Abonneer op de nieuwsbrief

Archief

Zes graden – Onze toekomst op een warmere planeet

Je raakt er makkelijk een vol weekend aan kwijt. En mocht je dat nog hebben gehad, ook je goede humeur. Verder is het werk van Mark Lynas een aanrader.

Zes graden – Onze toekomst op een warmere planeet

Want als je het boek van de Britse klimaatjournalist van A tot en met Z hebt doorgelezen, heb je daarna wel een zeldzaam concreet overzicht van de gevolgen van klimaatverandering in je parate kennis.

De inmiddels gespecialiseerde auteur heeft zich gebaseerd op een worsteling door zo ongeveer alle beschikbare klimaatwetenschappelijke publicaties. Het boek heeft meer academische referenties dan pagina’s en is daarmee zorgvuldig te noemen.

Zowaar is het jaar vertraging tussen de eerste versie – Six Degrees – Our future on a hotter planet – uit 2007 en de zojuist verschenen Nederlandse vertaling door de auteur nog nuttig aangegrepen door ook de dit jaar verschenen studies en meetgegevens in zijn overzicht te verwerken.

GEVOLGEN PER GRAAD
Het resultaat wordt er beslist niet vrolijker van. Maar tegelijk is het buitengewoon nuttig. Lynas is namelijk de eerste die alle geldende voorspellingen per graad gerangschikt heeft. De chronologie van het boek is vervolgens een temperatuurstijging van 1 tot 6 graden.

Lynas neemt ons bij de hand en met reuzenstappen gaan we binnen 6 hoofdstukken ons gegarandeerde einde tegemoet. Als we niet snel, collectief, krachtige emissiereducties realiseren tenminste.

Kopenhagen
Zes graden geeft vooral goed zicht op snelheid. Om precies te zijn zijn we over een dik jaar al te laat. De huidige delegaties lijken namelijk nog niet het goede ambitiepakket mee te nemen naar de klimaattop in Kopenhagen, waar het december volgend jaar allemaal moet gebeuren.

De huidige collectieve ambitie om tot concrete emissiereducties te komen bij elkaar geschraapt stevenen we momenteel met open ogen af op een CO2-concentratie die ons direct de eerste helft van het boek van Lynas laat overslaan.

Lynas legt in het midden van zijn boek uit hoe wij en onze fossiele brandstoffen waarschijnlijk niet meer nodig zullen zijn om van 3 naar 4 graden te gaan. En 4 graden wordt vanzelf 6 graden.

Positieve terugkoppelingen.

Poznan

Willen we dat veranderen moeten we het nu doen. Vrij letterlijk nu. Over exact een maand heeft in de Poolse stad Poznan namelijk de laatste tussenstop plaats. COP14. En de laatste kans om delegaties publiekelijk te binden aan eerdere toezeggingen en, vanuit de breedte van de maatschappij, héél scherp in de gaten te houden wie de Berlusconi’s denken te zijn.

Daarover spreekt het boek van Lynas zich verder echter niet uit.

1 GRAAD
Vanaf hoofdstuk 1, waarin het directe effect van één graad opwarming staat beschreven, is het al menens:

  • Al het zee-ijs van de Noordpool smelt in de zomermaanden
    Door het albedo-effect en door veranderingen in de Arctische Oscillatie wordt een gemiddelde opwarming van één graad in het hele Arctische gebied uitvergroot tot een temperatuurstijging van 2 tot 6 graden. Een verandering waar het zee-ijs niet tegen bestand is.
  • Wereldwijde aantasting koraalriffen
    Ondiepe kustwateren warmen relatief snel op. In de Atlantische -, de Indische – en de Grote Oceaan neemt de reeds problematische algensterfte toe. Daaronder blijft verbleekt koraal achter, dat zonder de symbiotische voeding van de algen ook snel afsterft.
  • Unieke ecosystemen en biodiversiteit verdwijnen
    Eén enkele graad opwarming betekent een verschuiving van klimaatzones richting de polen met honderden kilomters. Sowieso zullen veel soorten daarbij ernstig bekneld raken, doordat landbouwgebieden, steden en infrastructuur hun migratieroutes blokkeren. Maar sommige ecosystemen hebben om geografische redenen überhaupt geen uitwijkmogelijkheid. En deze klimaateilanden zijn vaak juist de gebieden met de hoogste concentratie unieke soorten.

    Vooral unieke gebergte-ecosystemen, zoals de alpiene flora en fauna op de Kilimanjaro en de Ruwenzori, dreigen bij een opwarming van slechts één graad al te verdwijnen. Ook de Queensland Wet Tropics, een regenwoud op Australische bodem, het droogste continent, dreigt bij één graad, door verdroging, te verdwijnen.

    En de unieke soorten van de Cape Floristic Region, op de uiterste zuidpunt van Zuid-Afrika, hebben bij één graad en de gepaarde klimaatveranderingen geen uitwijkmogelijkheid en dreigen te verdwijnen. Ook dit is geen verlies in de marge. De Cape Floristic Region heeft buiten de tropische regenwouden de hoogste concentratie hogere plantensoorten ter wereld.
  • De Dust Bowl keert terug
    The Great Plains, ooit een uitgestrekte prairie, nu de graanschuur van de VS. Maar in de jaren ’30 werd duidelijk hoe fragiel landbouw op de dunne vruchtbare bodem er is. Uitputting en uitdroging zorgden ervoor dat veel akkers verstoven. De Dust Bowl. Een situatie die destijds binnen tien jaar onder controle gebracht kon worden. Maar in de toekomst kan verwoestijning het gebied permanent in z’n greep krijgen – een proces dat vanaf één graad een serieus effect zal hebben op de Amerikaanse landbouwproductie én daarmee op de wereld voedselprijzen.

    Daarbij moet nog worden opgemerkt dat het middenwesten van de VS slechts één van de vele droogtegevoelige gebieden is, die bij een temperatuurstijging van slechts één graad al een omslagpunt kan beleven. Ze zijn op alle continenten te vinden. En voortzettende opwarming breidt het bereik van droogteschade over alle belangrijke landbouwgebieden van de wereld uit.

De gevolgen van klimaatverandering die we vandaag de dag waarnemen, komen voort uit een gemiddelde temperatuurstijging van slechts 0,74 graad. Als we nu volledig stoppen met CO2 uitstoten zal deze opwarming echter nog worden verdubbeld door de thermische traagheid van de oceanen. Dat betekent dat we nu al 1,5 graden verdubbeling in de pijplijn hebben. En aangezien de gevolgen van klimaatverandering exponentieel toenemen met de opwarming zullen de effecten die we nu al waarnemen in de komende decennia hoe dan ook nog meer dan verdubbelen.

Maar we stoppen nú niet met CO2 uitstoten.

Volgens IEA emissiescenario’s is het mogelijk om de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen naar 2050 te halveren. Dat zal echter nog steeds leiden tot een toename van de CO2-concentratie ten opzichte van de huidige waarden.

En wat het IEA niet meeweegt is de rol van ecosystemen. Door verdroging neemt de vorming van biomassa af terwijl oxidatie en biologische processen versnellen. Door opwarming van de oceanen kan zeewater minder CO2 bevatten. Wij rekenen ons rijk op een vooronderstelling dat ‘de natuur’ de helft van onze CO2-uitstoot Datum: 02-11-2008

Twitter

HIER brochure

HIER werkt aan de oplossing van het klimaatprobleem. We werken daarin samen met bedrijven, de samenleving en jou!

HIER is

  • een initiatief van ruim 30 maatschappelijke organisaties.

    lees verder

    Bekijk ons filmpje