikt is voor een warmtepomp.
- Samen isoleren kan onderdeel zijn van het realiseren van een mini-warmtenet. Minder gedoe, meer resultaat.
- Ook op de website van Milieu Centraal lees je meer over verwarmen op lage temperatuur.
2. Staan de woningen dicht genoeg bij elkaar?
- Rijtjeshuizen of twee-onder-een-kap woningen vormen een goed uitgangspunt. Als de huizen verder uit elkaar staan, zal dit (graaf)kosten met zich meebrengen. Ga als vuistregel uit van woningen die binnen een straal van 100 meter bij elkaar liggen.
- Worden de huizen niet gescheiden door grote obstakels, zoals drukke wegen of water?
3. Ruimte binnen voor een warmtepomp?
- Is er in de woningen voldoende ruimte om de warmtepomp te plaatsen? Een water-water warmtepomp neemt ongeveer de ruimte van een koelkast in beslag.
Conclusie
Als je op de meeste vragen 'ja' kunt antwoorden, dan is een mini-warmtenet een optie voor jullie buurt!