Op zaterdag 30 januari 2016 schreef Jeroen Trommelen in de rubriek Groen dat er op dit moment “een flink tekort is aan vrijwillige klimaatcompensatie om het jaarlijks effect van vliegen te neutraliseren”. Ik ben blij om te zien dat de aandacht voor het onderwerp CO2-compensatie toeneemt. Maar de suggestie wordt gewekt dat compenseren geen zin heeft omdat het aanbod van compensatieprojecten te klein is. Daar ben ik het niet mee eens. Wanneer de vraag naar compensatie toeneemt, zal immers ook het aanbod groeien. 

De markt voor CO2-compensatie is een markt als alle andere markten, waar vraag leidt tot aanbod. Het dus niet zo gek dat er nu nog niet genoeg compensatieprojecten zijn om alle vliegtuiguitstoot te compenseren. De vraag is er simpelweg nog niet. Er is een groeiende vraag naar CO2-compensatie nodig, niet alleen voor het compenseren van vliegreizen, maar ook voor de uitstoot van bijvoorbeeld gas- en benzineverbruik door huishoudens en bedrijven.

Ook stelt Trommelen dat heel Nederland volgepland moet worden met bomen om het effect van één jaar vliegen te compenseren. Er zijn echter veel meer mogelijkheden om je CO2-uitstoot te compenseren dan het planten van bomen alleen.

Een derde van de wereldbevolking kookt bijvoorbeeld nog elke dag op open vuren of inefficiënte kooktoestellen. Dat veroorzaakt ongeveer vijf procent van de mondiale CO2-uitstoot. Het vervangen van die traditionele manier van koken door een efficiënt schoon kooktoestel, zoals een ‘clean cookstove’ of biogassysteem, gebeurt nu al via compensatieprojecten. Met een markt van 2,9 miljard mensen is het CO2-reductiepotentieel enorm. De doelstelling van dertien Nederlandse organisaties om tot 2020 10 miljoen van deze kooktoestellen te verspreiden reduceert evenveel CO2 als het Energieakkoord. Tien procent van die doelstelling wordt gerealiseerd via de compensatiemarkt. En dan is er nog compensatie via wind, waterkracht en andere energieprojecten.

Ja, het merendeel van de vrijwillige compensatie wordt nu gekocht door bedrijven en voor de meeste bedrijven is klimaatneutraliteit zelfs nog onbekend of onbemind. Consumenten weten vaak niet eens wat compensatie is. Uit eerder onderzoek van Stichting HIER klimaatbureau blijkt dat tachtig procent van de Nederlanders nog nooit hun uitstoot heeft gecompenseerd. Waar iedereen het normaal vindt om te betalen voor het ophalen en verwerken van zijn afval, is betalen voor ‘onzichtbare’ CO2-uitstoot nog een uitzondering. 

Deze situatie moet veranderen want pas als de vraag naar CO2-compensatie groeit, komt er financiering vrij voor nieuwe compensatieprojecten. Bovendien kan een stijgende vraag er op termijn toe leiden dat de prijs van vrijwillige CO2-credits weer stijgt, wat de investering in nieuwe compensatieprojecten interessanter en minder risicovol maakt. 

Door samen te werken met compensatie-aanbieders en bedrijven en consumenten te laten zien dat compensatie meer is dan alleen CO2, probeert het HIER klimaatbureau de vraag naar compensatie in Nederland te vergroten. Als symbool gebruiken we de clean cookstove, het kooktoestel dat naast klimaat- ook enorme gezondheidsvoordelen biedt en bovendien leidt tot een betere sociale positie van vrouwen en kinderen in ontwikkelingslanden.

Jade Oudejans
Projectmanager COOX4Climate bij Stichting HIER klimaatbureau

Bekijk alle artikelen over: