Archief
Cancún: doorbouwen op succesformules
CFK’s zijn tot 10.000 keer krachtiger broeikasgassen dan CO2. Daarom moet in Cancún niet alleen worden nagedacht over verlenging van het Kyoto-protocol, maar ook over versnelling van ‘Montreal’.
Dat stelt het Institute for Governance & Sustainable Development (IGSD), een onafhankelijke Amerikaanse denktank.
Tijdens de klimaattop in Kopenhagen in december vorig jaar is de wereld er niet in geslaagd akkoord te bereiken over een bindend nieuw klimaatverdrag. Dat moet dan maar volgend jaar gebeuren, tijdens de klimaatconferentie in de Mexicaanse stad Cancún, werd toen gedacht. Deze begint op 29 november.
Maar politiek is er in het afgelopen jaar echter weinig bereikt. Om aan het officiële klimaatdoel van de VN te beantwoorden, beperking van de mondiale klimaatverandering tot niet meer dan 2 graden, moet de groep van industrielanden de uitstoot van broeikasgassen tussen 1990 en 2020 met 25 tot 40 procent verlagen. In Kopenhagen waren de voorgestelde emissiedoelen echter nog veel te laag. Met een focus op het terugdringen van overheidsuitgaven en korte termijn economische belangen, is daar in het afgelopen jaar helaas geen verandering in gekomen. Daarnaast is het voor de Obama-regering na de recente Amerikaanse verkiezingen een stuk lastiger geworden klimaatwetgeving te implementeren, laat staan het Amerikaanse emissiedoel voor 2020 te verhogen.
En dus is de hoop voor Cancún flink getemperd. Waar Kopenhagen vorig jaar nog overliep van de idealisten, zijn het nu de pragmatici die voorop lopen, in een poging alsnog een zo goed mogelijk resultaat te behalen.
Verlengen Kyoto?
Daarbij worden verschillende opmerkelijke ideeën geopperd. Zo stelt Jose Manuel Barroso, de voorzitter van de Europese Commissie een verlenging van het Kyoto-protocol voor, zodat er ook na 2012 tenminste een klimaatverdrag overeind blijft. De EU zou dan als geheel de uitstoot naar 2020 met 20 procent verlagen, ‘zolang de VS en China ook actie ondernemen’. Japan protesteert al tegen deze optie, vrezend dat de lasten onevenredig sterk op de oude Kyoto-groep komen te liggen. (Japan heeft overigens grote moeite het eigen oude Kyoto-doel voor 2012 te halen.)
Versnellen Montreal?
Een andere interessante suggestie komt van het IGSD. Het instituut zegt een ‘fast-acting climate mitigation campaign’ te ondernemen, waarbij het zoekt naar additionele non-energetische mitigatie-opties. ‘Montreal moet niet alleen worden verlengd, het moet ook worden versneld.’
Het Montreal-protocol, een klimaatverdrag uit 1987 ter bescherming van de ozonlaag, wordt breed gezien als een van de meest succesvolle milieuverdragen ooit. Na het theoretische werk van de Nederlandse meteoroloog Paul Crutzen naar katalytische ozonafbraakreacties en de toevallige ontdekking van het ozongat door de British Antarctic Survey in 1985, besloot de wereld actie te ondernemen.
CFK’s, de schadelijke drijfgassen, werden in de ban gedaan, later gevolgd door de subgroep HCFK’s. Alhoewel de chloorfluor-verbindingen nog decennia actief zijn, lijkt de ozonlaag op een pad van herstel te zijn – en een ecologische ramp daarmee (ternauwernood) afgewend.
Het Montreal-protocol heeft echter nog een interessante bijwerking. CFK’s zijn bijzonder krachtige broeikasgassen. Het terugdringen van de productie en uitstoot heeft volgens het IGSD tussen 1990 en 2010 135 gigaton CO2-equivalenten gereduceerd, méér dan het Kyoto-protocol. (Om het perspectief om te draaien: wij zullen dezelfde hoeveelheid alsnog uitstoten, tussen 2010 en 2014, als pure CO2, landgebruik meegerekend.)
Volgens het IGSD hebben we aan dit ozonbeleid te danken dat belangrijke tipping-points in het klimaatsysteem nog niet zijn gepasseerd. Het goede nieuws is echter dat het mitigatiepotentieel van CFK’s nog niet is uitgeput:
• Volgens het EPA kan versnelde uitfasering van HCFK’s nog 16 gigaton CO2eq-reductie opleveren.
• Het opsporen en vernietigen van oude CFK-apparatuur (inclusief voorraden), zoals overeengekomen tijdens de laatste bijeenkomst van Montreal-partijen, voegt nog eens 6 gigaton CO2-reductie toe.
• Het uitfaseren van HFC’s (die derde groep, gebruikt in koelkasten, airconditioners en schuimen) kan nog het meest belangrijk zijn. Tussen 2010 en 2050 kunnen dergelijke maatregelen nog een verdere 100 miljard ton ‘CO2’ besparen.
Het is duidelijk een Amerikaans perspectief. Montreal is geaccordeerd ten tijde van Republikein Reagan en geniet nog steeds steun van beide partijen. Dat kan niet worden gezegd van maatregelen die het gebruik van fossiele brandstoffen moeten beperken. Het risico is vanzelfsprekend dat mensen additionele maatregelen gaan verwarren met alternatieven. Dat is nadrukkelijk niet de bedoeling van IGSD.
Het instituut is tevens een voorstander van vormen van geo-engineering die ingrijpen op de koolstofkringloop, zoals biochar. Volgens biochar-expert Johannes Lehmann van de Universiteit van Cornell heeft maximale agrarische toepassing (een theoretisch scenario) van deze methode voor CO2-opslag een mitigatiepotentieel van één gigaton pure koolstof per jaar, ofwel 3,7 gigaton CO2 – meer dan 10 procent van de jaarlijkse antropogene emissie.
Dat is niet genoeg om de netto toename van de CO2-concentratie te keren. Maar als het in Cancún lukt echt klimaatbeleid af te spreken, dan kunnen dergelijke maatregelen er aan bijdragen om de wereld onder de 2-graden-grens te houden. Zoals afgesproken.
































