Het klimaatakkoord van Parijs vereist een sterke aanscherping van het energiebesparingsbeleid, de grootschalige inzet van zonne-energie, windenergie en aardwarmte, maar ook van toepassing van biomassa en de afvang en opslag van CO₂ (CCS). 

Bijlage: Discussienotitie De Klimaatdoelstelling van Parijs – Wat betekent een maximale temperatuurstijging van “ruim beneden 2 graden en streven naar anderhalve graad”?

Het is echter niet meer genoeg om de CO₂-uitstoot tot alleen nul terug te brengen. Te lang is gewacht met emissiereductiemaatregelen. Daarom is het ook nodig om CO₂ actief uit de atmosfeer te verwijderen. Dat kan bijvoorbeeld door het gebruik van biobrandstof te combineren met CO2-afvang en -opslag. Juist voor Nederland, met een grote energie-intensieve industrie, een grote transportsector en beperkte mogelijkheden op het gebied van hernieuwbare energie, is deze optie onmisbaar. Dat concluderen Wim Turkenburg, Bert Metz, Leo Meyer en Sible Schöne in een vandaag verschenen publicatie over de betekenis van de klimaatdoelstelling van Parijs.

Nog vijf keer huidige jaarlijkse uitstoot voor maximaal anderhalve graad

Een van de meest opvallende resultaten van de klimaattop in Parijs, is dat alle landen hebben erkend dat een wereldwijde temperatuurstijging van maximaal twee graden als gevolg van menselijk handelen te hoog is. De langetermijndoelstelling is aangescherpt tot “ruim beneden twee graden en streven naar anderhalve graad”. 

Om onder de limiet van twee graden te blijven mag de totale mondiale CO2-uitstoot deze eeuw vanaf 2016 nog circa twintig keer de huidige jaarlijkse uitstoot bedragen. Beperking van de temperatuurstijging tot maximaal anderhalve graad reduceert dit tot vijf keer de huidige uitstoot. We hebben dus met een levensgroot en uiterst urgent vraagstuk te maken, zeker omdat de toezeggingen die in Parijs zijn gedaan bij elkaar opgeteld een verdere stijging van de CO₂-uitstoot tot 2030 laten zien. 

Wetenschappelijke conclusie: CCS en CO2 verwijderen uit de atmosfeer noodzakelijk 

Uit de beschikbare wetenschappelijke literatuur komt als dominante conclusie naar voren dat een mondiale inzet van biomassa, CCS en CO₂-verwijdering uit de atmosfeer (met name door biomassa te combineren met CCS) al nodig is om binnen een temperatuurstijging van twee graden te blijven. In nog veel sterkere mate geldt dit wanneer de limiet bij anderhalve graad wordt gelegd. 

Extreme aannamen over energiebesparing niet realistisch

De mondiale energiescenario’s van WWF/Ecofys en Greenpeace (die niet zijn doorgerekend door het IPCC) en het nationale energiescenario van Urgenda laten een aanzienlijke inzet van biomassa in de energievoorziening zien, maar geen CCS en geen CO₂-verwijdering uit de atmosfeer. Deze scenario’s richten zich echter op een beperking van de temperatuurstijging tot twee graden. Ook maken ze extreme aannamen over de energiebesparing die jaar in jaar uit kan worden bereikt.

Risico’s van biomassa en CCS beheersbaar

Er kleven risico’s aan grootschalige toepassing van zowel bio-energie als CCS, maar deze zijn met een grote waarschijnlijkheid hanteerbaar door scherpe eisen te stellen aan de duurzaamheid van biomassa en het ondergronds opslaan van CO₂. Ook moeten ze worden gezien in het licht van de grote risico’s die kleven aan het overschrijden van de anderhalf- of tweegradengrens. 

Bestaande kolencentrales ombouwen tot biomassacentrales 

Ook voor Nederland zijn grootschalige inzet van (geïmporteerde) biomassa en CCS onmisbaar. Dit geldt met name voor de energie-intensieve industrie, hier is biomassa onmisbaar als duurzame grondstof en moet CCS op grote schaal worden toegepast om tot nul CO₂-uitstoot te komen. Het geldt ook voor de elektriciteitssector. Gas in combinatie met CCS is hier de meest logische aanvulling op stroomopwekkig met zonnecellen en windturbines. Daarnaast kunnen biomassacentrales met CCS voor CO₂-verwijdering uit de atmosfeer zorgen. 

Nederland kan een voorsprong opbouwen door de nog resterende nieuwe kolencentrales om te bouwen tot biomassacentrales met CCS. Dat zou een mooie invulling kunnen zijn van de Tweede Kamermotie om de kolencentrales te sluiten. Ook zal Nederland onderzoek moeten gaan doen naar andere zinvolle mogelijkheden om CO₂ uit de lucht te halen.