IPCC: de boodschap is helder

IPCC temperatuurgrafiek NoordpoolIn 1988 hebben de Verenigde Naties hun eigen klimaatorgaan opgericht, het IPCC, of Intergovernmental Panel on Climate Change. Doel van de organisatie is om de internationale politiek te voorzien van wetenschappelijke informatie over klimaatverandering. Bij de opstelling van de rapporten van het IPCC zijn wereldwijd duizenden wetenschappers betrokken. Het bijzondere van het IPCC is dat de zogenaamde samenvatting voor beleidsmakers (summary for policy makers) ook door de landen van het Klimaatverdrag wordt onderschreven. Dit betekent dat er tijdens de politieke onderhandelingen overeenstemming is over de stand van de wetenschap.

Het IPCC maakt ongeveer elke 5 jaar een overzicht van het wereldwijde klimaatonderzoek, en maakt daarbij ook een samenvatting voor beleidsmakers. Het IPCC is opgedeeld in drie werkgroepen: Werkgroep I richt zich op de natuurwetenschappelijke aspecten van zowel natuurlijke als door mensen veroorzaakte klimaatverandering. Werkgroep II bestrijkt de kwetsbaarheid van maatschappelijke en natuurlijke systemen voor klimaatverandering inclusief de mogelijkheden tot aanpassing. Werkgroep III bekijkt de mogelijkheden tot het terugdringen van door mensen veroorzaakte klimaatverandering.

Werkgroep I
De hoofdconclusies van werkgroep 1 van het laatste IPCC-rapport van 2007 zijn volgens het persbericht van het KNMI:

De wereldwijde atmosferische concentraties van kooldioxide, methaan en distikstofoxide zijn duidelijk toegenomen als een gevolg van menselijke activiteiten sinds 1750 en overtreffen in hoge mate de pre-industriële waarden zoals bepaald uit ijsboringen van de laatste vele duizenden jaren. De wereldwijde toename in de kooldioxide concentratie is vooral het gevolg van het gebruik van fossiele brandstoffen en veranderingen in landgebruik, terwijl die in methaan en distikstofoxide vooral veroorzaakt zijn door de landbouw.

Het begrip van door de mens veroorzaakte opwarmende en afkoelende invloeden op het klimaat is verbeterd sinds het vorige IPCC rapport. Dit heeft geleid tot een zeer hoog vertrouwen dat het mondiaal gemiddelde netto effect van menselijke activiteiten sinds 1750 opwarmend is geweest, met een stralingsforcering van +1,6 [+0,6 tot +2,4] W/m2.

De opwarming van het klimaatsysteem is onmiskenbaar, zoals nu duidelijk is uit toenames van mondiaal gemiddelde lucht- en oceaan temperaturen, het smelten op grote schaal van sneeuw en ijs en het stijgen van het mondiaal gemiddelde zeeniveau.

Talrijke lange termijn veranderingen in het klimaat zijn waargenomen op de schaal van continenten, regio's en oceaanbekkens. Deze omvatten veranderingen in temperatuur en ijs in het Noordpoolgebied, grootschalige veranderingen in neerslag, het zoutgehalte van de oceanen, windpatronen en aspecten van extreem weer, waaronder droogte, hevige neerslag, hittegolven en de intensiteit van tropische cyclonen.

In sommige aspecten van het klimaat zijn geen veranderingen waargenomen. Dit betreft bijvoorbeeld de dagelijkse gang van de temperatuur: in de periode 1979 tot 2004 is de minimumtemperatuur net zoveel gestegen als de maximumtemperatuur. Ook zijn geen veranderingen geconstateerd in de warme Golfstroom. De hoeveelheid zeeijs nabij Antarctica is nagenoeg constant gebleven, in overeenstemming met een niet noemenswaardige temperatuurverandering. Tenslotte zijn in enkele fenomenen op kleine schaal, zoals tornado's, hagel, onweer en stofstormen geen significante veranderingen geconstateerd.

Paleoklimaatinformatie ondersteunt de interpretatie dat de hoge temperaturen van de afgelopen 50 jaar ongewoon zijn voor ten minste de afgelopen 1300 jaar. De laatste keer dat de poolgebieden gedurende langere tijd wezenlijk warmer waren dan nu (ongeveer 125.000 jaar geleden), veroorzaakte het smelten van poolijs een zeespiegelstijging van 4 tot 6 meter.

Het grootste deel van de waargenomen toename van de mondiaal gemiddelde temperatuur sinds het midden van de 20e eeuw is zeer waarschijnlijk het gevolg van de waargenomen toename in antropogene broeikasgassen. Dit is een verscherping van de conclusie in het vorige IPCC rapport dat 'het grootste deel van de waargenomen opwarming in de afgelopen 50 jaar waarschijnlijk het gevolg is van de toename in broeikasgasconcentraties'. De onderscheidbare menselijke invloeden strekken zich nu uit tot andere aspecten van het klimaat, waaronder het opwarmen van de oceanen, continentaal gemiddelde temperaturen, temperatuur extremen en windpatronen.

Voor het eerst kan uit klimaatmodellen in combinatie met waarnemingen een bandbreedte van de klimaatgevoeligheid worden bepaald, waardoor het vertrouwen in de kennis van de respons van het klimaatsysteem op de stralingsforcering is toegenomen.

Voor de komende twee decennia wordt een opwarming van ongeveer 0,2 °C per decennium geprojecteerd voor een range van SRES emissiescenarios. Zelfs als de concentraties van alle broeikasgassen en aërosolen zouden zijn gestabiliseerd op het niveau van het jaar 2000, wordt een verdere opwarming van ongeveer 0,1 °C per decennium verwacht.

Verdere emissies van broeikasgassen in het huidige tempo of sneller zouden verdere opwarming en veel veranderingen veroorzaken in het mondiale klimaatsysteem gedurende de 21e eeuw. Deze zouden zeer waarschijnlijk groter zijn dan die welke zijn waargenomen gedurende de 20e eeuw.

Er is nu meer vertrouwen in de geprojecteerde opwarmingspatronen en andere verschijnselen op regionale schaal, inclusief de veranderingen in windpatronen, neerslag en sommige aspecten van extremen en van ijs.

De door de mens veroorzaakte wereldwijde opwarming en zeespiegelstijging zal nog eeuwen doorgaan als gevolg van de tijdschalen van de betrokken klimaatprocessen en terugkoppelingen, zelfs als de broeikasgasconcentraties gestabiliseerd zouden worden.

Werkgroep II
De belangrijkste conclusies van werkgroep II zijn dat de gevolgen van klimaatverandering steeds duidelijker zichtbaar zijn voor natuur, mens en maatschappij, aldus het klimaatpanel van de Verenigde Naties (IPCC). Er zijn meer en betere onderzoeksgegevens en uitvoeriger en betere documentatie beschikbaar. Die bieden een sterkere wetenschappelijke basis voor een goede beoordeling van veranderingen van het klimaat in diverse regio’s en de gevolgen daarvan, zegt het IPCC in haar rapport dat vandaag in Brussel is gepubliceerd.

Zo blijkt uit het rapport dat het duidelijker is wat de negatieve effecten zijn op zoetwatervoorraden voor vele miljoenen mensen en ook welk effect dat heeft op hun gezondheid. Droge gebieden zoals ten zuiden van de Sahara in Afrika blijken erg kwetsbaar en kunnen de gevolgen van klimaatverandering nauwelijks opvangen. Toenemende weersextremen, zoals hevige neerslag en langdurige droogte vergroten wereldwijd de kans op overlast en schade.

Deskundigen van het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) benadrukken de noodzaak om ons aan te passen (adaptatie) aan klimaatverandering. Zij constateren dat het aanpassend vermogen in de wereld ongelijk verdeeld is. Juist die landen en bevolkingsgroepen zijn kwetsbaar die over beperkte financiële en technologische middelen beschikken en sterk afhankelijk zijn van landbouw, bosbouw en visserij. Mondiaal zijn de meest kwetsbare gebieden dichtbevolkte kustgebieden en rivierdelta’s met vaak een hoge economische activiteit zoals de Ganges-, de Mekong- en de Nijldelta. In mindere mate geldt dit ook voor de Mississippi-, de Amazone- en de Rijndelta.

In het rapport is voor Europa nu voor de eerste keer wetenschappelijk onderbouwd dat klimaatverandering waarneembare effecten heeft, zoals terugtrekkende gletsjers, langere groeiseizoenen en verschuiving van verspreidingsgebieden van soorten naar het noorden. Het klimaatpanel zegt in haar rapport met nadruk dat reductie van broeikasgassen (mitigatie) urgent blijft, omdat anders de opwarming van de aarde onomkeerbare gevolgen heeft en omdat er een limiet is aan aanpassingsmogelijkheden van natuurlijke en maatschappelijke systemen aan klimaatverandering.

Nederland
Nederlandse deskundigen die betrokken zijn bij het 4e Assessment van het IPCC zien als in het oog lopende punten in het nu verschenen rapport onder meer de constatering dat als gevolg van klimaatverandering de ijskappen op Groenland en Antarctica sneller smelten. Zeespiegelstijging en erosie bedreigen een aantal kusten. Ecosystemen worden aangetast door hogere temperaturen. Oceanen worden zuurder, met nog onbekende maar waarschijnlijk grote gevolgen voor de mariene biosfeer. En het aantal mensen dat leeft in gebieden met ernstig watertekort kan tot 2050 drie tot vier keer zo groot worden als in 1995.

In het IPCC rapport worden de gevolgen voor Nederland niet expliciet genoemd. Volgens Nederlandse deskundigen betekent de klimaatverandering voor Nederland dat er nog meer aanpassingen nodig zijn voor de verdediging tegen overstromingen, maar ook aanpassingen om het hoofd te kunnen bieden aan de gevolgen van in de toekomst steeds vaker voorkomende extreem droge en hete zomers, zoals die van 2003 en 2006. Nederland moet rekening houden met grotere en extreme neerslag die kan leiden tot overlast en grotere waterafvoer in de rivieren. Dit vergt grotere investeringen in het beheer van rivieren en de kust om Nederland op lange termijn bewoonbaar en veilig te houden. Warmere zomers en hittegolven zullen aanpassingen vergen in de gebouwde omgeving en in stedelijke gebieden. Zoetwatervoorziening voor landbouw en glastuinbouw, maar ook het gebruik van oppervlaktewater als koelwater in de energiesector komen in de toekomst regelmatig in ernstige problemen. Dit geldt ook voor de scheepvaart dat vanwege steeds vaker voorkomende lage waterstanden in de zomer met veel minder vervoerscapaciteit te maken krijgt. De zeespiegelstijging leidt tot een toename van verzilting van de landbouw- en natuurgebieden in de kuststreek. Klimaatverandering heeft grote en nog deels onbekende gevolgen voor de natuur en de landbouw: het komen en verdwijnen van soorten planten en dieren gaat niet alleen door, maar dat proces versnelt zich ook nog eens en voltrekt zich bovendien op een weinig voorspelbare wijze.

Werkgroep III
Het rapport van werkgroep III geeft een overzicht van de huidige kennis over mogelijke maatregelen om klimaatverandering te verminderen.

De belangrijkste conclusies zijn volgens het Milieu en Natuur Planbureau (MNP) de volgende:
De afgelopen 35 jaar zijn de broeikasgasemissies wereldwijd met ca. 70% toegenomen. Het is de verwachting dat zonder extra klimaatbeleid deze trend voort zal zetten: emissies in 2030 zijn naar verwachting 25-90% hoger dan in 2000, vooral veroorzaakt door een verdere stijging van het energieverbruik. De sterkste groei vindt naar verwachting plaats in ontwikkelingslanden met sterk groeiende economieën zoals China, India, Brazilië.

Het aangeven van temperatuur consequenties van emissieontwikkeling is lastig vanwege de onzekerheid in het klimaatsysteem. Op basis van huidige inzichten leidt een broeikasgasconcentratie van 550 ppm CO2-eq** in de atmosfeer bij een middenschatting (50% kans) tot ongeveer 3o Celsius temperatuurstijging en 450 ppm CO2-eq** tot net iets meer dan 2o Celsius (de huidige concentratie is circa 430 ppm). Om deze concentratie niveau’s te bereiken mogen de komende jaren wereldwijd de emissies nog beperkt stijgen, maar moeten zij in 2030 gedaald zijn tot het huidige niveau of zelfs licht hieronder. Op de lange termijn, moeten de broeikasgas-emissies nog veel verder worden teruggedrongen.

Het IPCC schat dat het totale (technische) potentieel aan maatregelen voldoende is voor de emissie reducties die nodig zijn voor beperking van de temperatuurstijging tot zowel 3o Celsius als 2o Celsius. De kosten van het invoeren van een pakket maatregelen om de wereldwijde stijging van de temperatuur te beperken tot 3o Celsius zijn naar schatting zo’n 0.6% vermindering van het BNP in 2030, oftewel gemiddeld een 0.02% afname van de jaarlijkse groei tot 2030. Uit MNP berekeningen blijkt dat dit impliceert dat het gemiddelde inkomen per wereldburger met zo’n $60 afneemt. De onzekerheidsrange bij deze getallen gaat van 0-2.5%. Het IPCC rapport laat ook zien dat er minder studies zijn die naar beperking tot 2o Celsius hebben gekeken; deze studies geven aan dat de inkomensverliezen hier in 2030 minder dan 3% van het bruto mondiaal product zijn. Het IPCC geeft hier geen onzekerheidsrange, omdat hiervoor nog te weinig studies zijn uitgevoerd. Op regionale schaal kunnen de kosten sterk van dit gemiddelde afwijken.

Kosten kunnen ook worden uitgedrukt in termen van de prijs per vermeden emissie-eenheid (in $/tCO2-eq**). Het is volgens het rapport mogelijk om de verwachte groei van de uitstoot van broeikasgassen wereldwijd in 2030 te stabiliseren op huidig niveau tegen ca $20 / ton CO2 –equivalent** Voor $50 /ton is een 15-20% afname mogelijk terwijl voor $100 / ton is zelfs een reductie van 25% haalbaar is.
Er is een scala van technologieën nodig om deze reducties van broeikasgasemissies te bereiken. Alle landen en maatschappelijke sectoren moeten daarbij betrokken worden. Ongeveer 60% van de potentiële reducties in 2030 zijn beschikbaar in ontwikkelingslanden. Energiebesparing in gebouwen is de maatregel met wereldwijd het grootste potentieel tegen de laagste kosten. Daarnaast worden door IPCC ook hernieuwbare energie, energiebesparing in andere sectoren, bevordering van alternatieve vervoerssystemen, inzet van kernenergie, en kooldioxide-afvang en -opslag in de diepere ondergrond genoemd. De land- en bosbouwsector kunnen behalve door een vermindering van emissies ook een bijdrage leveren door het opnemen van het CO2 en het vast te leggen in de bodem of in hout.

Het feit dat het technisch mogelijk is emissies te reduceren tegen beperkte totale kosten leidt volgens het rapport nog niet automatisch tot verregaande reducties. Dit hangt ondermeer samen met het feit dat de kosten en baten verdeeld zijn. Daarbij komt dat door de lange levensduur van investeringen nu, de aard en omvang hiervan in de komende jaren bepalend zijn voor emissies tot ver in deze eeuw. Om deze reden is het tijdig starten met beleid belangrijk voor het bereiken van vergaande reducties. In het rapport worden enkele suggesties gedaan om de maatschappelijke acceptatie te verbeteren zoals koppeling van het klimaatproblemen met andere doelen zoals energievoorzieningszekerheid en beperking van luchtverontreiniging.

© www.hier.nu / Rolf Schuttenhelm
  • Klimaatgids
  • Klimaattop Kopenhagen
  • De CO2-concentratie neemt versneld toe
  • De uitstoot van broeikasgassen stijgt nog elk jaar
  • De opwarming van de aarde, verzuring van de oceanen en smelt van de Noordpool, Groenland én Antarctica verlopen sneller dan we voor mogelijk hielden
We moeten dit NU stoppen!
               

Help jij al mee?

Doe mee met de HIER Klimaatcampagne en kijk hoe jij als consument, burger of bedrijf kunt meehelpen aan de strijd tegen klimaatverandering!

HIER is de klimaatcampagne van ruim 30 maatschappelijke organisaties die gezamenlijk werken aan de oplossing van het klimaatprobleem. Mede mogelijk gemaakt door:

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van nieuws en acties rondom de HIER Klimaatcampagne.