In 2025 zijn voor het eerst sinds 2015 geen nieuwe coöperatieve windprojecten gerealiseerd. Het totale coöperatieve windvermogen neemt af met 4,8 megawatt (MW). Het totaal komt daarmee op 335,9 MW.
De daling is te verklaren door de vervanging van bestaande windmolens. Een aantal molens is in 2025 buiten bedrijf gesteld (gesaneerd), de vervangende molens worden operationeel in 2026.
In het kort
De situatie eind 2025 is als volgt:
- Er is 335,9 MW coöperatief windvermogen operationeel op land.
- Er is in 2025 0 MW nieuw bijgeplaatst en 4,8 MW uit productie genomen (gesaneerd), waardoor het totale vermogen is afgenomen.
- Dit is een afname van -1,2% ten opzichte van 2024.
- Dit levert aan windstroom ongeveer 1,1 miljoen megawattuur (MWh) per jaar op, vergelijkbaar met het elektriciteitsverbruik van 358 duizend huishoudens.
- Het coöperatief aandeel is 4,8% van het totaal opgestelde wind-op-landvermogen in Nederland (totaal 7,1 gigawatt op land in 2024).
In het hoofdstuk Over de monitor worden de definitie van coöperatieve windprojecten en de verschillende projectfasen verder toegelicht.
Projecten en vermogen totaal
Sinds 2022 stagneert de toename van coöperatief windvermogen. Deze trend is in lijn met de landelijke ontwikkeling van wind op land. Ontwikkellocaties blijven schaars, netcongestie vormt een toenemend probleem, er zijn lange doorlooptijden van bezwaarprocedures, er is gebrek aan maatschappelijk en politiek draagvlak, en het rondkrijgen van de businesscase wordt steeds lastiger door onder andere lage stroomprijzen.
Verwachting toename van vermogen na 2025
Tegelijkertijd is de verwachting dat er in de komende 2 á 3 jaar 45,2 MW nieuw coöperatief windvermogen gerealiseerd wordt.
- Hiervan is 32,5 MW in aanbouw (operationeel in 2026 of 2027).
- 12,7 MW heeft een toegekende vergunning en kan zich klaarmaken voor de bouwfase (waarbij twee projecten nog enige onzekerheid kennen).
- Ook wordt er de komende jaren 1,3 MW aan bestaande capaciteit uit gebruik genomen (gesaneerd).
Als deze projecten doorgaan, neemt het totaal geplaatste coöperatieve windvermogen tussen 2026 en eind 2027 met 43,9 MW toe tot 379,8 MW. Dat is een toename van 11,6%.
Daarnaast is er nog 62,9 MW in afwachting van een uitspraak van de Raad van State. Deze projecten worden waarschijnlijk niet operationeel vóór 2028.
Projecten in de pijplijn
Naast bovengenoemde te verwachten projecten zijn er 20 projecten in voorbereiding voor na 2027; initiatiefnemers bereiden zich voor op de planprocedure of bevinden zich hier al in. Of deze projecten daadwerkelijk van de grond komen is nog een stuk onzekerder dan eerder genoemde projecten. Ook is het in deze fase vaak nog onduidelijk hoe groot het uiteindelijke vermogen zal zijn en welk aandeel daarvan bij een coöperatie terechtkomt. Om deze reden worden deze projecten wel gevolgd maar wordt hier niet over gerapporteerd.
Vergelijking met totale wind-op-landvermogen
Van het Nederlandse windvermogen op land is bijna 5% coöperatief eigendom. Dit percentage fluctueert de afgelopen jaren rond de 5%, maar sinds 2022 neemt het relatieve aandeel ieder jaar licht af. Dat betekent dat het coöperatieve windvermogen minder snel toeneemt dan het niet-coöperatieve windvermogen.
Zie tabel 5.1 onderaan dit hoofdstuk voor overzicht.
Verdeling over coöperaties
Van de 699 energiecoöperaties in Nederland zijn er 89 coöperaties (12,7%) die iets doen op het gebied van wind (in alle fasen van gerealiseerde projecten tot oriëntatie /verkenning). In totaal zijn 64 coöperaties mede-eigenaar van operationele windparken. Hiervan hebben 20 coöperaties meer dan één project. Figuur 5.2 laat de verdeling zien van het aantal coöperaties met meerdere projecten.
Er zijn 9 coöperaties in een vergevorderde fase (bouw en gepland) van hun eerste windproject, vaak in samenwerking met partners. Daarnaast zijn er 16 coöperaties die nog geen windproject hebben maar zich in de verkennende of oriënterende fase van het opstarten van een windproject bevinden.
De twee oudste coöperaties, Zeeuwind en Deltawind, zijn al meer dan 35 jaar actief en bezitten samen het grootste deel van het coöperatieve windvermogen in Nederland (42%). Zij zijn gezamenlijk voor 60% eigenaar van Windpark Krammer, het grootste coöperatieve windpark van het land (61,2 MW).
Verdeling over Nederland
De provincie Zeeland heeft nog steeds het grootste coöperatieve windvermogen: met 99,8 MW en 25 MW in aanbouw. Dit vermogen is bijna volledig in handen van één coöperatie, Zeeuwind, die (gedeeld) eigenaar is van meerdere windparken. Samen met partners beheert Zeeuwind 197 MW aan windvermogen, waarvan gemiddeld 50% coöperatief.
Daarmee is ongeveer een derde van het totale gerealiseerde windvermogen in Zeeland (623 MW; Windstats, februari 2026) met Zeeuwind gerealiseerd. En er komt meer: in de Zeeuwse pijplijn zit nog bijna 33,01 MW, waarvan 25 MW al in aanbouw is.
Zuid-Holland (53,5 MW) en Gelderland (51,6 MW) zijn daarna de provincies met het meeste gerealiseerde coöperatief windvermogen. Opvallend in Gelderland is het grote aandeel MW in afwachting van de Raad van State, verdeeld over drie windparken: IJsselwind, Horst & Telg en windpark Beuningen.
In twaalf RES-regio’s zijn geen coöperatieve wind op land projecten gerealiseerd of in de pijplijn. Dit is onveranderd ten opzichte van 2024.
Gerealiseerde projecten 2025
In 2025 zijn er voor het eerst geen nieuwe windparken in productie genomen. Wel is een aantal turbines gesaneerd: de 10 turbines van Willem-Annapolder I, en één solitaire molen van de Nieuwe Molenaars in Windpark Zeewolde. Twee windparken stonden op de planning om eind 2025 operationeel te worden, maar zijn doorgeschoven naar 2026: Willem-Annapolder II van Zeeuwind ter vervanging van de gesaneerde molens van Willem-Annapolder I, en Burgerwindpark A2 Lage Rooijen. Dit leidt in 2025 tot een afname van 4,7 MW aan coöperatieve wind.
In 2025 zijn voor zover bekend geen windplannen stopgezet. Het is nog onduidelijk wat de volgende stappen zijn bij de projecten waarvoor geen vergunning wordt afgegeven.
Projecten in de bouwfase
Er zijn drie windparken in aanbouw eind 2025 (32,37 MW) en er worden op het moment geen oude coöperatieve turbines uit productie genomen.
Voorbeelden uit de praktijk
Windpark Willem-Annapolder II (Zeeland)
Sinds augustus 2025 staan er 4 nieuwe windturbines ter vervanging van de 10 oude molens die het oorspronkelijke Windpark Willem Anna-Polder vormden. De nieuwe turbines zijn groter en krachtiger dan de oude en gaan meer dan dubbel zoveel elektriciteit opwekken. De molens worden begin 2026 in bedrijf genomen.
Burgerwindpark A2 Lage Rooijen (Gelderland)
Burgerwindpark A2 Lage Rooijen is een initiatief van Coöperatie Bommelerwaar en projectontwikkelaar GreenTrust. In augustus 2024 is het startschot gegeven en vonden de eerste voorbereidende grondwerkzaamheden plaats.
Inmiddels staan de 3 windmolens er en zijn de eerste kilowatturen geproduceerd. Het park is echter nog niet volledig operationeel, maar in ‘proefbedrijf’. Dit betekent dat er afrondende werkzaamheden en controles worden uitgevoerd voordat het park in 2026 officieel opent.
In de Lokale Energie Monitor 2024 kan je meer lezen over de bijzondere samenwerking met Deltawind en de organisatie van het project.
Geplande projecten
Van de 10 geplande projecten bereiden drie windprojecten momenteel de bouw voor. Deze projecten staan gepland voor realisatie in 2026 of 2027. Dat wil zeggen dat van deze projecten de vergunning door het bevoegd gezag is afgegeven, de subsidie verleend en de financiering rond is. In de meeste gevallen betekent dit ook dat de voorbereidingen voor de bouw in gang zijn gezet. De doorgang van twee windprojecten van Zeeuwind is nog niet zeker, vanwege de onzekere grondpositie binnen het havengebied. In 2026 komt hier naar verwachting meer duidelijkheid over. In totaal gaat het om 12,7 MW nieuw vermogen. Ook staat de sanering van één park gepland (1,3 MW).
In afwachting van de Raad van State
Van de 10 geplande projecten wachten zes windparken (Beuningen, Zutphen, Het Hogeland, Ermelo, Nissewaard en Utrecht) op besluitvorming van de Raad van State. De vergunningen zijn verleend, maar nog niet onherroepelijk. In totaal gaat het om 62,9 MW.
Projecten in voorbereiding
Een groot deel van de plannen voor wind bevindt zich in een vroege ontwikkelfase. Van 20 projecten (samen goed voor 98,6 MW) weten we dat ze worden voorbereid voor realisatie na 2027. Dit houdt in dat er al een concrete locatie is, de vergunningsprocedure loopt of de initiatiefnemers werken aan de aanvraag. Deze fase duurt tot de vergunningen door het bevoegd gezag zijn afgegeven.
Voorbeelden uit de praktijk
Vergunning voor Windpark de Groote Haar
In maart 2025 bevestigde de Raad van State dat de omgevingsvergunning voor twee windturbines bij Gorinchem in stand blijft. In 2018 werd er al een onherroepelijke vergunning afgegeven voor twee molens, maar de initiatiefnemers dienden een aanvraag in voor een grotere turbine en daarmee een hoger vermogen (7,7). Hiertegen kwam bezwaar. De Raad van State wees dit begin 2025 af. De grotere turbines zijn toegestaan maar het opgestelde vermogen mag niet hoger dan 7 MW zijn voor beide turbines.
Voorlopig (nog) geen vergunning voor Noorder IJplas
Windturbines Noorder IJplas is een samenwerking tussen 4 Amsterdamse energiecoöperaties, verenigd in Amsterdam Wind, en de bedrijvencoöperatie NDSM Energie. De provincie Noord-Holland besloot in 2024 definitief geen toestemming te geven voor de 3 turbines. De gemeente is begin 2025 in beroep gegaan tegen het definitieve weigeringsbesluit. Daarnaast hebben de coöperaties een vergunning aangevraagd voor één windturbine, deze aanvraag loopt.
In hoger beroep voor Windpark Brielse Maasdijk
Windpark Brielse Maasdijk (Zuid-Holland): de gemeente Nissewaard stemde in oktober 2024 tegen de bouw van vijf windturbines. HVC Landwind is de initiatiefnemer, de coöperatie VPE is 25% aandeelhouder. Het college van burgemeester en wethouders had positief geadviseerd, maar dit nam de gemeenteraad niet over. HVC en de provincie zijn in hoger beroep bij de Raad van State tegen het besluit van de gemeente. Inmiddels wordt een laatste poging gedaan om tot oplossingen te komen.
Ontwikkelingen
Nieuwe energiewet verandert bevoegd gezag
Vanaf 2026 is de nieuwe Energiewet van kracht. Tot dusver waren provincies het bevoegd gezag voor het toelaten van windprojecten van 5 tot 100 MW. Volgens de nieuwe Energiewet is de gemeente het bevoegd gezag voor windparken tot 15 MW (zo’n 3 turbines). Vergunningen voor grotere parken worden verleend door de provincie.
Er is geen overgangsrecht opgenomen in de Energiewet. Dit betekent dat voor parken tot 15 MW waarbij nog geen besluit is genomen bij inwerkingtreding van de Energiewet onder bevoegd gezag van de gemeente vallen.
Aansluiten op regionaal beleid
In meerdere regio’s zijn overheden gestart met onderzoek naar windlocaties binnen de zoekgebieden van de Regionale Energie Strategieën (RES 1.0), of worden gebiedsprocessen opgestart. Coöperaties volgen deze processen en proberen hierop aan te sluiten. Lees hieronder over enkele voorbeelden uit de provincies Overijssel en Noord-Brabant.
