Er zit nooit één oorzaak achter een oorlog, maar er werken allerlei krachten op elkaar in. In het geval van Syrië is het duidelijk dat één van de oorzaken te wijten is aan klimaatverandering; de drie opeenvolgende droge jaren van 2007 tot 2010, met als gevolg mislukte oogsten. Leo Meyer, klimaatconsultant en voormalig klimaatonderzoeker bij het Planbureau voor de leefomgeving (PBL), vertelt hierover in De Staat van het Klimaat 2015. 

In de zomer van 2011 begint de Syrische president Bashar al-Assad met het neerslaan van de protesten tegen zijn regime. Die zijn een paar maanden eerder begonnen, als onderdeel van de Arabische lente, die het hele gebied in zijn greep heeft. Het is het begin van een gruwelijke burgeroorlog, die al honderdduizenden Syriërs het leven heeft gekost en waardoor nog een veel groter aantal op de vlucht is geslagen.

Net als in andere Arabische landen waar burgers in opstand komen tegen de zittende regimes, wordt de oorzaak van het Syrische conflict in eerste instantie gezocht in de alles verstikkende corruptie in het land, de grote kloof tussen arm en rijk, het onderdrukkende politieapparaat en de uitzichtloosheid die veel inwoners ervaren. Maar in maart 2014 komen Amerikaanse wetenschappers van de Columbia University in New York met een extra verklaring. Zij stellen dat klimaatverandering heeft bijgedragen aan het ontstaan van de burgeroorlog.

Dat klimaatverandering kan bijdragen aan conflicten, wordt allang voorspeld door klimaatwetenschappers, waaronder zij die verzameld zijn in het IPCC, weet Leo Meyer: “Het is alleen altijd heel lastig te bewijzen,” zegt hij. ”Het is moeilijk om te bewijzen dat een klimaatgebeurtenis heeft bijgedragen aan het ontstaan van conflicten, en het is nog eens extra moeilijk om een regionale klimaatgebeurtenis toe te schrijven aan de opwarming van de aarde.” 

Maar in het geval van Syrië lukte het de wetenschappers wel. Zij laten overtuigend zien dat de verdroging van een gebied in het noordoosten van het land zo uitzonderlijk is, dat de kans klein is dat het niet te wijten is aan opwarming van de aarde. Het gebied is doorgaans vrij vruchtbaar en wordt bewoond door veel boeren die er landbouw bedrijven. Van 2007 tot 2010 volgden er echter drie droge jaren op elkaar, waardoor oogsten mislukten. De wetenschappers berekenden dat de kans dat die drie droge jaren binnen de natuurlijke variatie van het klimaat vallen verwaarloosbaar klein was. “Het moest wel klimaatverandering zijn, die er schuldig aan is geweest,” zegt Meyer.   

De droogte zorgde ervoor dat boeren hun land achterlieten en naar de stad trokken. Sommige steden kregen er tot wel 50 procent meer inwoners bij. “Als je het goed regelt, dan is zo’n toestroom wel te behappen,” zegt Meyer. Maar Assad deed helemaal niks. Daardoor groeide de ontevredenheid, met het conflict als gevolg.” Het maakt maar weer eens duidelijk dat er nooit één oorzaak achter een oorlog zit, maar dat er allerlei krachten op elkaar in werken. 

Volgens Meyer zal Syrië niet het laatste voorbeeld van een klimaatconflict in de regio zijn. “Water is schaars in het Midden-Oosten. Als het gebied nog droger wordt, dan is dat vragen om problemen.” 

De Staat van het Klimaat 2015

Bovenstaand artikel is gepubliceerd in De Staat van het Klimaat 2015, een uitgave met populair wetenschappelijke artikelen over het klimaatprobleem. De Staat van het Klimaat legt bij 12 nieuwsberichten uit het afgelopen jaar de link met klimaatverandering. Download De Staat van het Klimaat 2015 hier

Bekijk alle artikelen over: