Archief
Harde tijden in Durban
De hoop dat de klimaattop in Durban, die vandaag start, tot een effectief nieuw verdrag als vervolg op Kyoto zal leiden is nul. In feite is in Kopenhagen gekozen voor een ‘pledge en review’ benadering, zonder harde sancties.
Opgeteld zijn de beloftes van de rijke landen en de grote ontwikkelingslanden bij lange na niet voldoende om de twee graden doelstelling te halen. We koersen eerder af op 3 tot 4 graden, en als het wat tegenzit, zelfs op zes graden, volgens een recente analyse van het Internationale Energie Agentschap.
In Kopenhagen is ook afgesproken om in de periode 2010- 2010 10 miljard uit te trekken voor maatregelen in ontwikkelingslanden, oplopend tot 100 miljard in 2020. Deze toezegging kan mogelijk in Durban tot een enigszins zinvol resultaat leiden.
Het is denkbaar dat dankzij Durban geld beschikbaar komt voor bosbescherming en bosherstel in ontwikkelingslanden en voor herstel van landbouwgrond (met name via compost). Deze twee maatregelen zijn samen goed voor bijna de helft (!) van het mondiale reductiepotentieel de komende tien jaar. Belangrijk genoeg dus. Zie dit artikel.
Durban kan in theorie ook tot nieuwe toezeggingen leiden om de armste landen te helpen zich aan te passen aan onvermijdelijke klimaatverandering,. Maar op dit terrein is wel grote reden tot zorg. Ten eerste omdat de zogenaamd extra budgetten bijna allemaal komen uit de bestaande budgetten voor ontwikkelingssamenwerking, een sigaar uit eigen doos dus. Ten tweede omdat de rijke landen, Nederland voorop, in toenemende mate kiezen voor grote infrastructuurprojecten, waar de armste mensen niets aan hebben en waar vooral Westerse bedrijven aan verdienen. Kritische aandacht kan hier dus zeker wat opleveren.
































