Het IPCC-rapport uit 2007 blijkt een aantal onzorgvuldigheden te bevatten. In deel II van het rapport over de gevolgen van klimaatverandering staat dat de gletsjers in de Himalaya in 2035 zullen zijn gesmolten in plaats van in 2350...

Bovendien meldt het rapport ten onrechte dat 55% van Nederland beneden zeeniveau ligt. Ook blijken niet-wetenschappelijke bronnen te zijn gebruikt, met name door werkgroep II. De Tweede Kamer en veel media wekken de indruk alsof het hele rapport hiermee op losse schroeven staat, maar wat is nu het belang van deze onzorgvuldigheden?

Het IPCC geeft iedere vijf jaar een overzicht van de stand van de wetenschap. Het rapport bestaat uit drie dikke rapporten, ieder zo’n 1000 pagina’s. Het eerste rapport gaat over de natuurwetenschappelijker aspecten, deel twee gaat over de gevolgen en aanpassingsmaatregelen en deel drie over de mogelijkheden de uitstoot te beperken. Het IPCC doet geen eigen onderzoek, maar geeft een overzicht van de stand van de wetenschap. In de drie rapporten worden vele honderden onderzoeken besproken en samengevat.

Naast de drie rapporten zijn er drie uitgebreide technische samenvattingen en één samenvatting voor beleidsmakers. Deze laatste samenvatting wordt geschreven door de hoofdauteurs van de drie rapporten en vervolgens regel voor regel doorgelopen met vertegenwoordigers van alle landen van het Klimaatverdrag. Op deze manier ontstaat er een korte samenvatting waar alle landen zich in kunnen vinden. Het belang hiervan is groot, omdat de discussie over de stand van de wetenschap dan gesloten is op het moment dat de politieke onderhandelingen beginnen.

Het foute jaartal 2035 staat in deel twee van het rapport, waarin wordt gekeken naar de gevolgen van klimaatverandering voor diverse regio’s in de wereld. Het gaat om een aanname in een studie naar de gevolgen van het verdwijnen van gletsjers voor de watervoorziening in India. Het rapport wordt niet besproken in het hoofdstuk over gletsjers in het eerste rapport en speelt geen enkele rol bij de conclusies van het IPCC over het gedrag van gletsjers in een veranderend klimaat. De fout is bovendien rechtgezet in de samenvatting van deel twee van het rapport, maar als gevolg van slordigheid niet in het rapport zelf.

De uitspraak dat 55% van Nederland beneden zeeniveau ligt, blijkt een slordigheid. 26% van Nederland ligt onder zeeniveau en loopt gevaar voor overstroming vanuit zee, en nog eens 29% van het land loopt gevaar bij het overstromen van de grote rivieren. Dat is samen 55%.

Het gebruik van niet-wetenschappelijke bronnen is bekend. Het is nodig, omdat met name over de gevolgen van klimaatverandering voor de armste landen nauwelijks wetenschappelijke literatuur beschikbaar is. Daarnaast wordt in deel III van het rapport veel gebruik gemaakt van energiescenario’s van o.a. het Internationale Energie Agentschap, Shell en van scenario’s die op verzoek van organisaties als Greenpeace en Wereld Natuur Fonds zijn opgesteld. IPCC heeft strenge richtlijnen voor het gebruik van dergelijk onderzoek. Zo moet een exemplaar van al dit onderzoek op het IPCC-secretariaat beschikbaar zijn voor iedereen die dit wil bekijken.

De belangrijkste conclusies van het IPCC-rapport zijn dat (1) de concentratie broeikasgassen stijgt door menselijk handelen, dat (2) het klimaat op aarde snel verandert, dat (3) het grootste deel van de klimaatverandering met meer dan 90% zekerheid het gevolg is van menselijk handelen en dat (4) de klimaatverandering doorzet. Deze conclusies staan allemaal in deel I van het IPCC-rapport. Een kind kan zien dat een studie uit deel II van het rapport over het tempo waarin gletsjers in de toekomst smelten deze conclusies niet beïnvloedt. Hetzelfde geldt voor de andere onzorgvuldigheden.

Inhoudelijk is er dus weinig aan de hand. Maar politiek uiteraard wel. En in de media ook. Politici en journalisten zijn helaas meestal niet geïnteresseerd in inhoud, maar in gedoe: het verschil tussen een fout in een rapport en een fout rapport is al snel te ingewikkeld. Er zit natuurlijk ook een principiële kant aan. Wetenschappelijke integriteit is de belangrijkste waarde van het IPCC.

Wat dat betreft is de kritiek op Pachauri, de voorzitter van het IPCC, terecht toen hij in eerste instantie weigerde de fout te erkennen. Arrogantie staat haaks op wetenschappelijke integriteit en werkt contraproductief in een dergelijke situatie. Het is een onhandige reactie die een kritische opstelling van de media aanwakkert. Transparantie en het erkennen dat ook wetenschappers fouten maken is verstandiger.

Het is overigens wel opvallend dat de slordigheden in het IPCC-rapport maar in een paar landen tot veel media-aandacht hebben geleid. Dit geldt met name voor Nederland en Engeland. In Engeland heeft het naar alle waarschijnlijkheid te maken met de gelekte e-mails die in november vorig jaar tot veel publiciteit hebben geleid. In Nederland heeft de verkrampte reactie uit politiek Den Haag, namelijk dat deze slordigheden de kwaliteit van het hele IPCC-rapport in diskrediet zouden brengen, de berichtgeving enorm verscherpt.

De belangrijkste les die het IPCC uit deze fout moet trekken is dat ze nog eens zeer kritisch haar reviewprocedures tegen het licht moet houden. Dat gaat nu al in een paar ronden, maar er kan dus iets tussendoor slippen. Mogelijk moet het IPCC nog een stap verder zetten en de reviewprocedures te concentreren op de samenvattingen. Want een volkomen foutloos rapport van 3.000 bladzijdes is redelijkerwijs ook te hoog gegrepen.

Sible Schöne