Voorbeelden uit de praktijk
Wind in Overijssel
De provincie Overijssel heeft de ambitie om in 2030 jaarlijks 2 TWh aan windenergie op te wekken. Hiervoor zijn ongeveer nog 90 turbines nodig in de provincie. De provincie heeft afspraken gemaakt met gemeenten en ontwikkellocaties aangewezen. Er zijn verschillende verkennende of oriënterende plannen waar energiecoöperaties bij betrokken zijn.
- Windpark Oude Buursedijk is een initiatief van Energiecoöperatie Haaksbergen en Pure Energie. Het plan omvat de bouw van vier tot vijf windmolens ten noorden van Buurse, in de omgeving van de Oude Buurserdijk. De provincie heeft in 2024 besloten dat de initiatiefnemers van Windpark Oude Buursedijk van start mochten met de planprocedure. Inmiddels zijn de Notitie Reikwijdte en Detailniveau en het participatieplan vastgesteld, en kunnen vervolgonderzoeken voor de milieueffectrapportage-procedure (MER) worden uitgevoerd.
- De Deventer Energie Coöperatie, Coöperatie LochemEnergie, Prowind en Pure Energie hebben de handen ineengeslagen voor de ontwikkeling van een park van 4 molens bij de A1 in Deventer. De provincie heeft groen licht gegeven voor het uitwerken van de plannen voor het windpark, maar het maken van procesafspraken kost meer tijd dan verwacht.
- In 2021 is er een initiatiefgroep opgericht om de inwoners zeggenschap te geven in de ontwikkelingen in het buitengebied van Zwartewaterland, dat is aangewezen als zoekgebied voor wind door de provincie. In 2025 is uit deze initiatiefgroep coöperatie DuurSaam BuurtWint is opgericht. Afgelopen jaar zijn ook andere cooperaties die in het gebied actief zijn aangesloten bij het initiatief aangesloten. (Coöperatie Energiek Zwartewaterland U.A., coöperatie Blauwvinger Energie U.A. en energiecoöperatie Berkum U.A.). Twee plannen ingediend door DuurSaam BuurtWint mogen doorgaan naar de volgende fase van onderzoek. Hiermee is het nog niet zeker dat de molens er daadwerkelijk komen.
Duurzame polder in Noord-Brabant
Het project Duurzame Polder is een initiatief vanuit de gemeenten Oss en ’s-Hertogenbosch met de provincie Noord-Brabant dat in 2017 van start is gegaan, met als doel duurzame energie op te wekken in de polder. Sinds de aftrap is gekozen voor een uitgebreid omgevingsproces waarin inwoners, ondernemers, belangenorganisaties en andere betrokkenen stap voor stap worden meegenomen.
Halverwege 2025 zijn het Programma en de Zienswijzennota vastgesteld door beide colleges van Burgemeester en wethouders. Dit betekent de start van de vergunningsfase. Initiatiefnemers kunnen voor de bouw van windturbines plannen indienen die zullen worden beoordeeld op basis van de gestelde criteria.
De coöperatie Eijgenpolder Energie zoekt de samenwerking met andere partijen om een invulling te geven aan het lokale mede eigenaarschap.
Financieel
Naast het ophalen van de eigen middelen, fondsen en verkrijgen van leningen is voor een rendabel project vaak nog een subsidie nodig. Coöperatieve windprojecten kunnen hierbij gebruik maken van de SDE of de SCE subsidie. De SCE staat open voor kleinschalige windprojecten. Er zijn in totaal drie coöperatieve windprojecten die gebruik hebben gemaakt van de SCE regeling. Dit zijn Dorpsmolen Frimtid Eemskanaal Noordzijde van de Wolterumse Energie Coöperatie, de Dorpsmolen van Tzum van Coöperatie TOER en de Dorpsmolen Reduzum van Cooperatie Doarpsmûne Reduzum.
Er zijn ten minste 115 coöperatieve windprojecten met een SDE subsidie. Sinds 2023 zijn voor minimaal 10 coöperatieve projecten SDE subsidies afgegeven. Deze projecten zijn allemaal gepland, in de bouwfase (Burgerwindpark As, ZE-BRA) of in afwachting van Raad van State.
Op de pagina SCE/SDE projecten in beheer kun je meer informatie vinden.